In het streekmuseum Oudheidkamer Horst werd op 1 juni 1990 daarover een tentoonstelling gehouden. De burgemeester leidde de tentoonstelling in.


Fotograaf: G Timmermans. Bekijk de foto bij Panoramio

Dit oude huis der gemeente heeft toekomst, maar kent ook een voltooid verleden. Nog galmen door het hele huis de voetstappen na van ambtenaren en Horstenaren. Over trappen en gangen, op tegels en stenen. Konden de muren maar vertellen en konden de stenen spreken! De Horster Historiën zouden deel na deel gevuld worden.

Sommige gemeentehuizen echter kennen wel stenen die spreken. Stenen met spreuken die wijsheden debiteren in hardsteen of marmer. Waren die in Horst niet nodig? In Kampen en Vaals blijkbaar wel. Vaak optimistisch van aard zoals in de eerstgenoemde: “Plus Outre”: ik ga steeds verder! Of realistisch zoals in Vaals: “Ik verwacht afgunst”. Soms spreken ze van de naam van het huis. Maar wat is nu een naam? Is het een hooghuis, een stadhuis of een raadhuis, een gemeentehuis of een gemeentekantoor? Een huis, in ieder geval dienstbaar aan de gemeentenaren. In Enkhuizen staat op een steen dat hun huis er dan ook is : “Voor goeden en voor slechten”.

Ze spreken ook van ambtenaren. Gewichtig of eenvoudig, van denkers en van doeners. We kennen ze maar al te goed: d’n burger, de sik, d’n ontvanger, d’n ambtenaar van de burgerlijke stand, d’n booi, d’n opzichter en de kantonnier. In Brouwershaven worden ze aan de ingang terecht duchtig aangespoord: “Doet wel en vreest niemand”.

De stenen spreken voorts van werkvertrekken, wachtkamers en burgerzalen; van de trouwzaal, de raadszaal en het cachot of kot. In de raadszaal van het Brabantse Den Dungen zegt een steen beducht: “Niets luistert nauwer dan het woord, dat samen klinkt wat samen hoort”. Dat is mooi gezegd, maar de bedenker van deze wijsheid is dan ook niemand minder dan Cornelis Verhoeven. En in Rotterdam zegt men bij het gevang terecht: “De wet is hard, maar ’t is wel de wet”!

Onze eigen Horster stenen spreken in stilte voor zichzelf. Ze hebben het eigen patina van de oude Maasland-cultuur. Ze kregen de ouden hardstenen wapenschilden en ornamenten van de burcht van de Heren van Ter Horst. Ze vergrijsden onder de zon in de Peel. Werden geokerd in de geur van veenbrand, van turfwinning en champignonteelt. Geen woorden om te onthouden, maar ook geen stenen des aanstoots. Het spreekt alles voor zich: sober, degelijk en zelfverzekerd. Die andere Rotterdamse spreuk is niet aan ons besteed, die zegt: “Spaarzaamheid komt te laat, wanneer ze begint op de bodem”.

Ook de hardstenen trap buiten, behoeft geen woorden. Generaties Horstenaren gingen naar boven en daalden weer terug. Vaders die jonggeborenen kwamen “aangeven”. Trouwlustigen op hun paasbest. Bedroefden op hun moeilijkste dag. Er kwamen bouwers en brekers, maar ook spelende kinderen. Een nieuwe burgemeester werd er verwelkomd, evengoed als Sinterklaas en mogelijk ook een Prins der Dreumels. En de treden sleten verder onder het edelachtbare gewicht der vroede vaderen. In Deurne zegt een steen waardig: “De taak van de regent is niet licht”! De treden sleten hier in elk geval ook uit, werden vernieuwd en spreken opnieuw een eigen taal.

Rond dit huis verrijst dan de Horster wereld. In een vorm die laat zien wie we zijn. Mensen van de agribusiness, van de dienstverlening of van het toerisme. Horst: het Wageningen of een Mekka? Ieder vindt er zijn eigen waarheid. In Venlo zegt de steen: “Festina lente”, haast u langzaam en doe alles behoedzaam. En in Bergen op Zoom gaan ze er tegenaan, want: “Duizend gevaren kom ik te boven”! Het beste lijkt me van beide wat te hebben.

Ik zelf, gekomen in deze gemeenschap voor een taak tot dienstbaarheid, ben graag in het huis der gemeente. De uren zijn er snel een herinnering, zoals straks de geur van deze heerlijke lenteavond. Een gemoed overkomt mij nu, als beroerde ik die steen uit Wanrooy, die zegt dat “dankbaarheid het geheugen is van het hart”.

Hetgeen ik hier vanavond mag openen verdient evenwel de dank van ons allemaal. Respect voor degenen die deze expositie over het Horster raadhuis in vele, vele uren tot stand brachten. Maar ik zei het u reeds: daarvoor zijn woorden eigenlijk niet toereikend, want wat hier tot stand is gebracht, is welsprekender dan woorden!

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: