Dr. Ubachs, Limburgs Maasland onder Frankrijk 1794-1814. Presentatie op 4 november 1994 door de voorzitter van LGOG.

Van harte heet ik u welkom op deze bijeenkomst in Fort St Pieter. Een vesting waarvan de betekenis in belangrijke mate werd bepaald door Franse geschiedenis. Onder dit fraai uit­zicht op stad en ommelanden ging strategische zekerheid schuil en ook verborgenheid, aanval en consolidatie. Een heroïsch monument, in tijden van vrede steunpunt voor pastorale agribu­siness en thans een bekend toeristisch ontmoetingsbedrijf.

De tongval

Hier in Zuid-Nederland, in de voelbare nabijheid van onze meest zuidelijke Nederlandse stad zijn we vandaag samen. Limburgs hoofdstad, waar een bijna Frans patina ligt over monumenten en we in het goed gehumeurd timbre van de tongval de Belgische Limburgers nabij weten. Het zonlicht is hier warmer. Licht lonkt in de ogen van mensen en het monkelen toont hier nog de spanning tussen vrolijkheid en esprit. Het voltooid verleden van twee-herigheid of van generaliteit moge beneden de rivieren zijn tol hebben geëist. Gerelativeerd beproeft men er thans de status der Europese regio.

Hoe kreunen de kruinen

Het is 200 jaar geleden dat de vestingstad Maastricht capitu­leerde voor de Franse legers. Zoiets herdenkt men. Het Limburg van toen werd veroverd en het gebied tussen Maas en Rijn kwam onder Frans bestuur. Het langdurig verblijf, aanzienlijk langer dan in de rest van Nederland, heeft blijvende sedimen­ten nagelaten. In mijn beroepspraktijk ervaar ik dat dagelijks wanneer ik (overigens met gepast respect) niet de commissaris der koningin, maar onze gouverneur tegemoet treedt of overleg pleeg met een deputé. Maar ook de Napoleonswegen zijn bekend. Wegen waar vroeger de kruinen der hoge bomen de dromerige wereld van boeren en buitenlui belommerden en die nu kreunen onder het geweld van autofiles. En wie kent niet de onder Frans bestuur gegraven Noordervaart tussen Nederweert en Beringe, waarvan we de waterberging thans inzetten om de verdroging van De Peel tegen te gaan.

Belangstelling is breed

Het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap bestaat ruim 135 jaar. Het genootschap prijst zich gelukkig een grote schare modale belangstellenden in haar gelederen te hebben en bovenal ook professionele historici. We tellen nu zo’n 3000 leden en worden nog versterkt door een groot aantal meelif­ters op ons programma-aanbod. De aanzwellende stroom heemkun­dig ge­ïnteresseerden binnen de lokale geschied­beoefening versterkt het beeld. En lang voordat de subsidiepot onze belangstelling voor Europa aanwak­kerde, was internatio­naal verkeer tussen historici de gewoon­ste zaak van de wereld. Binnen gebiedsgerichte kringen en vakgerichte secties vindt aansturing plaats van het historisch bedrijf. In het tijd­schrift De Maasgouw en het jaarboek der Publications treft men verhandelingen op het terrein van politieke geschie­denis, kerkelijke geschiedenis, de rechtsgeschiedenis, kunstge­schie­denis alsook de archeologie.

Herdenken of vieren

Vandaag zijn we hier in Fort St Pieter om in dit opzicht een mijlpaal te ronden. We beleven de officiële aanbieding van een der werken van het LGOG: de Publications 1994, dat geheel is gewijd aan de Franse tijd in de beide Limburgen. De schrijver ervan, dr Ubachs, zal dit werk zelf nader bij ons introduceren met de inleiding “De Franse tijd, herdenken of vieren?”.

Het is een groot voorrecht voor ons allen dat wij daarbij mogen welkom heten de gouverneurs der beide Limburgen de heren Vandermeulen en Van Voorst tot Voorst, de beide deputé’s voor Cultuur in onze provincies mevrouw Brepoels en de heer Kockel­korn, alsook de consul van Frankrijk de heer dr. Huynen. U en u allen begroet ik nogmaals hartelijk. Wij beiden de inleiding van dr Ubachs. Ik wens hem van harte een goed gehoor.

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: