English

English

Wim Fasol (1927-1984) was missionaris op Sumatra. Hij heeft daar bijna 30 jaar gewerkt. Een paar weken geleden kregen we bericht van iemand uit die streek via Facebook, die afkwam op onze gedeelde achternaam van ‘pastor Lisi’, zoals ze Wim Fasol daar noemden (Licinius was his zijn kloosternaam). Wat wil het geval: ze zijn bezig met een boek over hem, en zochten naar informatie over zijn jeugd in Nederland. Er is zelfs een hele Facebookgroep (Pembuatan Buku Pastor Licinius Fasol Ginting OFMCap) gewijd aan dit project. Op verzoek van de initiatiefnemers van het boek stelt Romé Fasol de herinneringen aan zijn broer op schrift.

Het gezin Fasol

Wim Fasol werd geboren in Valkenswaard op 25 oktober 1927. We waren in ons gezin met zes kinderen: Laura, André, Wim, Mia, Tiny en Romé. Het was een gelukkig gezin. André en Wim kregen hun voornaam van Andreas Fasol, grootvader van vaderszijde en van Wilhelmus (Wim) Lommers, grootvader van moederszijde. Vader (Piet) was 45 jaar onderwijzer en directeur van een basisschool in Valkenswaard. Door zijn werk, maar ook door zijn werk voor vele verenigingen was hij geliefd in heel de gemeenschap. Moeder (Christien) zorgde voor haar huishouden en bezocht haar familie en de zieken in de buurt. Zij was er voor haar kinderen en sprak met hen over hun studie en vorming. Twee van hun kinderen zouden vroeg sterven, Mia en Tiny. Twee kinderen André en Wim, voelden roeping om zich in te zetten voor hun medemens en werden priester. Laura trouwde met Harrie van Els en Romé met diens zus Tilly. Laura en Harrie kregen drie kinderen: Christianne, Peter en Cécile. Romé en Tilly kregen twee kinderen Peter en Carola. Laura’s dochter Cécile en onze schoonbroer, Mathieu met echtgenote Fien, bezochten Kabanjahe . Moeder stierf in 1991, hoogbejaard, 96 jaar oud. Zij sprak mij vaak over het verlies van haar jonge kinderen en later over het heengaan van Wim.

Kinderjaren

Wim bracht zijn kinderjaren door in de mooie landelijke omgeving van Zuid Nederland. In Valkenswaard kende toen iedereen elkaar. Mijn vader had een grote boomgaard, waarin wij als kinderen speelden. Toen hij naar de lagere school ging speelde Wim onder de waranda van ons huis de Heilige Mis na. Als jonge misdienaar had hij gezien hoe dat moest. Wij hoorden hem dan preken tegen de bloemen in onze tuin. Dat ging zó en wij, zijn broers en zussen, luisterden vaak stilletjes toe:

>Nu eens sprak God tot Adam

>Die was nog lang niet zoet

>Hij was zo ongehoorzaam

>Maar dat vond God niet goed!

 

Roeping

André en Wim besluiten al vroeg naar het seminarie te gaan. André wilde pastor zijn in een parochie en Wim koos ervoor Franciscus te volgen en kapucijn te worden. Door de houding van mijn vader en moeder wordt hun keuze en roeping ontdaan van hooggestemde verwachtingen. Het wordt voor hen een welbegrepen taak, omdat je moet zorgen voor zieken, moet troosten bij sterfgevallen en aandacht besteden aan eenzamen. Tussen André en Wim bleef een hechte vriendschap en verbondenheid bestaan. Later was Wim tijdens zijn verlofdagen ook altijd welkom op André’s pastorie en natuurlijk ook bij Laura of bij Tilly. Die verbondenheid groeide heftig in de dagen van de Tweede Wereldoorlog. In de laatste oorlogsdagen waren er razzia’s op mannen die moesten gaan werken voor de vijand. Eens, tijdens de zondagsmis riep de pastoor hen op om via de pastorietuin te vluchten. Zij vonden onderdak bij bevriende mensen. Vooraf had hij zijn kerkboek verstopt, onvindbaar voor de achtervolgers. Als zevenjarig kind sta ik bij dit alles met grote ogen te kijken. Van de vakanties herinner ik me dat het voor de beide broers altijd een groot feest werd. Ik herinner me ook dat mijn vader hen maande goed na te denken over hun toekomst. Niet eenmaal, maar vele malen zei hij bij het weggaan: “De deur staat altijd voor jullie open als je wilt terugkomen!” Op 23 augustus 1948 vierden mijn ouders hun 25-jarig huwelijksfeest. Wim mocht er van zijn overste niet bij zijn. Hij moest die dag kloostergangen schrobben en zich onthechten van wereldse zaken! Toen kon ik zoiets niet begrijpen. Nu wel! Dan wordt hij, op 4 augustus 1954, in ons aller aanwezigheid tot priester gewijd door bisschop Gratiam Grim. De tocht naar zijn toekomst was begonnen!

Training en Vertrek

Na enige jaren van dienstbaarheid in het parochiewerk van de stad Nijmegen, wordt bekend gemaakt welke benoeming Wim krijgt. Voor al zijn mede-kloosterlingen is dat spannend. Word je gewoon kloosterling, leraar, parochiegeestelijke of missionaris? De grootste uitverkiezing is die van missionaris. Na het bekend worden van die bestemming word je op de schouders genomen en in het klooster rondgedragen. En zo verging het met Wim. Intensieve voorbereidingen volgen. De taal, het koken, medische kennis, rijvaardigheid, gezondheidskeuringen, etc. Hij schrijft nog een academische verhandeling over het “Sociale Probleem in Azië en Afrika” (gepubliceerd in de 34e jaargang 1955 van het tijdschrift voor missiewetenschap). In Valkenswaard ontstaat enorme goodwill voor Wim. Kinderen houden acties voor hem en dat bleef in de jaren nadien doorgaan! Dan is het uur van vertrek aangebroken. Wij allen doen hem uitgeleide op de kade van het grote vlaggenschip, de Willem Ruijs. In juli 1957 komt hij aan op Borneo. In juli 1962 volgt zijn benoeming in Kabanjahe. Steeds is mijn moeder erbij, bij elk vertrek. Twee armen steekt ze omhoog, als wilde ze hem voor de laatste maal omhelzen.

Ziek Geworden

Kwam hij enkele weken met vakantie, dan bleek hij vaak darm- of hartklachten te hebben. Maar zijn sterke natuur en zijn wil om bij zijn mensen in Kabanjahe te zijn, hielpen hem er weer bovenop. Bij zijn laatste vertrek waren de keuringsresultaten niet goed. Hij verzweeg ze voor ons. Zijn overlijden in Medan op 23 november 1984 was een uitermate droevige gebeurtenis. De vele getuigenissen bij zijn afscheid die wij ontvingen van orde-genoten tonen hoezeer hij geliefd was geweest. Toen aartsbisschop Pius Datubara op doorreis naar Rome, ons gezin in Nistelrode bezocht, waar ik inmiddels burgemeester was geworden, was mijn bejaarde moeder, op zijn verzoek, ook aanwezig. Met grote warmte omhelsde de bisschop haar, vertelde van de genegenheid van de Karo-bewoners en omhing haar met de mooiste oelossen die hij bij zich had. Hij besprak de benoeming van Wim in Medan en waarom hij dat had gedaan. En mijn moeder begreep het en omhelsde hem met moederlijke liefde.

 

Romé Fasol, broer van Lisi Fasol.

Verder lezen: