Een gedicht uit eenzame jaren, geschreven in een vliegtuig op weg voor Philips 20 oktober 1964.

In de schaduw van de bomen

lag de rijm in de velden

toen ik hoog boven de mensen

in het vroege uur van de morgen

naar het Oosten vloog.

 

Maar na de dag keek ik

bij het vallen van de duisternis

naar het Westen waar

de zon haar laatste stralen

naar wolken zond die

achter elkaar gleden aan de horizon.

 

In de puur blauwe lucht

ver van de verstuivende nevel

die mij scheidde van de mensen

leek het alsof ik stilstond.

 

Ik zag toen het land

waar de koning leefde

gevangen in een graal

die glinsterde als goud

en goudachtig was als de kleuren

van de herfst daar beneden.

 

En beneden kwam ik weer

de graal vervaagde in mijn gedachte

en ik zag de herfst van de mensen

met de rijm die achter de bomen

in de velden lag.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

 

Verder lezen: