Een van de allerleukste programma’s die ik kijk op tv is wel ‘Ik Vertrek’. Je vraagt je af waar ze die mensen vandaan halen, die zonder de taal te spreken en zonder ervaring in wijnbouw of horeca een wijngaard dan wel bed & breakfast denken te gaan runnen in den vreemde. ‘Ich habe Ihnen gebellt, weil wir haben Schade’, zegt vader dan tegen een verbijsterde Oostenrijkse loodgieter. En dan blijkt dat het achtjarige zoontje inmiddels een stuk handiger is met de taal en zien we dat een kind de was kan -nee, moet- doen.

Kinderen passen zich vaak verrassend snel aan aan veranderingen. Toch heb ik met zo’n kind te doen. Want dat achtjarige zoontje woont op een achteraf gelegen bouwval, mist zijn vriendjes en moet een uur met de bus om naar een school te gaan waar hij de helft niet verstaat.

Ouders lopen hun droom achterna en de kinderen moeten mee. Veel BZ’ers kennen de situatie. Er is natuurlijk een belangrijk verschil: BZ’ers vertrekken een stuk beter voorbereid naar hun post dan de gemiddelde ‘Ik-vertrekker’. Maar wat blijft, is dat we van kinderen wel wat vragen. In dit nummer van BZblad daarom deze keer eens aandacht voor hen. Wat doen we hen aan door ze mee te nemen naar het buitenland en herhaaldelijk te verhuizen? En hoe ga je daar verantwoord mee om?

Gepubliceerd als Redactioneel in BZblad 4, augustus 2014.

Verder lezen: