De Nationale Dodenherdenking op de avond van 4 Mei 1995.

Op 26 en 27 november van het vorige jaar hebben wij herdacht dat onze gemeente 50 jaar geleden werd bevrijd. Die herden­king was zeer sfeervol. Zowel de ontvangst van de oud-strijders in de raadszaal van het gemeentehuis, alsook de plechtige viering van de bevrijding in het Gast­hoes in aanwezigheid van de Gouver­neur van Limburg en de dienst in de Deke­nale Kerk, herin­neren wij ons als emotievol en indrukwekkend. We hebben ons gerea­liseerd dat de generatie van toen oud is geworden. We zien de fiere gelederen van de leden van het voormalig verzet, de veteranen en de direct nabestaanden van de slachtoffers in de herfst van hun jaren. De media bespraken de argumenten van het al dan niet doorgaan met herdenkin­gingen in de toekomst, dan wel het waardig afslui­ten daarvan.

Was er een God in Auschwitz

Daarover spreken lost echter weinig op van de onvrede die wij allen blijven voelen bij het telkens teloor gaan van onze idealen over een veilige en leefbare wereld. Ook vandaag spre­ken de media over de gedachte of vrede omschre­ven moet worden als een periode gelegen tussen twee oorlogen in, of als een voort­durende toestand van de geest. Het cinisme in ons schijnt het te winnen wanneer wij dit dilemma overwe­gen. In het boek “Sop­hie’s Choice” wordt het hard en niet mis te ver­staan gezegd. Op de vraag: “Zeg eens, was er een God in Ausch­witz?” volgt het antwoord: “Ik weet het niet, maar waar was toen de mens?” En wat vinden wij van een dergelijk antwoord, wanneer we nadenken over Hutu’s en Tutsi’s of over Bosni­sche en Kroa­ti­sche Serven? Nadenkend en stil gaan we aldus weer op weg naar het gedenk­teken op de Oude Begraafplaats.

Oude begraafplaats

Velen uwer en ook de leden van het gemeen­tebestuur hebben zich in voorbije jaren zorgen gemaakt over de desolate indruk die deze plek op ons maakt. Na jaren­lange onzekerheid over de toekomst ervan, geeft de uit­spraak van de Raad van State voldoende zekerheid op waardig behoud in de toekomst. Inmid­dels heeft een stich­tingsbestuur de taak op zich genomen om te komen tot restauratie, ver­fraaiing en beheer van deze zeer oude plaats in Horst. In juni zal de ge­meenteraad hierover nader beslui­ten. Ik hoop oprecht dat dit eerherstel ook in onze gemeen­schap het respect voor de slachtof­fers van een verlo­ren vrij­heid zal verdiepen en be­stendi­gen.

Licht van de vrijheid

Dat respect is immers gewenst. Wij herinneren ons hoe de oud-strijders uit Engeland en Schotland daar stonden. Martiaal en waardig in hun jaren, maar steeds nog doordrongen van hun roeping dat Europa bevrijd moest worden. Een traan blonk in hun ogen. Ik her­lees de dankbrief van Colonel Archie Fletcher:

“Ik schrijf u, om u en de bevolking van Horst te danken voor het indrukwekkend welkom en de grote gastvrijheid welke ons te beurt viel bij de viering van de herdenking van de bevrijding. Ik moet u zeggen dat ik helemaal beduusd was dat u ons allen van zoveel jaren terug nog herinnerde. Ik denk niet dat ik ooit zal vergeten hoe u ons hebt ontvangen. De koperen kande­laar met gemeentewapen en de inscriptie “Licht van de Vrij­heid” staat nog steeds op mijn bureau en zal daar blijven staan om mij te doen herinneren wat 50 jaar geleden ge­schied­de, maar ook wat vorige week in Horst gebeurde. Mijn vrouw en ik groeten u zeer hartelijk en wensen Horst het allerbeste, nu en in de toekomst.” Dat schrijft Colonel Archie Fletcher. Zijn harte­lijke brief beurt ons op. Het is de stem van iemand die er wat aan gedaan heeft.

Op weg naar Horst

Samen met hem en zijn makkers hebben wij de gevalle­nen toen herdacht. Wij gedenken ook nu alle doden van oorlog en tiran­nie. Wij geden­ken in het bijzon­der de joden die in concentra­tiekam­pen ge­noemd of naamloos ten onder gingen. Wij gedenken de mensen die in de oorlog hebben gele­den. Wij gedenken als Nederlanders Anne Frank en Titus Brand­sma in het bijzonder. Wij gedenken de slachtoffers van verzet. Wij gedenken onze bevrijders die ginds in Europa en hier in De Peel op weg naar Horst hun leven verloren.

We denken aan leed door verwonding en verminking. Leed door bombardementen. Leed door vlucht en verlatenheid. Leed door verlies van onschuld. Herinneren wij ons dat in stilte. Van hen die wij aldus geden­ken, bewonderen en danken, herkregen wij immers de vrijheid. Niet om ze weer teloor te laten gaan.

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: