Een dagreis per kar door modderig land
Schamele dorpen, door soldaten verlaten
En hier een kerk eenzaam op het zand
Gehavend door storm waar mensen eens zaten.

De trap, tot waar klokken ooit klonken, op.
Het venster. Een voet op de rand
Het paard schudt de kop
Trekt hij zich op – een touw in de hand.

De spits verkleumd als zijn vingers door de wind –
Van december, die alles doorwaait
Een minuut kijkt hij rond, voor hij begint:
Geleund tegen het dak, met gaten bezaaid.

Daar – het dorp, de herberg waar hij sliep
En achter de einder de stad die hij verliet
Waar hij zijn jeugd en zijn ouders vaarwel riep
In het Frans eens gedwongen tot ‘t seculier acquit

Rondom hem akkers, een rivier met een molen
Verderop bossen, en regen op komst.

Dit is de plek.
+++++++ Dit was de plek.

Uit zijn rugtas haalt hij een lei
Haakt hem vast aan het vale hout:
Aan de slag.

Vijf keer geheugenverlies
Maar ik zie het voor me.
Ik weet het nog
Ik ben er geboren.

Reconstructie van de voormalige parochiekerk van Valkenswaard in de Kerkakkers anno 1830 door A. Smets (uit: 'Van Wedert tot Valkenswaard', 1973). We vinden de 17-jarige Reynier Fasol uit Bree in Belgie" in 1800 in Valkenswaard, als hij, volgens de burgemeestersrekeningen, mee helpt om het dak van de kerktoren te herstellen. Dit is de -in 1860 na de bouw van een nieuwe kerk aan de Markt gesloopte- kerk in de Kerkakkers, in de weilanden tussen het Dorp en Geenhoven. Deze kerk werd gebouwd omstreeks 1500 in de bouwstijl van de Kempische gotiek. In 1800 was hij is zwaar vervallen staat. Sinds 1648 was de kerk in protestantse handen. In 1782 wendde de protestantse kerkgemeente zich tot de Raad van State om geld voor reparaties te vragen. Toen werd onder andere een nieuw uurwerk geplaatst. Maar het verval nam toch ernstiger vormen aan na de invallen van de Franse troepen en het niet erg rustige verlaten van de protestanten van de kerk in 1798. De kerk is dan zo bouwvallig dat het gemeentebestuur zegt "dat er de nadeeligste gevolgen van de wagten zijn". Tijdens een zware storm op 7 november 1800 lijdt de toren veel schade en de stompe spits verliest zijn leien mantel. De jonge 'schaliëndekker' Reynier Fasol uit Bree helpt mee om 3000 nieuwe leien aan te brengen [Mélotte, p. 113-124]. Na een laatste reparatie in 1803 nemen de katholieken de kerk pas weer in gebruik. Er is ook een losse mededeling in de gemeentearchieven die luidt: "In 1800, de 7e november waaiden er 3000 leien van de kerktoren. De leidekker Johannes Theodorus Schoofs (nie van hier) werkte 20 dagen aan de reparatie à 4 gulden 12 stuivers daags." [B1 -101]. Deze Schoofs is naar alle waarschijnlijkheid identiek met Johannes Mathijs Schoofs uit Bree (geb. 1773). Als Reynier bij de Schoofsen in de leer was, verklaart dat dat gemeld wordt dat Reynier aan het werk was, maar dat de afrekening plaats vond met Schoofs.

Reconstructie van de voormalige parochiekerk van Valkenswaard in de Kerkakkers anno 1830 door A. Smets (uit: ‘Van Wedert tot Valkenswaard’, 1973). De 17-jarige Reynier Fasol uit Bree in België arriveert in 1800 in Valkenswaard, als hij, volgens de burgemeestersrekeningen, mee helpt om het dak van de kerktoren te herstellen. Dit is de (in 1860 na de bouw van een nieuwe kerk aan de Markt gesloopte) kerk in de Kerkakkers, in de weilanden tussen het Dorp en Geenhoven. Deze kerk werd gebouwd omstreeks 1500 in de bouwstijl van de Kempische gotiek. In 1800 was hij in zwaar vervallen staat. Sinds 1648 was de kerk in protestantse handen. In 1782 wendde de protestantse kerkgemeente zich tot de Raad van State om geld voor reparaties te vragen. Toen werd onder andere een nieuw uurwerk geplaatst. Maar het verval nam toch ernstiger vormen aan na de invallen van de Franse troepen en het niet erg rustige verlaten van de protestanten van de kerk in 1798. De kerk is dan zo bouwvallig dat het gemeentebestuur zegt “dat er de nadeeligste gevolgen van de wagten zijn”. Tijdens een zware storm op 7 november 1800 lijdt de toren veel schade en de stompe spits verliest zijn leien mantel. De jonge ‘schaliëndekker’ Reynier Fasol uit Bree helpt mee om 3000 nieuwe leien aan te brengen. Na een laatste reparatie in 1803 nemen de katholieken de kerk pas weer in gebruik. Er is nog een losse mededeling in de gemeentearchieven die luidt: “In 1800, de 7e november waaiden er 3000 leien van de kerktoren. De leidekker Johannes Theodorus Schoofs (nie van hier) werkte 20 dagen aan de reparatie à 4 gulden 12 stuivers daags.” Deze Schoofs is naar alle waarschijnlijkheid identiek met Johannes Mathijs Schoofs uit Bree (geb. 1773). Als Reynier bij de Schoofsen in de leer was, verklaart dat dat gemeld wordt dat Reynier aan het werk was, maar dat de afrekening plaats vond met Schoofs. In de jaren ’60 van de twintigste eeuw verrijst een nieuwbouwwijk in dit gebied, genaamd ‘Kerkakkers’, de wijk waarin ik ben geboren.

Verder lezen: