<< Zondag 19 november 1944

Na deze gelukkige afloop volgden echter weer zorgvolle dagen. Allerwege vreesde men razzia’s, aanhoudingen, enz. De gruwzame afloop van de gehouden razzia op 17 november was het signaal tot een algemene onderduiking van alle mannelijke personen in de leeftijd van 16-60 jaren. Ook ten mijnen huize had men gedurende mijn tweedaagse deportatie radicale voorzichtigheidsmaatregelen genomen. In het pakhuis was namelijk een holle houten vloer, ten oppervlakte van enige honderden vierkante meters. Door ergens een luikje in deze vloer te zagen, kon men onder de vloer verdwijnen, gevaar tot ‘oppikken’ was dan uitgesloten. Aldus sliepen en leefden zij gedurende zes volle dagen en nachten onder deze vloer. Erg comfortabel was dit niet. Men moest voortdurend op de rug of zij plat blijven liggen. Eten en drinken werd door hulpvaardige vrouwen of meisjes af en toe door het luikje geschoven. In onze schuilplaats hadden zich op deze wijze 16 mensen verborgen gehouden. Ook overal elders hield men zich angstvallig schuil.

Op straat vertoonden zich uitsluitend kinderen of oude mensen ter afhandeling der hoogst noodzakelijke boodschappen. Meer en meer wees de houding der Duitsers erop, dat er nu weldra iets gebeuren ging. De wegen werden voorzien van landmijnen en versperringen. Het zware legermateriaal was over de Maas gebracht. Slechts kleine groepen soldaten bezetten nog ons dorp. De kerk en het nieuwe raadhuis werden opgeblazen, evenals de brug over de Molenbeek. Alles wees er op, dat het westelijk gedeelte van Wanssum zou worden prijsgegeven en dat de Duitsers op het oostelijk gedeelte nog wilden stand houden.

Het was in de namiddag van 24 november. Een patrouille Duitse soldaten sloop zeer omzichtig en met de uiterste oplettendheid langs ons pakhuis, door tuinen, langs heggen, enz. Vanuit het keukenraam zagen wij hun bewegingen. Tegen het vallen der duisternis doken plotseling op een 80 meter van ons huis enige soldaten op en stelden zich achter de gevel van het huis van Lei Vissers verdekt op. Direct constateerden wij aan de vorm der helmen en ook aan hun opstelling, dat dit Engelse soldaten waren. Onze veronderstelling bleek juist te zijn, want de straks genoemde Duitse patrouille vuurde enige schoten uit een mitrailleur en trok toen terug. Eindelijk was dus hiermee het uur der bevrijding aangebroken. Morgen zullen de Engelsen doorbreken was ons aller mening en vurige wens. Om echter alle risico te vermijden, sliepen we in de laatsten nacht (24-25 november) toch nog in onze schuilplaats.

Theo: ‘In mijn herinnering stonden we (met z’n allen?) aan het raam van het ‘kantoor’, dat uitzag op de weg naar Oostrum, te wachten op de komst van de eerste Engelsen. Vóór ons huis hadden de Duitsers landmijnen in de weg gelegd; de Engelse voertuigen konden gewoon (even) niet verder.’

In de nacht van 24 op 25 november 1944 laadden de Duitsers de muren van het kerkschip van Wanssum met mijnen en lieten het hele kerkgebouw ontploffen. Van de kerk bleef vrijwel geen steen meer overeind staan. De toren was op 22 oktober al verwoest.

Zaterdag 25 november 1944 >>

 

Verder lezen: