Op zoek naar een kort verhaal dat mijn oom Matthieu van Els in 1947 geschreven zou hebben voor het weekblad ‘Het Kompas’, stuit ik zomaar op een tekst van Godfried Bomans.

Om de eerste dag van mijn kerstvakantie goed te besteden, had ik mij voorgenomen om in de Koninklijke Bibliotheek op zoek te gaan naar het verhaal van mijn oom Matthieu.

Matthieu van Els overleed 13 december vorig jaar. Hij was binnen de familie vermaard om zijn vaardige pen, wat hij onder meer ten toon spreidde in talloze gelegenheidsdichten bij familiefeesten, en in de Familiekrant van de familie Van Els, waarin hij een vaste scribent was.

Eerste zin

In één van die artikelen schreef hij hoe er in 1947 of 1948 een verhaal van hem gepubliceerd was in een weekblad met de naam ‘Kompas’, dat hij kwijt was, en waarvan hij zich ook de strekking niet meer kon herinneren. Alleen de eerste en laatste zin van het verhaal stonden hem nog bij.

‘Het betreffende exemplaar van dat weekblad ben ik op de een of andere manier kwijtgeraakt. Vader kocht een exemplaar, dat na lezing waarschijnlijk bij de sigarenas en –peuken werd gevoegd. Het vervelende van dit alles is dat ik van dat korte verhaal titel noch jota meer weet … Maar toevallig hadden wijlen (oom) Leo en ik daar een gesprekje over, waarbij hij vol trots de beginwoorden citeerde, te weten: “Het was nacht, stikdonkere nacht”, waarna mij nog de slotwoorden te binnen schoten en wel “Dat het slechts een droom was”.

Maar hoeveel woorden tussen deze begin- en slotwoorden liggen en waarover deze gaan, noch hoe het verhaal heet, is mij bekend gebleven. Theo vertelde mij vorige week dat hij nog Google had geraadpleegd, maar er ook niet wijzer van was geworden.’

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt.

Het Kompas

Na enig gespeur in de catalogus, meenden de bibliotheekmedewerker van de KB en ik het juiste weekblad ‘Het Kompas’ geïdentificeerd te hebben (er blijken meerdere tijdschriften van die naam te hebben bestaan). We mikken op het weekblad van die naam dat verscheen tussen 1943 en 1950, aanvankelijk illegaal, tijdens de Duitse bezetting. In 1947 droeg het de ondertitel ‘Nederlands actueel weekblad’.

Na enkele uren wachten lagen twee enorme, meer dan 10 centimeter dikke banden op tabloidformaat op de balie gereed. Ik begon te bladeren in het vergeelde en brekende krantenpapier, op zoek naar een artikel met de eerste zin ‘Het was nacht, stikdonkere nacht’ met de naam Van Els erboven.

‘Het Kompas’ bleek een veelzijdig publiekstijdschrift, met artikelen over letterlijk alles: politiek, kunst, handwerken en fictie. Roept u maar. Ik was een uurtje volledig in 1947.

Bomans

Op zeker moment bladerde ik langs een recensie van de ‘Sprookjes’ van Godfried Bomans, die dat jaar nieuw waren verschenen.

En één nummer verderop  – 2 augustus 1947 – stond daar wéér de naam van Bomans, nu onderaan een artikel.

De schrijver reageerde op de in het vorige nummer gepubliceerde recensie, vanwege twee fouten ‘die ik wel móet signaleren, wil ik niet voor uw lezers als een eigenwijs en zelfverzekerd kereltje te boek staan’. En besluit met de vaststelling: ‘…hier was een criticus aan het woord, die precies het omgekeerde deed van datgene, wat de meeste beoordelaars doen: hij las het boekomslag vluchtig en foutief, het boek zelf grondig en juist. Dat gebeurt niet iedere dag.’

De ingezonden brief van Godfried Bomans in Het Kompas, 2 augustus 1947.

De ingezonden brief van Godfried Bomans in Het Kompas, 2 augustus 1947.

Na deze mooie ontdekking, een klassiek geval van serendipiteit, waarvan ik even moest bekomen, bladerde ik verder.

Eureka

Niet al te veel verderop, het is de editie van 16 augustus 1947, is het raak. Daar staat het verhaal: De uitvinding, door M. van Els.

En dat verhaal is zo leuk, dat het een eigen webpagina verdient.

NASCHRIFT

Bomans-kenner Jac Aarts schreef een analyse van deze Bomanstekst in Godfried, jrg. 37, nr. 1, maart 2015.

Verder lezen: