<< Maandag 4 september 1944

Een ontzaglijk aantal Engelse vliegtuigen zichtbaar boven ons dorp. In de namiddag meldt de radio de landing van parachutisten te Breugel, Son, Cuyk, Arnhem, enz. In de omgeving van Eindhoven vluchten de Duitsers in de richting der grens. Het verkeer te Wanssum wordt steeds drukker. Alle terugkerende soldaten vorderen levensmiddelen, voertuigen, paarden en fietsen.

Nadat op 5 september de Duitsers, die sedert maart j.l. in de silo een radio- en ontvanginstallatie gebouwd hadden, na demontering dezer toestellen, de silo verlieten, kwam medio september een groep Duitse soldaten (Luftwaffe) weer de silo bezetten. Het kantoor werd door hen volledig in gebruik genomen.

De werkzaamheden aan de silo waren reeds sedert 5 september gestaakt. Dagelijks echter werd ik door de Duitsers van mijn huis afgehaald en moest dan mee, om artikelen als tarwe, haver, rogge, zakken, enz. af te leveren uit de silovoorraden. Meermalen echter wordt geladen zonder voorafgaande kennisgeving. Diverse voorwerpen verdwenen van kantoor en silo, zoals kantoorjassen, schrijfbenodigdheden, gereedschappen en dergelijke.

Op zekere dag deelde een Duitse soldaat mij mede, dat een Zahlmeister of Oberfeldwebel een kast had ingestampt en een kantoorjas had meegenomen. Ik zocht deze ‘Zahlmeister’ op en verzocht hem mij hiervoor een ontvangstbewijs te verstrekken. Aanvankelijk ontkende hij, naderhand gaf hij verbolgen toe, doch weigerde een Bescheinigung te geven. “Was wir für unsere Verwendung brauchen, nehmen wir!” zei hij. Deze man verbleef met zijn afdeling geruime tijd te Wanssum en was mij zeer vijandig gezind. Op zekere dag ontdekte hij, dat ik granen afleverde voor de geëvacueerden en voor onze eigen inwoners. “Sie wissen nog nicht was los ist” zei hij. “Alle voorraden zijn in beslag genomen en daar kunt u niet meer over beschikken.” Verder dreigde hij met strenge straffen enz. Hierbij bleef het echter. Ondanks deze bedreiging ben ik echter rustig voortdurend voldoende broodgraan blijven verstrekken, o.a. aan voedselbureau Bergen, Grubbenvorst en Wanssum. In dit laatste dorp verbleven ± 1000 geëvacueerden.

requirierschein

Zondag 17 september 1944 – maandag 25 september 1944

Operatie Market Garden, een plan om in een keer de rivieren over te steken en zo Duitsland binnen te trekken. Britse grondtroepen steken op 17 september bij Lommel de grens over en paratroepen landen bij Eindhoven, Son, Nijmegen en Arnhem. Eindhoven wordt op 18 september bevrijd. De stad wordt een dag later door de Luftwaffe gebombardeerd. 20 september worden de Waalbruggen bij Nijmegen veroverd. De operatie eindigt echter in een Duitse overwinning in de slag om Arnhem. De smalle strook land die tijdens de Operatie Market Garden tussen Eindhoven en Arnhem is bevrijd, wordt langzaam maar zeker verbreed. Die opmars verloopt voorspoedig tot aan Overloon. Daar hebben de Duitsers zich ingegraven.

Theo: ‘Het begin van die dramatische periode waar Vader het over heeft, wordt voor mij bepaald door het onverwacht zien van een stuk of drie van die zware Duitse tanks, ‘Tiger’ tanks heetten die, meen ik. In die tijd – het was september ’44 – ging ik vaak met Vader naar ‘de Communie’ in de dorpskerk. De dagelijkse dienst was ’s morgens om half acht, maar dat was te laat voor de werkenden; de ‘Mis’ van half acht was voor de schoolgaande kinderen – van wie verwacht werd dat ze allemaal daar waren – en voor ouderen. Ik was misdienaar en diende vaak bij die Communiedienst en liep dan samen met Vader naar de kerk. Op die bewuste morgen in september – het moet zijn geweest op de eerste ochtend na de luchtlandingen bij Eindhoven en Son – liepen we plotseling aan tegen die tanks. Die stonden verdekt opgesteld onder de bomen op het pleintje tegenover de oude ‘kapelanie’, het huis van de kapelaan van de parochie. De tanks maakten veel indruk op mij, met de zwart gecamoufleerde, zwijgzame en sombere bemanning erbovenop. Dat was voor mij eigenlijk het begin van de echte oorlog en van de bevrijding. Of we er thuis veel ophef over gemaakt hebben weet ik niet. We zijn wel gewoon naar de kerk gegaan en bij thuiskomst zal Vader zijn gebruikelijke ontbijt wel van Moeder gekregen hebben: een ongekookt ei, geklopt in een mok koffie, meen ik.’

Mathieu, over de problemen van Piet van Els met de Duitsers in deze periode: ‘In de silo zaten meer granen dan Vader had opgegeven. De Duitsers kregen dat in de gaten. Dat waren granen voor de illegaliteit.’

Zaterdag 30 september 1944

De geallieerden zetten bij Overloon de aanval in met de speciaal daarvoor aangerukte 7e Amerikaanse Pantser Divisie. Daarmee begint een van de felste veldslagen in West-Europa. Negen dagen lang probeerden de Amerikaanse Shermantanks een bres te slaan in de Duitse stellingen, maar ze worden gestuit door de Duitse mijnen, veldartillerie en Panthertanks.

Theo: ‘Ik herinner me verder dat die eerste weken getekend werden door de spanning om het oprukkende front, dat ons uiteindelijk de echte bevrijding ging brengen. Fysiek liet de oorlog zich als eerste zien in de aanvankelijk sporadisch vallende geallieerde granaten. Ik weet nog hoe trots we tegenover vriendjes opschepten over de eerste granaatscherven die onze buitenmuur geraakt hadden. Al gauw sliepen we met zijn allen in de huiskelder, uiteindelijk met vierentwintig man, meen ik, onder wie twee evacués. Overdag konden we wel naar buiten om te spelen in de buurt van ons huis; ‘school’ was er al snel niet meer’.

Paul: ‘In de maanden september t/m december 1944 zaten de Noord-Limburgers tot over de oren in de oorlogsellende! Zeer veel evacués uit de Brabantse dorpen Vortum – Groeningen – Vierlingsbeek – Maashees – Holthees en Overloon waren door de Duitsers verdreven en in elk Wanssums huis waren wel evacués ondergebracht. Ik schat dat er in ons huis met het pakhuis ernaast meegerekend in totaal wel 40 tot 50 evacués verbleven. Echte hongersnood hebben wij niet gekend zoals het Nederland van boven de Moerdijk wel gekend heeft. Het Wanssumse Rode Kruis en de Ondergrondse Beweging ‘organiseerden’ regelmatig ‘noodslachtingen’ van geroofd vee dat door de Duitsers door ons dorp vervoerd werd richting Maas en de Duitse grens. Allen zochten zo goed mogelijk veiligheid en bescherming in de kelders en andere ondergrondse schuilplaatsen.’

Zondag 1 oktober 1944 >>

 

Verder lezen: