In de jaren ’80 was Nouvelle Caledonie, of Nieuw-Caledonië veelvuldig in het nieuws met betrekking tot de opstanden voor onafhankelijkheid door de Kanaken. Inmiddels is het weer geruime tijd stil rond Nieuw-Caledonië. Een goede reden om die hier eens te verbreken. Ik zal mijn verhaal openen met een korte beschrijving van het land en zijn geschiedenis, vervolgens probeer ik enige duidelijkheid te scheppen omtrent de conflicten van de jaren ’80 en tot besluit zal ik wat opmerkingen formuleren aangaande de toekomst van Nieuw-Caledonië.

Nieuw-Caledonië is een Frans overzees gebiedsdeel in de Stille Oceaan, ongeveer 1500 km. ten Oosten van Australië. Het gebied is bijna 20.000 km² groot, en heeft 133.000 inwoners. De hoofdstad is Nouméa. Het is een grote nikkelexporteur: de instorting van de nikkelmarkt na 1976 heeft de welvaart sterk aangetast.

De bevolking kan onderverdeeld worden in 3 groepen:

– de Kanaken, een Melanesisch volk die de oorspronkelijke bewoners van het eiland uitmaken, (42%) Door de kolonisten werden zij in reservaten ondergebracht, tegenwoordig werken ze veel in de mijnen.
– de Europeanen, vormen 39%. Sommigen wonen er al sedert de vroege­re koloniale tijd, anderen zijn pas in latere jaren gevestigd. De grote koffieplantages zijn in hun handen, maar de meesten wonen in Noumea.
– Polynesiërs en Melanesiers van andere eilanden in Oceanië, die zich vooral in de jaren ’60 als gastarbeider gevestigd hebben. (ca. 15%)

Verder bestaat een minderheid van Aziaten. (Indonesiers en Vietname­zen.)

Met name de welvaartsverschillen tussen de Kanaken en de Europeanen zijn de oorzaak van de etnische conflicten op Nieuw-Caledonie.

Geschiedenis

In 1774 werd het eiland ontdekt door Cook. De kanaken komen veelvuldig in opstand tegen de toenemende Europese invloed, maar in 1853 wordt het geannexeerd door Frankrijk. Het wordt ingericht als een belangrijke strafkolonie. In totaal komen er zo’n 40.000 terecht. Er waren nog altijd veel opstanden door de Kanaken, vooral in 1878. Vanaf 1895 wordt de vrije kolonisatie sterk bevorderd. In de Tweede Wereldoorlog kiest Nieuw-Caledonië snel de zijde van het vrije Frankrijk. In 1946 krijgt het de status van Overzees gebiedsdeel: dit wil zeggen dat een Hoge Commis­saris door Frankrijk benoemd wordt, maar dat een territoriale assemblee gekozen wordt.

De Union Caledonienne proclameert de onafhankelijkheid. Raciale span­ningen en economische problemen veroorzaken opstanden: in 1958, 1980, 1981, 1983. Voor Frankrijk is Nieuw Caledonie van belang, omdat het niet alleen de grootste nikkelproducent ter wereld is en het met de wateren eromheen de derde economische maritieme zone ter wereld vormt, maar ook omdat het de Franse aanwezigheid in de Stille Oceaan symboliseert.

In 1980 en 1981 belooft de Franse regering staatkundige hervormingen. De jaren ’80 waren problematische jaren, waarop ik hier wat dieper zal ingaan.

Problemen jaren ’80

De verkiezingsoverwinning van de socialist Mitterand in 1981 gaf de Melanesiers hoop op spoedige afscheiding van Frankrijk. Frankrijk stelde echter als eis dat dit langs democra­tische weg moest gebeuren: aange­zien de Kanaken in hun eigen land in de minderheid waren, en de andere bevolkingsgroepen doorgaans voor het behoud van de band met Frankrijk waren, is dit problematisch.

In september 1984 vond het oprichtingscongres plaats van de FLNKS (Front de Liberation Nationale Kanake et Socialiste). Er werd een tijd­schema vastgesteld dat uiterlijk 24 september 1985 voorzag in het uitroepen van de onafhankelijke republiek Kanaky door een voorlopige regering, die in november 1984 gevormd zou zijn.

Op 1 december 1984 werd een nieuwe Hoge Commissaris benoemd, Pisani, die een plan presenteerde voor onafhankelijkheid in associatie met Frankrijk. In juli 1985 zou hierover een referendum worden gehouden.

In januari 1985 ontstonden opnieuw rellen. Op 12 januari riep Pisani de noodtoestand uit die zou duren tot 30 juni. In april werd besloten het referendum uit te stellen tot uiterlijk eind 1987. Verder ontstonden nu plannen voor verde­ling van het land in vier regio’s, Noord, Centrum, Zuid, en Loyaliteisteilan­den, waardoor de verschillende bevolkingsgroepen meer autonomie ten opzichte van elkaar zouden verwerven.

Op 31 mei werd Pisani opgevolgd door Wibaux, die op 14 juni het uit­gaansverbod ophief. In 1985 vonden verkiezingen plaats. De tegenstan­ders van de onafhankelijkheid, met als belangrijkste partij de RPCR (Rassemblement pour la Caledonie dans la Republique) haalden 60% van de stemmen, de voorstanders, met als belangrijkste partij het FLNKS haalde 35%. In drie van de vier regionale raden kreeg het FLNKS echter de meerderheid. Zo ontstond een regionale tweedeling tussen het platteland, dat voor onafhankelijkheid is, en de hoofdtad Noumea, waar de tegenstanders in de meerderheid zijn.

De regering Fabius besloot in 1985 N-Caledonie in 1989 zelfstandigheid te geven in associatie met Frankrijk. Hiertoe werden regionale raden opgericht, werd de ambtenarij opengesteld voor Kanaken, er werd begonnen met landhervorming, dit alles om de autochtone bevolking voor te bereiden op zelfbestuur. Hieraan kwam een eind met de verkiezings­overwinning van Chirac in 1986. Snel werd vrijwel alles teruggedraaid en de belofte voor zelfstandigheid werd omgezet in een referendum. De vraag was : wenst u dat N-Caledonie deel blijft uitmaken van de Franse republiek of wenst U dat N-Caledonie onafhankelijkheid krijgt? Dit referendum op 13 september 1987 werd geboycot door het FLNKS en leverde  een overgrote meerderheid op voor handhaving van de banden met Frankrijk.

Op 2 december 1986 werd N-Caledonie op de VN lijst van niet zelfbestu­rennde landen geplaatst. Ook Australie en Nw-Zeeland hadden hier voor gestemd. Frankrijk liet weten geen rekening te zullen houden met de resolutie. De verhouding met Austra­lie en Nw-Zeeland verslechterde ook sterk, hoewel die sinds het incident met de Rainbow Warrior al niet te best was. Daags na het referendum gaven Papoea Nw Guinea, de Solo­moneil. en Vanuatu een gezamenlijk communique uit, waarin zij oprie­pen tot internationale druk om een eind te maken aan het Franse bewind. De regering van Papoea Nw Guinea dreigde over te gaan tot erkenning van de regering van Kanaky, en ook Australie en Nw-Zeeland spraken zich uit voor onafhankelijkheid.

Huidige toestand

Op 26 juni 1988 werd te Parijs tussen het FLNKS en de blanke gemeen­schap akkoorden ondertekend over het toekomstige bestuur.

– Nieuw-Caledinië zal 12 maanden rechtstreeks vanuit Parijs worden bestuurd
– daarna volgt tot 1998 beperkte autonomie voor een federatie van drie ipv vier provincies waarin de eilanden worden verdeeld.
– in die tien jaar zal frankrijk maatregelen nemen voor een evenwichtige economische, sociale en culturele ontwikkeling
– in 1998 stemmen de inwoners over zelfbeschikking.

Toekomstperspectief

Er zijn een aantal kernproblemen te formuleren:

M.b.t. Nieuw-Caledonie:

* de autochtone bevolking is een minderheid in eigen land
* de overige bevolkingsgroepen beheersen de rijkdom en hebben baat bij een band met Frankrijk

M.b.t. Frankrijk:

* Frankrijk wil aanwezig blijven in de Stille Oceaan om strategische redenen, dit is in verband te zien met de omstreden atoomproeven op Mururoa.
* door de Franse aanwezigheid leidt Frankrijk in de regio diplomatieke schade. In vrijwel geen van de staten van Oceanie is Frankrijk erg popu­lair.
* In Frankrijk bestaat een duidelijk verschil in opvatting tussen de socia­listen en rechtse partijen. Dit is duidelijk te zien mbt het plan Fabius.

Vooralsnog blijft het afwachten wat de verdere ontwikkelingen zullen brengen.

Geschreven voor de Provinciale Buitenland Werkgroep CDA-Utrecht, maart 1993.

Verder lezen: