Raadsvergadering van dinsdag 15 april 1997.

 

In de stemmige winterdagen vernamen wij het bericht dat Jun Moorman ernstig ziek was. Kort daarna ontmoette ik hem hier voor het gemeentehuis. Warm ingepakt in zijn monty-coat ston­den wij te praten. Zijn ogen, altijd alert achter die goud-gerande brilleglazen, stonden ernstig. Zonder omhaal en met veel reali­teitszin vertelde hij zijn verhaal. Dan plots brak de ernst en glinsterden er weer pretlichtjes in zijn ogen terwijl hij zijn toestand relati­veerde. Hoop leefde in ons hart. In de ijle winterlucht ver­waaiden ernst, woorden en adem.

De eerste uren van de 9de april plantte ik met drie klassen leerlingen van de Doolgaardschool bomen ter gelegenheid van boomplantdag. De jongens en meisjes werkten met ijver en blijheid aan hun belangrijke taak: de natuur en de eer van de Doolgaardschool was in hun hart en hun hoofd. Het lenteweer was fraai en de kinderstemmen vulden de lucht. Maar de andere aanwezigen waren met hun gedachten aan de Meterikseweg. Later op de dag hoorden wij dat Jun in diezelfde uren dat wij de bomen hebben geplant, het moede hoofd had neergelegd.

Zijn laatste dagen in Horst lag hij daar in zijn huis in ver­driet en berus­ting. Wie er voorbij kwam en het zich reali­seer­de, kromp het hart ineen. Diep verdriet en leegte is er nu in dat huis en zijn familie. De school, die hem op handen droeg, is nu anders. De gemeen­schap die hij diende in vele hoedanig­heden, heeft veel verloren.

Ook de uitdagingen van de politiek beroerden hem. In de jaren tussen 1966 en 1974 zette hij zich in voor het werk van de gemeenteraad. Zo ook in de periode 1978-1981, toen hij Horst er vertegen­woordigde voor de Partij van den Arbeid. Zijn benoeming tot directeur van de Doolgaardschool deed hem over­wegen, daar alle aandacht aan te geven. Hij droeg zijn raads­werk over aan Toos Buyssen.

Vandaag is er verdriet in de harten van velen. Mensen als Jun zijn dun gezaaid. Zijn toewijding en zorg, zijn engagement en verantwoordelijkheidsgevoel, zijn realiteitszin en gerela­ti­veerdheid zullen wij vaak en diep missen. Horst is nu an­ders.

In dankbaarheid spreek ik hier in uw raad deze woorden uit. Woorden die niet helen. Woorden die amper troosten. Maar het beste zijn van wat wij voelen. Zijn werk is niet vergeefs. In onze herinnering zien wij zijn glinsterende ogen en zijn markante figuur. Wij horen in gedachten dat aardige stemgeluid en herkennen zijn zorg en werk in school en gemeen­schap. Moge dat lange tijd zo blijven.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: