Laatst zong ik (nou ja, ‘zingen’: het was meer stem-kraken) min of meer per ongeluk een paar liedjes die wij in de jaren dertig op de Lagere School leerden. (Toen was er in Wanssum nog geen Kleuterschool, zoals in sommige andere plaatsen al wel. Zoiets heette trouwens in ons dialect “Bewaarschool”; denkend aan de hedendaagse trend zou je bijna zeggen, avant la lettre)

Sandra vond dat ik die liedjes in de Familiekrant moest schrijven. Er kleven wel enkele bezwaren aan de uitvoering van die taak. Ik weet namelijk niet of ik de juiste tekst nog wel heb. Bovendien ben ik het notenschrift niet machtig. Hoe dit bezwaar op te vangen weet ik niet. Suggesties zijn welkom.

Daar gaat-ie dan.

Bellen trekken

Iedere avond kwam bij buurman een kwajongen aan de bel.

Buurman werd er zo boos om en hij dacht:

“ik krijg jou wel.”

Dikwijls ging hij op de loer staan, maar hij zag niet wie het deed.

Toen dacht buurman bij zichzelven: “morgen krijg ik jou, deugniet, beet”.

 

Toen de jongen ’s anderen avonds weer de bel te pakken had,

gooide buurman uit het venster knaapje-lief met water nat.

Druipend van het koude water, is hij op de loop gegaan

en hij is sedert dien avond nooit meer aan de bel gegaan.

 

Vogelvanger

Piet, Piet, Piet ging naar het bos,

op de vogels ging hij los.

Wat hij daar dan uit wou halen,

Was een nest met nachtegalen.

Maar de vogels riepen: “Piet,

Piet, Piet, jij krijgt ons niet.”

 

 

De Pruimeboom

(het bekende gedicht van Hieronymus van Alphen, 1746-1803, zongen wij ook, in een wat aangepaste versie; de oorspronkelijke tekst van Van Alphen, even belerend en braaf als de voorafgaande twee, gaat als volgt:)

 

Jantje zag eens pruimen hangen,

o! als eieren zo groot.

’t Scheen dat Jantje wou gaan plukken,

schoon zijn vader ‘t hem verbood.

 

Hier is, zei hij, noch mijn vader,

noch de tuinman, die het ziet:

aan een boom, zo vol geladen,

mist men vijf zes pruimen niet.

 

Maar ik wil gehoorzaam wezen,

en niet plukken: ik loop heen.

Zou ik, om een handvol pruimen,

ongehoorzaam wezen? Neen.

 

Voort ging Jantje: maar zijn vader,

die hem stil beluisterd had,

kwam hem in het lopen tegen

vooraan op het middelpad.

 

Kom mijn Jantje, zei de vader,

kom mijn kleine hartedief!

Nu zal ik u pruimen plukken;

nu heeft vader Jantje lief.

 

Daar op ging Papa aan ’t schudden,

Jantje raapte schielijk op;

Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,

en liep heen op een galop.

 

 

Er zijn uiteraard veel meer schoolliederen uit die tijd, niet allemaal misschien zó stichtelijk als dit laatste maar toch wel bijna zonder uitzondering met een min of meer opvoedkundig karakter; ‘normen en waarden’, daar deed de school toen tenminste nog wat aan, zeggen wij ouderen dan.

Veel schoolliederen van dat type ken ik nog, maar te veel om hier allemaal uitvoerig te memoreren. Ik laat het dus hierbij. Wel zal ik bij een volgende gelegenheid een lied opschrijven uit een heel andere periode.

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 17, november 2007.

Verder lezen: