<< Zondag 4 oktober 1944

Ons dorp kreeg nu meer en meer de aanblik in het front te liggen. Alle huizen kregen meer of minder met inkwartiering te doen. Iedere dag werden mannen gevorderd, om stellingen te graven. Voornamelijk de Molenbeek van Wanssum tot Horst werd verdedigingslinie. Daartoe werd deze beek verbreed. Aan de monding (bij de brug) trachtte men (met grote moeite) een stuwdam te bouwen. Zodoende zou het beekdal onder water komen. Dagen lang duurde dit werk, duizenden zakken (uit ons magazijn) gevuld met zand verdwenen in het water. Door de grote watermassa bezweek deze dam voortdurend. Overal werden gaten (Löcher) gegraven, versperringen aangelegd, gehele boomkwekerijen afgekapt, schuilplaatsen aangelegd enz.

Op zekere dag kwam een afdeling ‘vernietigingstroepen’ de graansilo ‘laden’. De hoge silo was een voor de vijand gunstig object voor inschieten en later bij een terugtocht der Duitsers een observatiepost enz. Ook torens en kerken werden met dynamiet geladen. De bewoners van de omgeving der graansilo werden gewaarschuwd, dat de silo spoedig zou ‘sprengen’ hetgeen voor de omgeving wel enig gevaar kon opleveren.

De familie wed. Martens uit Vortum-Mullem, waarbij een Venlose vrouw, die tot dan een onderkomen hadden bij wed. Metsemakers, wonende naast de silo, kwam bij ons uit veiligheidsoverwegingen om onderdak, hetgeen hen gastvrij werd verleend.

middenstanders

Dinsdag 10 oktober

Mathieu: ‘Iedereen moest helpen met loopgraven maken en het bruggenhoofd bij Wanssum, ik ook. Ik liep met een officier voorop. Die paste 20 meter af en ik moest dan een stokje aangeven. De ploeg na ons had zwaarder werk, die moest palen slaan, de derde ploeg moest het prikkeldraad ophangen. ‘Wir bezahlen mehr als Ihr Königin Wilhelmina’, zei een der begeleidende Duitse officieren smalend en sarcastisch tegen ons, maar ik heb nooit een Pfennig ontvangen!’

Aanvalskaart Britten Slag bij Overloon (bron: Comité Shermantank Overloon)

Aanvalskaart Britten Slag bij Overloon (bron: Comité Shermantank Overloon)

Netta: ‘De laatste maand voor de bevrijding sliepen wij met een aantal evacuees erbij in de kelder. Er werden regelmatig gevaarlijke luchtaanvallen uitgevoerd door de Engelsen, zodat we zelfs overdag de kelder in moesten. Liza, een evacuee uit Venlo, die niet wist waar haar man ergens was, sliep ook bij ons in de kelder. Ze was erg klein zodat ze in de ‘engelenbak’ (waar de wijnflessen in lagen) sliep. Elke avond, voordat ze ging slapen riep ze: ‘weer een dag dichter bij de bevrijding!’ Zo kreeg ze ook van een man die de bombardementen in Venlo meegemaakt had, te horen dat haar huis helemaal plat lag. ‘Allein de trap steit d’r nog!’ was zijn troostend woord.’

Mathieu: ‘De vrouw uit Venlo die bij ons geëvacueerd zat heette Liza. Zij was volkomen toevallig in Wanssum terecht gekomen omdat ze –zoals zoveel mensen deden uit de stad- eten was gaan halen op het platteland. Maar toen mocht ze niet meer terug van de Duitsers.

Woensdag 11 oktober 1944

Bij Overloon zetten de geallieerden een nieuwe aanval in. De herfst van 1944 kende een zeer ongewone hoeveelheid neerslag: het was de natste herfst in tachtig jaar. Dat was rampzalig voor de geallieerde opmars. Tanks kwamen vast te zitten in de modder, de luchtmacht kon niet goed functioneren vanwege de bewolking en voor de voetsoldaten was het in één woord verschrikkelijk.

Donderdag 12 oktober 1944

Om 11.00 uur bestoken de geallieerden de Duitsers anderhalf uur lang met zware artillerie en luchtaanvallen. Ruim 100.000 granaten worden afgevuurd. Dan begint de opmars van de Britten: huis voor huis wordt Overloon ingenomen, met enorme verliezen. In de bossen wordt man tegen man gevochten.

Zaterdag 14 oktober 1944

Om vier uur in de middag valt het laatste Duitse bolwerk in Overloon. In de bossen tussen Overloon en Venray hergroeperen de Duitsers zich. Het grootste drama volgt bij de Loobeek. Het hele gebied rond de beek ligt bezaaid met mijnen. Onder mitrailleurvuur proberen de Britten de overkant te bereiken. De beek kleurt rood van hun bloed en kreeg de bijnaam ‘Bloedbeek’.

Maandag 16 oktober 1944

Bij de tweede grote razzia in Noord-Limburg pakt de Grüne Polizei in Meerlo, Ooijen en Broekhuizenvorst ongeveer 40 ‘partizanen’ op, zogenaamd voor tijdelijk graafwerk in Velden. Zo ook in Geysteren, Wanssum, Tienray en Blitterswijck. Bij het veer in Broekhuizen worden ze gebombardeerd door Britse jachtbommenwerpers. Niemand raakt gewond. Na drie duikvluchten vliegen de toestellen weg. In de regen gaat de groep van 150 à 200 mannen naar Grubbenvorst. Daar worden twee joden uit de groep afgetuigd. Vanaf Venlo gaat het met een goederentrein naar Duitsland. Tijdens de rit zijn er steeds sirenes en explosies en is afweergeschut te horen. Iemand vatte de treinbewegingen samen: “Veel stoppen, optrekken, weer stilstaan, terugrijden, rangeren, vooruit, achteruit.” Friedrichsfeld, bij Wesel, iets verderop, was de eindhalte. De twee joden moeten voorop lopen naar het ‘Durchgangslager für ausländische Arbeitskräfte’.

Die avond lukt het de Britten om de Molenbeek over te steken.

Donderdag 19 oktober 1944

Venray wordt na zware huis-aan-huisgevechten veroverd. Daarmee is de grote veldslag die begon bij Overloon afgelopen.

De Britten bevrijden Venray. (Foto: Comité Shermantank Overloon)

De Britten bevrijden Venray. (Foto: Comité Shermantank Overloon)

 

Vrijdag 20 oktober 1944 >>

 

Verder lezen: