Ik heb, zoals waarschijnlijk velen van ons, op heel jonge leeftijd het kaartspel Huëge geleerd – en dat was meer dan zomaar een spelletje. Nee, dit was een heuse inwijding in een familieritueel: een volstrekt authentiek, zeer belangrijk element uit het leven in het vroegere Wanssum. Ik kreeg daarbij een beeld voorgeschoteld van het gezin Van Els dat zich aan meerdere tafels gelijktijdig, bij schaars licht en koude temperatuur avonden lang overgaf aan het befaamde kaartspel.

Hoewel het huëge, vanwege het hoge kanselement en het feit dat er (althans, op papier) om geld gespeeld werd, het officiële predikaat ‘verdorven’ kende, speelden ook de jongsten uit het gezin het al voordat ze konden lezen en schrijven.

Bij ons thuis in Molenhoek speelden we het ook maar wat graag. We speelden van allerlei spelletjes, maar eigenlijk kwam het huëge altijd bovendrijven als het enige echte onverwoestbare, meest verslavende en gezellige kaartspel. Ook handig, met z’n drieën: in een gezin van vijf had je al gauw drie beschikbare kaarters, en van een tijdelijke uitvaller konden de kaarten gemakkelijk worden overgenomen. Toen ik in 1983 als jongste van het gezin thuis overbleef nadat Susanne en Stijn waren gaan studeren, waren mijn ouders en ik met z’n drieën meer afhankelijk van elkaar, en kon Ineke niet meer vanwege plotselinge slaperigheid de kaarten aan een ander overdragen. Dat heeft haar de vaardigheid bijgebracht om in halve slaaptoestand door te kunnen kaarten. Een bijeffect is dat ze soms nog steeds tijdens haar slaap hardop ‘veertig’ zegt!

huëge

Inmiddels zijn we een huëg-generatie verder: de nieuwe generatie kan het woord amper uitspreken, en denkt dat het als ‘huurgen’ gespeld werd. Maar ze spelen het spel met grote toewijding en vaardigheid! Bovenstaande foto is van Mimi die een formidabele stok heeft geraapt, terwijl Ineke nog de scores van het vorige potje controleert.

Intussen heeft mij al die jaren de vraag bekropen: hoe kan zo’n ijzersterk spel zo obscuur blijven? Ik ken namelijk niemand, maar dan ook niemand in mijn vrienden- en kennissenkring buiten onze familie die dit spel kent, ook niet in gelijkende varianten. Ik zou bijna in de mythe gaan geloven dat het een exclusief, binnen dorp en familie bedacht en goedbewaard geheim spel is. Ik heb me niettemin altijd afgevraagd hoe het huëge of gelijksoortig kaartspel-voor-drie in het ABN zou heten…

Hoe kan zo’n ijzersterk spel zo obscuur blijven?

Ik ben eens gaan zoeken, en jawel beste familieleden, schrik niet: in Wikipedia.nl staat het spel, met vrijwel geheel identiek reglement, beschreven onder de merkwaardige naam

HEUGEN.

De auteurs van het wikipedia-artikel over het ‘heugen’ (gepubliceerd en verder bijgewerkt tussen 2007 en 2009) geven geen toelichting bij de oorsprong van het spel anders dan dat het aan klaverjassen verwant is, maar suggereren wel dat het woord ‘heugen’ zoiets als ‘opbieden’ betekent. De gelijkenis met ons huëge is vooral treffend in zijn voorschriften omtrent het schudden en delen: niet teveel schudden, en nooit kaart voor kaart delen!

Het reglement van het ‘heugen’ wijkt echter op enkele punten af van ons huëge. Dit zijn de drie meest opvallende:

  1. het zijn niet de rode zevens, maar de zwarte zevens die uit het spel gelaten worden;
  2. de bonus op de laatste slag is geen 5 maar 10 punten, daarmee is de totale puntenwaarde van het spel 151 i.p.v. 146;
  3. men mag alleen troeven als men niet meer kan bekennen.

Dat eerste is natuurlijk slechts een cosmetische afwijking die geen invloed op het spel heeft, hoewel ik me niet kan indenken hieraan ooit te kunnen wennen.

Het tweede punt lijkt me ook van geen enkele invloed op het spel, hoewel het misschien van licht voordeel is voor degene die ‘speelt’ omdat die doorgaans iets vaker de laatste slag pakt.

Het derde punt is echter van cruciaal belang! Dit is namelijk precies de essentie van het huëge en waarom het huëge zo ondoorgrondelijk is voor alle klaverjassers en andere uitheemse kaarters: het feit dat te allen tijde ‘wild’ mag worden ingetroefd geeft het spel juist net dat verdorven karakter, en moedigt het de spelers aan om flink hoog te bieden, ja meestal te hoog! Bij het ‘heugen’ echter worden de spelers aan de leiband van het serieuze kaarten gehouden met de keurige, meer gangbare regel voor het introeven.

Het verbaast dan ook niet dat in het wikipediaartikel de mogelijkheid beschreven wordt dat geen der spelers hoger dan honderd biedt. Bij het huëge is dat ondenkbaar.

Mijn voorlopige duiding van het geheel is dat we hier kunnen spreken van twee varianten van het huëge, naar analogie van bijvoorbeeld de Rotterdamse en Amsterdamse variant van het klaverjassen: de katholieke versie, het huëge, en de protestantse versie, het heugen.

Katholieken hebben niet de reputatie om hun regels aan te passen aan de tijd (nee, liever interpretatie en/of handhaving), dus ik besef dat ik me op een lastig pad begeef als ik voorstel om iets aan het huëge te wijzigen.

Toch wil ik een lans breken voor het toevoegen van een nieuwe dimensie aan het spel, namelijk die van het ‘sans atout’ spelen, of beter gezegd zoals oma Van Els het noemde: het ‘sènske’. Eens in de zoveel potjes komt het voor dat je kaarten krijgt waarvan je denkt, verdorie, mocht ik maar zonder troef spelen. Fijne azen, aardige dekking overal, maar niet die boer en negen. En dat is het moment waarop het sènske een uitkomst biedt: zonder troef het opnemen tegen de twee anderen.

Qua puntentelling moeten we het simpel houden: het spel blijft gewoon uit 146 punten bestaan, dit betekent dat de 33 ontbrekende punten van de troef boer (19) en negen (14) worden als een aanmoedigingsbonus aan de ‘speler’ uitgekeerd. Verder geen wijzigingen, ook de telling van roem blijft hetzelfde, behalve dat het ‘stuk’ vervalt.

Ik denk dat deze toevoeging uitstekend aansluit op het spel, en het een mooi beetje extra geeft. Ik wil dan ook bepleiten om met deze variant eens een tijdje proef te draaien en er in een volgende familiekrant een besluit over te nemen. Daarna volgt, als we dat willen, een publicatie over het huëge in Wikipedia. Of dat nou juist weer niet….?

Hugo

 

Na deze bijdrage van Hugo volgde een mailwisseling tussen Hugo, Theo en Thijs die we jullie niet willen onthouden:

Ha Hugo,
Wat een mooi en informatief stuk over dit inderdaad wonderlijke kaartspel, waarvan ik denk ik nooit meer – ook al zou ik willen of mijn best doen – de spelregels, laat staan de vaardigheid zou kunnen eigen maken! In Heythuysen zijn we dan ook niet verder gekomen dan Jokeren en Amerikaans Jokeren. ook daarvan weet ik overigens de regels niet meer. Mijn ouders waren dan ook geen verwoede kaarters en hebben – helaas! – nooit de eerder zo uitvoerig en fraai door jou en je vader beschreven bridgedrives bij jullie in Molenhoek bijgewoond. 

Thijs.

Theo voelde zich vervolgens terecht geroepen dit beeld te corrigeren:

Beste Thijs,
Een kleine correctie op de kaartraditie bij jullie thuis. Je Vader was wél een verwoed huëger en ‘kruusjasser’ als hij in Van Elsen of Timmermans kring was. Ik vertel vaker van die mooie week die wij – niet zo lang na het overlijden van je Moeder- in Genève in een gehuurd huis hebben gezeten; Leo en Toos (die dat dure huis gehuurd hadden), je Vader, Tante Toos (met Marianne) en Ineke en ik. Het was niet echt heel mooi weer. Als we niet op stap waren, zaten we binnen. Dat betekende dat je Vader, Leo en ik zaten te huëge, soms uren achter elkaar. De eerste dagen wonnen zij alles en ik verloor dus. Ze gingen zelfs denken dat ik niet écht huëge kon, tot de kansen in de tweede helft van de week keerden. Uiteindelijk had ik van ieder zo’n 2.50 gulden gewonnen, wat ze allebei nauwelijks konden verkroppen. En op de jaarlijkse fietsvakanties was er steevast minstens één tafel waaraan “gekruust” en je Vader vormde jarenlang een vast koppel met Matthieu, meen ik. Maar, ik wil je het schone spel wel een keer leren. Ik heb er het geduld voor.
Hartelijke groeten,
Theo

Waarop Thijs met verbazing reageert: 

Dag Theo en Hugo,
Theo, dat mijn vader kruusjaste wist ik, maar hüegen? nee daar heb ik hem nooit over gehoord. Er gaat een wereld voor me open!
groeten,
Thijs
Eindconclusie van Hugo:

Misschien dat je vader het, conform de officiële leer, een verdorven spel vond!

 

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 25, april 2013.

Verder lezen: