De politieke aardverschuiving in Rotterdam en de onthutsende peilingen over ’s lands politiek hebben mij danig bezig gehouden. Eerst kreeg ik de griep. Daarna hoorde ik, dat niemand het snapte. Politieke voormannen met grote reputaties spraken over ‘weer luisteren naar de mensen’. Deden we dat dan niet? Marcel en Felix meenden dat ‘als je in politieke idealen gelooft, je er ook risico’s voor moet durven lopen’. En we moeten vooral PRO-ACTIEF handelen. En daar kom ik nou op.

Als we geen pro-actief beleid voor de ‘fietsvakantie’ maken, is de kans groot dat onze politiek eensgezinde familie nog eens terechtkomt in het boek van die ex bijzonder hoogleraar. Wij moeten dus weer luisteren naar de mensen en beleid maken rond ‘leefbaar fietsen’.

Want wat is de situatie?

Het vigerend fietsbeleid richt zich nog steeds op de vitaliserende werking van het kilometervreten. Om tien uur, uiterlijk om half elf, zitten we op de fiets. De achterblijvers lachen ons schaapachtig toe. We rijden een parcours met een kleurloze middagstop. Om vier uur is het tennissen. En het avondeten wordt in eigen beheer bereid. Zo eindigt de eerste dag! Ik roep u toe: ‘mensen komt tot inkeer!’ Want bij een fraai buiten, een modeltuin, een bezienswaardig kasteel of een mooie dorpskern stappen we wel even af en we kijken een minuut of wat. MAAR ZIEN WE OOK IETS?

En dan zijn er familieleden die vanuit de habitus der dingen op het park blijven. Zij lezen een krant of een boek. Niet elke dag, maar regelmatig toeren ze wat door de omgeving. Genieten ’s middags een lunch en keren huiswaarts om de doorkomst van het peleton bij te wonen, En deze groep zal groeien tot ook de jongste 80 jaar is.

En dan is er de goede gewoonte om op zondag en ook de laatste avond uit eten te gaan. En de andere goede gewoonte is het avondlijk samenzijn: kruusjassen, bridgen, lezen en babbelen. Behalve als er voetballen is op de buis!

Dat alles moet zo blijven. Met een paar verschillen.

(1) We fietsen niet langer dan 20 km per dag. Ook zwakkere knieën kunnen dan langer mee. (2) Dan moeten we een paar keer in onze fietsweek een bezienswaardigheid (niet alleen vanwege het terras) lokaliseren, waar we in de loop van de dag in alle rust iets bezichtigen en bij elkaar zijn: de pedaleurs en de automobilisten. Iets waar we ’s avonds gezamenlijk over kunnen babbelen.

(3) Twee of drie van deze uitstapjes moeten goed worden voorbereid.

(4) Dan: vroeger ging je duur eten in een restaurant. Nu zijn er tal van Grand Cafés met eenpansmaaltijden. Zou het wat zijn om wat vaker buiten de deur te eten, zodat ook de ouder wordende thuiszorgers wat meer vakantiegevoel hebben?

Ik schrijf deze gedachten neer op persoonlijke titel. Als laatst aangetrouwde, maar met volledige steun van Tilly. Ik weet dat het ook anderen bezig houdt. De tijd is rijp! We gaan weer luisteren naar de mensen.

LEVE HET LEEFBAAR FIETSEN!

Gemailed vanuit Horst op de feestdag van Sint Mathilde (noot redactie 14 maart).

 

Romé

Dit artikel verscheen in Familiekrant Van Els, nr. 8, april 2002.

Verder lezen: