In 1980 vindt mijn benoeming plaats tot burgemeester in Nistelrode. Tilly en ik zien om naar Valkenswaard met een gevoel van geluk. Wij besluiten, behalve van onze vrienden, ook afscheid te nemen van anderen dan “gewone” vrienden. Wij maken afspraken bij de dames Gijrath, bij mijnheer en mevrouw Kersten en ook bij mevrouw van Best.

 

Antoon Kersten

Bij de heer Antoon Kersten en zijn vrouw worden we allerhartelijkst ontvangen. Bij de man, over wie iedereen in Valkenswaard wel een mening had.Voor de oude grote werkgever van de Valkenswaardse sigarenmakers (Willem II) hadden mijn ouders en ik altijd bijzonder respect. Mijn zus werd kinderverzorgster bij de familie. Als leeftijdgenoot van die kinderschaar bracht ik in het mooie huis met tuin, plezierige uren door. Antoon Kersten toonde ook altijd zorg voor mijn vader. “Hebt u nog genoeg leerlingen om met uw school verder te kunnen?” Die zorg voor hem, beantwoordde mijn vader ook wel eens (als zijn oude schoolmeester) met een welgemeende raadgeving. En toen ik als creatieve eindexamenkandidaat met de uitslag thuis kwam, zaten onze huisarts en Toon Kersten al te nippen uit een klein glaasje. Dan sterft mijn vader in april 1961. Ik studeerde toen geschiedenis aan de leergangen in Tilburg en breek die studie abrupt af. Op een zondag niet lang daarna, nodigt mijnheer Kersten mij uit bij hem thuis. Uit respect voor mijn vader biedt hij mogelijkheden aan voor verdere studie. Hij geeft me in overweging daarover na te denken. Een week daarna, fiets ik weer naar de Luikerweg. Ik vertel hem dat ik het alleen wil klaren. “Heel goed, Romé”, zegt hij. Jaren later, afgestudeerd en wethouder van Valkenswaard, zwem ik in de vroege morgenuren in het overdekte zwembad van Valkenswaard. Ik ontmoet er opnieuw Antoon Kersten. Na de natte fitness, stonden we dan in de hal. Steeds bood hij me een sigaartje aan. Met mijn gebruikelijk excuus dat ik niet rookte, kwam zijn traditionele weerwoord: “Hoe kun je nou wethouder zijn in Valkenswaard, als je niet rookt?” Hoe dan ook. Bij de receptie ter gelegenheid van mijn benoeming in Nistelrode, waren hij en zijn vrouw een van de eersten met gelukwensen. Nog herinner ik mij zijn bemoedigend afscheid: “Mooi, en nu verder!” Voor de verhuizing uit Valkenswaard, dus nog even dat afscheidsbezoekje. Met het drinken van een paar glaasjes van de (toen voor mij nog onbekende) Corenwijn, bood hij mij opnieuw een geestverruimende en bemoedigende kijk op de toekomst! Later, toen zijn lichaam krachten verloor, vroeg ik hem: “Hoe gaat het met u?” Hij antwoordde wijs: “Romé, als klagen hielp, wat zou ik toch klagen!”

Mevrouw van Best

De ontvangst bij mevrouw Van Best was vriendelijk. Tilly en ik realiseerden ons aan tafel te zitten met een voorname weldoende dame van grote allure. Ze was een begrip in Valkenswaard. Zo chic, zo vriendelijk. Haar man, Frans van Best, was als directeur van sigarenfabriek De Gouden Koets en als president van de harmonie, een icoon. We praten over het bestuurlijke leven. Niet inhoudelijk, maar op bevlogen wijze. Over de aankoop van haar tuin ten behoeve van het centrumplan, waarover ik als wethouder met haar respectvol onderhandelde, spraken wij niet meer. Als tenslotte de theemuts weer op de pot zit, gaat ze naar de boekenkast en biedt me Antoon Coolens boek “Dorp aan de Rivier” aan. Heel bijzonder. Ik vraag om een geschreven opdracht. Zij zegt dit toe en denkt er iets bij te schrijven van Rabindranath Tagore. Niet zolang daarna sterft zij. Het boek heb ik niet meer kunnen afhalen. Maar gelukkig had ik al een exemplaar, gesigneerd door Antoon Coolen zelf.

 

Petite Histoire:

  • Er zijn een paar boeken, waarin de lotgevallen van de familie Wiegersma worden beschreven. Dat is allereerst Coolens boek “De Drie Gebroeders”. Het verhaalt de geschiedenis van het gezin van een zonderlinge dokter van het Friese platteland, Friso van Taeke, de vader van drie zoons die allen dokter zijn geworden. De oudste is de dorpsdokter Tjerk van Taeke, die de hoofdpersoon is uit de roman Dorp aan de rivier. Zijn broer aanvaardt een leven als Franciscus, helpt de armen en zwerft tenslotte als kolentremmer op de grote wereldzee
  • Tjerk trouwt een Italiaanse dame, voor wie hij het doopsel aanvaardt. Hij onderhoudt contact met zijn zwervende broer Wobbe. Op de vooravond van zijn trouwdag, komt die broer in zijn werkplunje in het mooie huis van het bruidspaar. Onderweg plukt hij een veldboeket voor de bruid. De gasten zijn ontdaan over zijn sjofele en onverzorgde verschijning. Plaats in huis is er ook niet. Uiteindelijk slaapt hij samen met de bruidegom op diens kamer, ieder aan een zijde van het ledikant, op de vloer. In alle vroegte staat Wobbe op, scheert en wast zich. Herboren beziet hij zijn plunje. Als gast kun je zo niet op een bruiloft verschijnen. Hij beziet ook de hanger waaraan het fraaie rokkostuum van zijn broer hangt. Hij betast het en als in een droom kleedt hij er zich mee. Zo, denkt hij, behoeft mijn broer zich niet voor mij te schamen. En aldus gaat hij naar beneden
  • Dan wordt de bruidegom wakker. En beseft dat zijn broer hem niet te schande heeft willen maken door onverzorgd op de bruiloft te komen. Hij zoekt geen ander kostuum, maar trekt het plunje van zijn broer aan en gaat naar beneden. De beeldschone bruid is er in haar witte kleed. Even is ze verward als ze haar bruidegom ziet, maar al snel tintelen haar ogen vol begrip. Ze leunt tegen hem aan als ze naar het rijtuig loopt. In de kerk bewondert men de broer, maar bank na bank komt in beroering wanneer het bruidspaar naar voren gaat. De avond daalt, de broers wisselen weer van kleding. Ze drukten elkaar de hand. Wobbe gaat weer de wijde wereld in. Zijn moeder huivert, ze ziet hem niet weer terug.
  • Het tweede boek “Dorp aan de Rivier” (zoals gezegd door Antoon Coolen zelf gesigneerd) doet verslag van Tjerk van Taeke als dorpdokter in Lith aan de Maas. Het gaat over de gebeurtenissen van zijn dorpsgenoten. Het gezin dat hij er sticht. Het overlijden van zijn echtgenote. De heimelijke begrafenis van haar in zijn tuin en de pseudo-begrafenis van de met aarde gevulde kist op de begraafplaats. Zijn zoons die voor studie gezonden worden naar Nijmegen en Rolduc. Het oude monumentale huis aan de Lithsedijk dat dateert van 1686 komt nu leeg.
  • Over de verkoop van het pand heb ik mevrouw van Best bericht in mijn brief van 10 augustus 1981. Antoon Coolen heeft zijn boek opgedragen aan Hendrik Wiegersma, aan wie hij de stof dankte voor beide boeken. Hendrik Wiegersma, de medicus-pictor uit Deurne, leefde van 1891 tot in 1969. Zie daarover in dit boek het verhaal van Pieter van der Meer de Walcheren. Mevrouw Elisabeth van Best-Wiegersma leeft 12 jaar langer dan de dokter uit Deurne, tot in 1981.Voor het boek met opdracht, dat ze me wilde geven, stond de tijd plotseling stil.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: