Toespraak gehouden door staatssecretaris Jan Kees de Jager op 5 maart 2009 te Tilburg.

De tijd dat je als student aan de universiteit, voor het maken van een werkstuk, naar een computerzaal moest, ligt helemaal niet zo ver achter ons. Over welke tijd ik het heb? Ik denk zo ongeveer de tijd dat Bestuurlijke Informatiekunde werd opgericht in Tilburg, vijf lustra geleden.

Met in de ene hand twee 5 1/4; inch floppy’s – één met DOS erop om de computer op te starten, één met WP 4.2 erop om tekst te verwerken – en in de andere hand je boeken ging je aan de slag. Aan het eind drukte je je werk af op een matrixprinter op papier met links en rechts afscheurbare perforatieranden. De eerste IBM-pc was net twee jaar op de markt.

Als je deze situatie nu zelfs zou tegenkomen bij je opa en oma, zou je ze nog uitlachen. We realiseren ons niet dat dit 25 jaar geleden state of the art was. Vijfentwintig jaar is tegenwoordig, in onze van ICT doordrenkte wereld, een eeuwigheid. De ontwikkelingen gaan steeds sneller.

Ik heb zelf die ontwikkeling van dichtbij meegemaakt en er zelfs aan bijgedragen als voormalig ICT-ondernemer. Een unieke periode in mijn leven, natuurlijk in de eerste plaats omdat IT leuk is en een interessant werkterrein.

Maar vooral ook vanwege de periode waarin ik erin werkzaam was, de periode waarin de ontwikkelingen zo enorm snel begonnen te gaan. Het geeft wel een voldaan gevoel om van die ontwikkeling deelgenoot te zijn geweest.

Ik ben destijds in 1992 aan het begin van mijn studententijd aan de EUR, heel klein begonnen, met een studievriend op een zolderkamer. We maakten nieuwe mediatoepassingen voor de retailbranche zoals interactieve kiosken, cd-roms en beeldkrantsystemen. Twee jaar later begonnen we te experimenteren met iets dat toen net nieuw was: het World wide web. We zagen de groeiende mogelijkheden van webtoepassingen en daar gingen we ons ook op toeleggen. Zelf creatieve oplossingen bedenken, innovatief proberen te zijn, en ook de mogelijkheden van innovaties optimaal benutten.

Innoveren en creativiteit zijn wat mij betreft kernwaarden die ontzettend belangrijk zijn, eigenlijk in iedere bedrijfstak. De motor van de Nederlandse economie wordt gevormd door, wat mij betreft, het innoverend vermogen van ondernemers.

Wij weten het intussen allemaal wel: als je dingen op papier zet gaat dat efficiënter met een tekstverwerker dan met een typemachine. Een boekhouding voeren gaat beter met een computer dan in een schriftje. Het zijn maar heel kleine voorbeeld, maar ze laten goed zien hoe IT bijdraagt aan efficiënt werken. Zakendoen gaat ook beter als je erin slaagt ICT goed toe te passen. Het zal u niet verrassen dat ik er rotsvast in geloof dat ICT je kan helpen om je onderneming een nieuwe groeistap te laten maken.

Dat geldt niet alleen voor bedrijven, maar ook voor de politiek. In de tijd dat ik penningmeester was van het CDA kreeg de verkiezingscampagne een beslissend zetje in de rug dankzij de ruim 100 blackberry’s die ik had geregeld. We hadden een enorme informatievoorsprong op de concurrentie en daardoor werkten we heel efficiënt samen.

Eén van de speerpunten waaraan ik als staatssecretaris resultaat op wil boeken is dan ook de bevordering van innovatief ondernemerschap.

Hoe pan ik dat aan? Met name starters, innovatieve bedrijven en doorgroeiers zijn belangrijk. Daar trekt het kabinet ook geld voor uit.

Een voorbeeld is de Octrooibox. De Octrooibox zorgt ervoor dat winsten die bedrijven maken met octrooien effectief tegen een veel lager tarief worden belast in de Vennootschapsbelasting, tegen 10% in plaats van 25,5%. Dat is echt een maatregel die bedoeld is om innovatie te bevorderen.

Immateriële activa die voortvloeien uit een erkend R&D-project vallen ook onder de octrooibox, die daardoor toegankelijker voor het MKB is geworden.

Zo hebben we ook de WBSO vereenvoudigd. De WBSO is de wet die regelt dat er een afdrachtvermindering in de loonbelasting is voor bedrijven die aan research en development doen.
De loonberekening per werknemer is vervallen. De eindafrekeningsaangifte is afgeschaft en er is nog maar één instantie bezig met de uitvoering, SenterNovem. Er zijn ook vereenvoudigingen binnen de WBSO. Bijvoorbeeld het maximale aantal mededelingen gaat omlaag van drie per kalenderjaar naar één.

En er zijn de innovatievouchers, een programma van Economische Zaken gericht op kleine ondernemers die een budget kunnen krijgen dat ze kunnen besteden bij bijvoorbeeld universiteiten.

Ik stel dus alles in het werk om het innovatief vermogen van ondernemers optimaal te doen ontwikkelen. Maar ook in eigen huis heb ik een mooie opdracht om te innoveren.

Als staatssecretaris ben ik ook verantwoordelijk voor een grote uitvoeringsorganisatie, de Belastingdienst. ICT heeft de Belastingdienst enorm veranderd en dat gaat nog steeds door. De Belastingdienst was altijd trendsettend en is dat in veel opzichten nog steeds. En in alle andere opzichten willen we dat weer worden! ICT helpt de Belastingdienst om moderne dienstverlening te bieden. Dat gaat niet vanzelf. We dragen een verleden met ons mee. Maar de belastingdienst heeft een strategie die rechtstreeks is verbonden met ICT en die alleen kan slagen dankzij het goed toepassen van ICT.

Een heel recente vereenvoudiging waar ik even bij stil wil staan is het digitaal factureren. Bedrijven sturen elkaar jaarlijks zo’n 500 miljoen facturen om de BTW te kunnen verrekenen. Het wordt mogelijk om facturen volledig elektronisch te verzenden en te bewaren; een papieren factuur is dan niet meer nodig voor de Belastingdienst.
Dat besluit heb ik genomen in afwachting van de EU-discussie over regelgeving voor e-facturen. Ik maak me daar hard voor. Het volledig digitaal facturen leveren het bedrijfsleven een besparing op van naar verwachting 600 miljoen euro per jaar. Dan ga ik ervan uit dat ongeveer 50% van de bedrijven dan binnen een paar jaar gebruik van elektronische facturen maken.

Burgers zijn heden ten dage mondig. Hij wil weten wat zijn rechten en plichten zijn, hij wil heldere informatie. Burgers zijn gewend geraakt aan goede service, zoals ze die ook krijgen van bedrijven waar ze klant zijn. Uiteraard, en volkomen terecht, verwachten ze dezelfde service ook van de overheid. Als uitvoeringsorganisatie moet je dus klantgericht werken.

Ook in het verleden heeft ICT altijd een grote rol gespeeld binnen de Belastingdienst. Dat is ook logisch als je bedenkt dat gegevens van miljoenen belastingplichtigen op een juiste manier moeten worden verwerkt. De Belastingdienst liep daarmee voorop.

Wat we nu hebben gezien is dat de belastingdienst duidelijk te maken heeft gekregen met de wet van de remmende voorsprong.

Vanuit het verleden waren de administratieve processen ingericht naar belastingwet. Een systeem voor de inkomstenbelasting, een voor de vennootschapsbelasting, een voor de kansspelbelasting, enzovoort. Maar wanneer een belastingplichtige inzicht wilde in zijn gehele belastingpositie, moest je soms wel zes verschillende systemen raadplegen om dat overzicht te krijgen. Om dat op te lossen zijn er veel maatwerkoplossingen gebouwd. Zo is een systeem ontstaan dat overlappingen kent en dat de sporen draagt van technologie uit heel verschillende tijdperken.

Ik hoef u niet uit te leggen dat het in zo’n situatie moeilijk is om fouten te voorkomen of te herstellen. Een probleem heeft al gauw gevolgen voor de systemen die eraan gekoppeld zijn.

Kortom er was werk aan de winkel. We zijn gestart met een veelomvattende vereenvoudigingsoperatie. Een onderdeel daarvan is het programma Complexiteitsreductie. Het doel daarvan is om de technische infrastructuur open en flexibel te maken. De Belastingdienst werkt nu met heel veel gesloten systemen. Daardoor verloopt de uitwisseling van gegevens tussen de systemen moeizaam. Om dat te kunnen doen is standaardisering nodig van begrippen die worden gebruikt.

ICT-processen zijn dus in de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden binnen de belastingdienst. In de organisatiestructuur van de Belastingdienst zie je dat nu ook terug. Ik heb vorig jaar het automatiseringscentrum van de Belastingdienst laten reorganiseren en er is nu vanuit het ministerie een sterke centrale sturing op ICT-processen. In het management van de belastingdienst is een aparte manager voor ICT en architectuur aangesteld.

De Belastingsdienst is een ongelooflijk ingewikkelde organisatie. Veel complexer dan een gemiddeld bedrijf bijvoorbeeld. Juist die complexiteit laat goed zien hoe belangrijk ICT is binnen het functioneren van een organisatie en hoe belangrijk het is om te innoveren als je je serviceniveau op peil wilt houden.

Een van de manieren om dat te doen is standaardisering. Daar zijn we flinke stappen in aan het zetten en het is typisch een voorbeeld van hoe een ICT-oplossing het leven van zowel overheid als ondernemers makkelijker maakt.

Ondernemers hebben te maken met uitvoeringsinstanties zoals de Belastingdienst, die bij het gegevens opvragen. Dat wil nog wel eens de nodige irritatie opwekken.

Die irritatie zit op twee fronten: soms is onduidelijk waarom het nodig is die gegevens op te vragen. Heb je al die gegevens als overheid echt nodig om de wet te handhaven? De overheid moet doordrongen zijn van het feit dat een gegeven dat je opvraagt een prijskaartje heeft aan de kant van degene die de informatie moet aanleveren.
We zijn daar al stevig mee bezig, om de regeldruk te verminderen. Bijvoorbeeld de statistiekverplichtingen, die drastisch zijn verminderd. Kleinere bedrijven hoeven veel minder vaak CBS-enquetes in te vullen dan vroeger.

Het andere aspect is dat het vaak gewoon te omslachtig gaat. Er zit teveel werk aan. Regeldruk ontstaat vaak vooral door de wijze waarop de regelgeving wordt uitgevoerd. En juist hier kan ICT een helpende hand bieden.

Er zijn verschillende instanties die gegevens opvragen bij ondernemers. Die doen dat allemaal op hun eigen manier. Je kunt je voorstellen dat het allemaal veel makkelijker kan. De uitvraag zou moeten aansluiten op de bedrijfseigen processen van een onderneming. Als iedereen dezelfde taal spreekt, levert dat heel veel gemak op. Je moet standaardiseren. Dat kan als overheden goed met elkaar afstemmen.

Dat is dus precies wat we zijn gaan doen. We zijn standard business reporting gaan gebruiken. We hebben een taxonomie gemaakt voor de fiscale verantwoording in de jaarrekening en voor de statistiekverplichtingen. Die taxonomie is XBRL. Daarmee kunnen we uitvraag en input aan elkaar koppelen. Dat blijkt perfect te werken. Met één druk op de knop lever je je gegevens aan bij de Belastingdienst, de Kamer van Koophandel of het CBS.

De Belastingdienst is natuurlijk een van de grootste uitvrager van gegevens. De Belastingdienst kan inmiddels een aantal aangiftestromen in XBRL ontvangen.
Op 1 januari 2007 waren we klaar om IB-winst en Vennootschapsbelasting over 2006 in XBRL te ontvangen. We liepen toen vooruit op de markt. Inmiddels kunnen ook de aangifte omzetbelasting, de loonaangifte, weekberichten en eerste-dagsmeldingen in XBRL.

Nog een voorbeeld.
Dit jaar hebben we een primeur: de proef met de Vooraf Ingevulde Aangifte. Als particulieren zelf digitaal aangifte doen, kunnen ze gebruik maken van die Vooraf Ingevulde Aangifite – een lange term, ik zal het verder de VIA noemen. Voor deze service ga je naar de website van de Belastingdienst en download je je gegevens. De Belastingdienst heeft deze informatie gekregen van werkgevers, uitkeringsinstanties en gemeentes.
Particulieren hoeven de gegevens dan alleen te checken. Het is de bedoeling om voor particulieren de aangifte zo volledig mogelijk vooraf in te vullen. Op deze manier wil ik het behandelproces van de aangifte versnellen.

Als de proef slaagt dien ik medio dit jaar een wetsvoorstel in. De VIA maakt de belastingaangifte voor particulieren dus een stuk makkelijker. Goed gebruik van ICT maakt het mogelijk.

Dames en heren,

Ik ben overtuigd van het belang van ICT bij innovatie. Innovatie moet, en ICT moet dus ook. Om succesvol te zijn, is het wel heel belangrijk om dichtbij het probleem te blijven wat je wilt oplossen. ICT om de ICT is leuk, maar dan kan de vraag zich voordoen: voor welk probleem is dit de oplossing?

Maar zowel vanuit mijn ervaring als staatssecretaris, vanuit het sturing geven aan veranderingen binnen de Belastingdienst als vanuit mijn ondernemerservaring ben ik ervan overtuigd dat innovatie problemen oplost en dat ICT vaak het juiste medicijn is.

Dank u wel.

DANKWOORDJE KUBBIK PRIJS

  • Na mijn verhaal van zoeven hoef ik niet meer uit te leggen dat ik ICT een belangrijke rol toedicht
  • Het is leuk om waardering te krijgen. Als afzender van blauwe enveloppen krijg je niet zo vaak bedankjes.
  • Hartelijk dank dus voor deze prijs, die ik graag in ontvangst neem, hij krijgt een mooi plekje op mijn werkkamer.

Verder lezen: