Presentatie te Rolduc van de bundel Ontgonnen Verleden door de voorzitter van het LGOG op 18 oktober 1996.

 

Geachte heer en mevrouw Augustus, waarde Louis.

Toen ik mij neerzette om na te denken over mijn toespraak, gingen mijn gedachten terug naar de 22ste augustus van dit jaar. Het was een fraaie zomerdag, waarop de bestuursleden van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap hun jaarlijkse studiereis maakten. Zonder twijfel een ernstige aangelegenheid, die terdege wordt voorbereid. Ik zie u denken dat het met dat leerzame karakter van zo’n studiereis van het bestuur wel zal loslopen. Dat de gelegenheid wordt aangegrepen om op vrolijke wijze met elkaar een goed glas te nuttigen en elkaar sterke verhalen te vertellen uit onze jeugd. Niets is minder waar.

Bittere rechtsplegingen voor Bokkenrijders

Wij werden aan het begin van ons leerzaam vertreden op een prozaïsch parkeerterreintje in Herzogenrath opgewacht door de heer Augustus. Hij leidde ons al vertellend door het stadje. En hoe helder en zonovergoten die dag ook was, zijn bevlogen verteltrant en gevoel voor finesse voerden ons terug naar dagen die wij duister en vervlogen waanden. En niet alleen werden wij bevangen door dat verleden, met respect ook voelden wij de heftigheid waarmee hij slachtoffers memoreerde waarvan de namen en levens verloren gingen in bittere rechtsplegingen. De integere historicus rechtte zijn rug als een leraar, toen hij eraan herinnerde dat het slachtofferen in fundamentalistische rechtsplegingen niet werkelijk tot het voltooid verleden behoren. Wij allen weten dat. Geschiedenis mag dan gestolde politiek zijn, politiek blijft – complementair gezien – voorshands vloeibare geschiedenis.

Mijmeren met disgenoten

Onze tocht voerde vervolgens naar Rolduc. Ik behoef u niet te vertellen dat onze studietocht door dit land van Augustus een fraai en enerverend einde beleefde. Mijmerend in de abdijkerk, geboeid door muurspreuken en bouwkundige details, geïmponeerd door de bibliotheek en verhalen aanhorend vol herinneringen, hebben wij ons tenslotte neergezet.

Tesamen met zijn echtgenote en temidden van hem toegenegen bestuurderen met hun levensgezellen en –gezellinnen, hebben wij genoten van wat een eenvoudige abdijmaaltijd kan brengen. En hoe eenvoudig de dis ook was, de namen der gerechten waren van een oprechte augustiaanse gezindheid. Aan het einde van dit memorabele tafelen, waar we allen met vreugde aanzaten, had ik het voorrecht om namens het LGOG Tiny en Louis Augustus te mogen toespreken. Woorden te zoeken voor deze voortreffelijke mensen is niet moeilijk. Hun beider inzet, jaren en jarenlang, voor wetenschap en samenleving beroert de harten van die hen mogen kennen. Natuurlijk past daar menselijke maat bij. Hun beider relativerend vermogen verdient dat ook. Doch wanneer een mens een mijlpaal in zijn leven rondt, mag hartelijke erkentelijkheid worden geuit.

Erelid LGOG

Wij mochten dat doen door de heer Augustus het erelidmaatschap aan te bieden van het LGOG. Zijn oeuvre, het wetenschappelijk niveau daarvan, zijn integriteit als beoefenaar van het geschiedkundig handwerk, de toegankelijkheid van de resultaten van zijn onderzoekingen, de voorbeeldwerking ervan naar een jongere generatie en zijn innemende persoonlijkheid boden ons gelegenheid en middel om de erkentelijkheid weer te geven van de velen die hem zijn toegenegen. Ik heb bij die gelegenheid niet ongememoreerd gelaten de steun die hij ondervindt van zijn echtgenote, die niet naast hem staat. Maar naast hem gaat!

Beste Louis en Tiny.

Vandaag zijn we opnieuw bijeen. Ik heb ergens gelezen Louis, dat je jarig bent. Wat men gebruikelijk voor jouw leeftijd als een kroonjaar aanduidt, geeft ons hier en nu de gelegenheid de kroon op je werk te zetten. De reeks van werken van het LGOG verwelkomt met graagte de geboorte van een nieuwe bindel. Dat ze is gewijd aan Louis Augustus doet ons eens te meer beseffen dat wij bij elkaar horen. Graag werd ingestemd met het initiatief van de stichtingen Lève Rolduc en Land van Herle om de bundel “Ontgonnen Verleden” een vruchtbare toekomst te gunnen. Naar men mij heeft verteld, hebben De Maasgouw en de Publications het verleden van Oostelijk Zuid-Limburg nimmer in samenhangende zin tot thematiek gekozen. Met deze bundel wordt die achterstand weggewerkt.

Een Elske

Wij wensen je van harte geluk met je verjaardag en met deze gebeurtenis. Moge er voor jullie beiden nog vele goede en interessante jaren in het verschiet liggen. En laten we allen hopen dat we nog vele vruchten plukken van je kennis en kunde. Naar oud gebruik binnen het LGOG bied ik je tenslotte een Elske aan. Je weet dat we dat doen als speciale koestering van onze ereleden, mits zij 75 jaar zijn geworden en bij die gelegenheid een bundel krijgen aangeboden. Moge dan deze dag, alsook die zonovergoten samenkomst in augustus, voor velen van ons een dierbare herinnering blijven.

 

Herinnering:

  • Zie ook mijn Voorwoord bij de bundel Ontgonnen Verleden, 1996

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: