<< Donderdag 7 december 1944

‘s Zondags ben ik met mijn oudste zoon Jan naar Wanssum gefietst. We fietsten langs de spoorlijn Mullem-Oostrum. Te Wanssum aangekomen bleek ons huis nog steeds door de Engelsen bezet. Het zag er vreselijk uit. Beddegoed lag over de vloer, kasten stonden open, deuren en ramen stuk en met zakken dichtgespijkerd. Jan onderhield zich met een kapitein. Deze bood mij tabak aan van zeer goede kwaliteit zoals ik in maanden niet meer gerookt had. Daar het de kapitein was opgevallen, dat Jan zeer goed Engels sprak, wenste deze kapitein, dat Jan bij hem als tolk zou fungeren. Wij namen dat aanbod gretig aan, zodoende was in het vervolg steeds iemand van ons gezin in ons huis en kon zodoende meteen enig toezicht houden op onzen huis-inventaris, want bij een nadere bezichtiging van onze inboedel bleek al heel wat ontvreemd te zijn, onder andere uurwerken, inmaak, radio, accordeon, vleesmachine, enz.

Tegen de avond gingen we naar Oirlo, om te overnachten bij de familie Peters. Men was daar nog slechts één dag terug van evacuatie. We sliepen die nacht op de keukenvloer. De heer Peters bood ons bereidwillig gastvrijheid aan.

Maandag 11 december 1944 >>

 

Verder lezen: