<< ±10 oktober 1944

Op 20 oktober ’44, te 3.45 namiddag werden wij allen opgeschrikt door een geweldige ontploffing. De dynamietlading in de silo had zijn verwoestend werk verricht. Een torenhoge steekvlam en een zwarte rookwolk steeg uit de silo omhoog. Het machtige staalbetonnen bouwwerk, tot dan de trots van Wanssum stortte in elkaar. Wanssums welvaart was verwoest, onherstelbaar leek het.

Meer en meer kreeg men de indruk, dat de Duitsers na grondige verwoesting van de vitale delen, zouden terugtrekken. Op de wegen en velden werden mijngaten aangelegd, in het voorterrein, westelijk van het dorp werkten dagelijks tientallen burgers aan stellinggaten enz. Speciale troepen stroopten dagelijks de dorpen af en legden beslag op paarden, voertuigen, koeien, schapen, stro, hooi, aardappelen, enz.

Het wreedste aller handelingen bestond echter in het deporteren van mannen naar Duitsland (leeftijd 16-60 jaar). 16 oktober (?) werden voor het eerst meerdere Wanssummers, meest allen gehuwden en vaders van grote gezinnen, gevankelijk weggevoerd. Drie maanden na hun wegvoering was van hun lot nog niets bekend.

Einde oktober ’44 was het aantal geëvacueerden te Wanssum wel ten top gestegen. Een stroom vluchtelingen uit Oostrum, Smakt, Holthees, Venray, Oirlo verspreidde zich over Wanssum, Blitterswijck en Meerlo. In onze pakhuiskelder aan de Venrayseweg vestigden zich meerdere families uit Oirlo, Vortum, Groeningen en Maashees, totaal 43 personen; in onze woonhuiskelder leefden (inclusief ons eigen gezin) ± 25 personen. De voedselvoorziening marcheerde vrij gunstig. Distributie als voorheen bestond er niet meer; men at zoveel als men begeerde, teerde ruim op de voorraden. Dagelijks werden koeien of varkens geslacht, de bakkers konden massaal brood verstrekken. Alles ging kosteloos. Ook brandstoffen werden ruim verstrekt.

Zondag 22 oktober 1944

De Duitsers laten de toren van de kerk van Wanssum springen.

Woensdag 1 november 1944 >>

 

Verder lezen: