Matthieu, ónze Matthieu, en Matthieu van Bommel, neef van Ineke en een studiegenoot van ons in Nijmegen indertijd, spellen hardnekkig hun naam met één t: Mathieu. Hoe dat komt, begrijp ik niet zo goed, want de beide Matthieus behoren tot de slimste en geleerdste mensen die ik ken. En die neef van Ineke is bovendien leraar klassieke talen van beroep en een heel goed classicus. De oorspronkelijk Griekse naam –o.a. van de evangelist!- heeft in het midden een tau én een tètha. En dat levert twee t’s achter elkaar op in de naam. Dát weten ook de twee Matthieus, en toch .. ? Het blijft voor mij een raadsel. Vooralsnog heb ik volgehouden ook hún naam als Matthieu te spellen (zoals nu weer boven dit stukje), maar ik zit er wel mee.

Er is met ónze Matthieu z’n naam nóg een probleem. Moeder had de neiging om Mietjeu te zeggen, vooral als ze hem ’s morgens (hard!) uit bed moest roepen. Waarom ze niet gewoon Matthieu zei, heb ik (ook) nooit begrepen. Ik geloof niet dat het de Wanssumse dialectvariant was. Misschien dat ze Matthieu te chique vond? Naamgenoten heetten, immers, gewoonlijk Tjeu of Jeu, of Ties (maar dat kwam van Matthias). Waren die verkorte versies misschien weer te gewoon? Ik moet daar Paul toch eens over horen, want die weet dat heel zeker.

Matthieu is op 3 oktober tachtig geworden. Normaal een gerede aanleiding voor een goed feest in de familie. Zoals iedereen weet, hebben Matthieu en Fien daarvan af moeten zien, om gezondheidsredenen. Met heel veel spijt in hun hart. En dat heeft hij in de wijde familiekring op charmante en gedenkwaardige wijze met een mooi kaartje laten weten (een verrassende (?) aardigheid was voor iedereen bijgesloten!). Is het dus noodgedwongen wat stil gebleven om deze belangrijke verjaardag heen, het zou vreemd zijn als er in de Familiekrant geen aandacht aan besteed werd.

Ik ben tien jaar jonger dan Matthieu. Ik heb hem, dus, een vol leven meegemaakt. Eerst, heel lang, als een van de drie jongsten thuis. Met Jan en Harrie behoorde Matthieu tot de ‘ongenaakbaren’, voor wie je als jongere graag schaatsen en zo poetste. Misschien kregen we daar dan ook nog een cent of twee voor, maar dat staat me niet zo meer bij; kennelijk deden we het daar ook niet voor. Matthieu en Harrie waren tegen het einde van de oorlog oud genoeg om tot degenen te behoren die moesten onderduiken om niet bij een Duitse razia voor de Arbeitseinsatz te worden meegenomen. (Jan was toen niet thuis; die zat, meende ik, al jaren in Duitsland; feitelijk zat hij, gevlucht uit Duitsland, elders ondergedoken.) Dat vond ik erg spannend, angstaanjagend. Zoals ook het feit dat Matthieu en Harrie (net als Vader), eerder, bij de vele luchtgevechten boven Noord-Limburg niet met ons ’s nachts naar de kelder gingen, maar –kennelijk- buiten het zich allemaal stonden aan te kijken.

Brieven heb ik, geloof ik, aan Matthieu nooit geschreven. Als soldaat was hij ieder (?) weekend thuis, hij zat niet in “Indië” zoals Jan en Harrie (die van mij wel veel brieven kregen). Matthieu was ingedeeld bij de Luchtmacht; hij droeg een blauw uniform, wat ik gek vond, dat leek zo weinig op een echt leger. Indrukwekkend was wel dat hij daar Kees Rijvers ontmoette, een van de bekendste voetballers van Nederland van die tijd. Voetballen deed Matthieu, dus (?), ook, maar ik denk niet dat hij ooit samen met Rijvers de linkerflank heeft mogen bezetten. Uiteindelijk heeft hij het daarin ook nooit verder gebracht dan als aanvoerder (dat wel!) van het derde van Wanssum. Het sociale aspect van het voetballen sprak Matthieu vooral aan. Aan trainen werd vóóraf weinig tijd en energie verspild, wel aan de nabespreking na afloop in het café.

Maatschappelijk sterk geëngageerd is Matthieu altijd geweest. In mijn herinnering zijn er veel heftige discussies tussen hem en Vader geweest aan kop van de lange eettafel thuis. Concreet kan ik me daar niets van herinneren (aan het eind van de tafel probeerde je ondertussen jouw deel van het vlees en zo te bemachtigen), wel de indruk dat Matthieu vaak tegen Vader inging. Toen al was hij thuis de non-conformist, hoewel hij een tijd lang zich voor Vaders KVP heeft ingezet. Of zijn overstap naar de VVD nog door Vader is meegemaakt, weet ik niet; ik denk het niet. Toen ik (veel?) later mocht meepraten, vond Matthieu het gek dat Leo en ik met onze politieke, linksige ideeën en interessen geen lid waren van een politieke partij. Uitgedaagd, werd Leo toen lid van de PPR (later opgegaan in Groen Links) en ik van de PvdA.

Bewonderenswaard heb ik altijd gevonden hoe Matthieu zijn door oorlog en lange diensttijd daarna sterk verstoorde normale studiecarrière toch heeft weten af te sluiten met een doctoraal Rechten. Grotendeels zelf bij elkaar verdiend. Eén jaar heeft hij, meen ik, een min of meer regelmatig voltijds studiejaar in Nijmegen mogen genieten. Dat was een geweldige tijd, met z’n drieën samen in Nijmegen. Ik telde toen als tien jaar jongere ondertussen ook een beetje mee.

Voor het familieleven heeft Matthieu altijd veel betekend. Veel heeft hij gedaan om het familieleven te voeden. Letterlijk ook, in de tijd dat hij “in de zuivel zat”. Iedereen kent hem als een groot initiator van en inspirator bij familiebijeenkomsten. Verrassend is Matthieu ook in deze altijd geweest. Toen, bijvoorbeeld, iedereen zich steeds meer gooide op het maken van ‘liedjes’ voor feestgidsen, kwam hij met iets eigens, zijn “Worte ohne Lied”. Dat leek voor deze en gene in het begin misschien even een gemakkelijke manier om van het creatieve geworstel om een ‘lied’ te schrijven af te komen, maar wie het zelf eens geprobeerd heeft, heeft snel ontdekt dat het niet simpel is om het artistieke niveau van Matthieus werk te evenaren. De lang verwachte bundeling van deze “Worte ohne Lied” zal dat definitief duidelijk maken.

Noodgedwongen, door gezondheidsproblemen en gewoon leeftijd, is het allemaal wat stiller geworden om Matthieu. Gelukkig draagt hij nog steeds actief bij aan de Familiekrant, door trouw voor iedere aflevering zijn rubriek te verzorgen!

Theo

Nijmegen, september 2006

Verschenen in de Familiekrant Van Els, nr. 15, oktober 2006.

Verder lezen: