De Amsterdamse schepen Allerd Dircksz Fasol voerde een huismerk, dat op zijn graf in de Oude Kerk staat afgebeeld. Zoals ik in mijn blog over hem schreef, weet ik van hem geen nadere familierelaties. Nu ik ontdek dat naamgenoot Jan Jansz. Vosholl, begin 17e eeuw bakker te Vlaardingen, ook een huismerk voerde, wordt het interessant: behoren zij tot dezelfde familie?

Dit is wederom een biografie van een ‘stamvader Fasol’: Eerdere artikelen over ‘stamvaders’ zijn die over Jacob Fasol uit Bree en Allerd Dircksz Fasol uit Amsterdam.

Jan Jansz. Voshol werd geboren tussen 1579-1580 en stamde, zo wordt vermeld in een genealogisch overzicht dat in het gemeentearchief van Vlaardingen wordt bewaard, mogelijk uit Haarlem. Waarop de samensteller van dat overzicht die aanname baseert is me helaas nog niet geheel duidelijk. Jan Jansz Voshol is de stamvader van een nog altijd bestaande familie Fasol, die stamt uit Vlaardingen en zich later vestigde in Enkhuizen en Den Helder.

Gedurende de 17e en 18e eeuw vinden we, met name in de Rotterdamse regio, meestal de schrijfwijze Voshol, naast Vosholl en Vasoll. De schrijfwijze ‘Fasol’ neemt later de overhand. Ik neem aan, dat ‘Fasol’ de oorspronkelijke schrijfwijze moet zijn, omdat die 65 jaar eerder al in Amsterdam voorkomt, evenals 40 jaar later in Bree, en omdat de overgang van Voshol naar Fasol eind 18e eeuw ook in Zeeland bij nog een familie Fasol plaatsvindt. En: probeer ‘Fasol’ maar eens met een vette Rotterdamse tongval uit te spreken, dan hoor je vanzelf ‘Voshol’ (let op: de klemtoon ligt op de tweede lettergreep). Ik vroeg een tegenwoordige draagster van de naam Voshol eens of ze zichzelf Vóshol of Voshól noemde: het antwoord was het laatste, met de klemtoon op de tweede lettergreep. Net als Fasol dus.

Poorter van Vlaardingen

De vroegste vermelding die ik van Jan Jansz heb teruggevonden is van 3 januari 1606. Op deze datum wordt hij poorter van Vlaardingen.

Op 15 september 1606 verkoopt de glazenmaker Willem Joostensz van Bon aan Jan Jansz Voshol, bakker een erf aan de Hooghstraat. Dit erf is gelegen naast de schuur van Cornelis Pietersz Quick. [RAV 94, blz. 83]. Op 23 september 1606 is er een vermelding van Jan Jansz Voshol, bakker, burger van Vlaardingen, als mede reder in het botschip genaamd ‘De Vleermuis’. [RAV 147, blz. 50]. Op 26 november 1606 verkoopt schepen Abraham Dircksz aan Jan Jansz Voshol, bakker, een huis en een erf aan de Hoogstraat, gelegen naast Willem Joosten van Bon, glazenmaker, Joris Bastiaensz Boot, Cornelis Pietersz Quick. [RAV 94, blz. 88].

Zo komen we al snel te weten, uit deze bronnen uit zijn eerste jaar in Vlaardingen, dat Jan Jansz bakker van beroep was en beschikte over een schip, genaamd ‘De Vleermuis’. En hij koopt in twee etappes een huis en een erf aan de Hooghstraat.

Hij zal zijn bezittingen niet lang daarna nog uitbreiden: op 6 juni 1608 ontvangt Jan Jansz Voshol, bakker, een gift van een tuin of boomgaard. [RAV 147, blz 53]. En op 16 augustus 1608 verkoopt de gemachtigde van Adriaen Pietersz, houtzager te Heenvliet aan Jan Jansz Voshol, bakker, een tuin of boomgaard aan het Westnieuwland. De boomgaard heeft voor een pad, en achter de erven van Jan Blasius Jacobsz, Cornelis Cornelisz bootsgezel. Aan de oostkant is de tuin van Cornelis Bor baljuw, west is Jan Meesz, schoolmeester en Jan Florisz. [RAV 94, blz 186v].

Op 3 december 1613 verkoopt de stad Vlaardingen aan Jan Jansz Voshol, bakker, een erf breed 18 roevoeten aan de westzijde van de haven, binnen de Vettenoordse Kade, gelegen naast Dirck Jacobsz van Adrichem en jan Jansz Voshol. [RAV 95, blz. 288]. Dit is het erf aan de Westhavenkade 37 in Vlaardingen. Tussen 1640-1650 werd er op deze erven gebouwd door Willem Jansz Carpentier die het in 1662 verkocht. Rond 1685 stond het pand bekend als ‘Het Schippershuys’. Het monument is nu in gebruik als kantoor.

Bakker en graanhandelaar

Er zijn bijzonder veel vermeldingen van Jan Jansz Voshol in de notariële archieven van Vlaardingen. Uit de transacties komt het beeld naar voren van iemand die je behalve bakker zeker ook handelaar zou kunnen noemen. Er gaan flinke bedragen over en weer voor gekochte granen en geleverde broden:

Jan Jansz. Voshol is in 1618 mede-eigenaar van een koopvaardijschip, groot omtrent 17 lasten, genaamd ‘de Vuijl’, waarvan de andere helft toebehoort Sijer Arijensz., zeilmaker, wonende Delfshaven. Het schip, waarop de Zaandamse schipper Harman Harmansz. vaart, ligt in Schotland te koop. [Oud Rechterlijk Archief Schiedam, Nr. 97 folio 152v. d.d. 18-09-1618.].

Op 1 november 1727 zijn Jan Jansz Vasoll, bakker en burger van Vlaardingen, principaal en Abraham Jansz Vasoll, bakkersgezel, zijn zoon en borg, schuldig aan Arent jansz van der Houve in Vlaardingen 200 gulden voor geleende penningen. Zij tekenen met naam. [NAV 4, blz. 92].

Op 21 februari 1628 heeft Jan Jansz Vosholl, backer, wonend te Vlaerdingen, een schuld aan Adriaen Dircxz, maecklaer van greynen van 400 gulden, ter zake van de levering van tarwe en granen [ONA inv. 174, 2/02, Nicolaas Vogel Adriaansz].

Op 7 januari 1631 verklaart Jan Jansz Voshol, backer wonend te Vlaerdingen, 6200 gulden schuldig te zijn aan Pieter Adriaensz, coorncoper, wegens geleverde greynen evenals gelden, door genoemde Adriaensz voor hem verstrekt aan Sacharias Pasport, pachter over ’t gemael. Pieter Adriaensz belooft te betalen aan Lijsbet Gerrits te Soetermeer een bedrag van 1425 gld en verklaart aan Voshol tarruw en rogge te leveren om voor hem te bakken en deze verkrijgt hiervoor turff en hout. Voshol zal het gebakken brood uitsluitend met toestemming van Pieter Adriaensz aan anderen mogen leveren. Tot zekerheid belooft Voshol hieraan te verbinden zijn huis en backerie aan de kade waar de 6 ovens staan en zijn huis en erf gelegen in de Nieuwstraet, waar Jan Franck in woont; op zijn huis staande op de Hoochstraet en tuin gelegen in ’t Westnieulant; evenals portien scheeps waarvan 22 netten in gebruik zijn door Claes Sijenaer, Jan Pesoff, Huych Diender, Isack Thonisz, Jacob Bartelmeesz van den Briel, Maerten Jansz en Davit Bot [ONA inv. 148, 507/792, Adriaan Kieboom; inv. 141, 311/476, Arnout Wagensvelt].

Huismerk van Jan Jansz. Vosholl

Nu komt het:

Op 22 september 1623 vinden we een verklaring op verzoek van Jan Jansz Voshol. Onder de akte vinden we het merk van Jan Jansz.. [NAV 5, blz. 7].

Zoals al in het artikel over Allerd Dircksz vermeld, werden huismerken door kooplieden gebruikt om bezit aan te geven. Huismerken konden worden gebruikt om op een geschreven stuk zoals een notariële akte te tekenen. De huismerken werden door de oudste zoon onveranderd overgenomen en door de jongere zoons van een extra streep of cirkel voorzien. Als je meer wil weten over huismerken in het algemeen, lees dan dit artikel op Wikipedia.

Dit is het moment om beide merken eens met elkaar te vergelijken:

Wat valt op? Het zijn om te beginnen stilistisch vergelijkbare symbolen. De onderste helft van Allerd Dircksz’ huismerk komt overeen met het bovenste deel van dat van Jan Jansz. Diens middelste lijn loopt langer door naar beneden en er zijn 2 streepjes toegevoegd. En twee strepen van Allerd Dircksz zijn vervallen. Zou dit dan kunnen betekenen dat Allerd en Jan 2 of 3 familiegraden van elkaar verwijderd zijn? Het is denkbaar.

We kunnen, als we kijken naar hun huismerk, geen definitief uitsluitsel geven over een familierelatie tussen Allerd Dircksz en Jan Jansz. Het huismerk maakt het wel aannemelijker. Als Jan Jansz inderdaad behoort tot dezelfde familie als Allerd Dircksz, moeten we hem twee à drie generaties later plaatsen.

Admiraliteit

Allerd Dircksz behoorde uiteraard, in aanmerking nemend dat hij in het stadsbestuur van Amsterdam zat, tot de elite. Hij zal als handelaar goede connecties hebben opgebouwd.

Ook van Jan Jansz weten we dat hij die connecties had: hij leverde broden voor soldaten en scheepsvolk van de Admiraliteit:

Van 3 januari 1636 dateert een Verklaring door schout, burgemeester en schepenen van Vlaardingen, dat ‘Jan Jansz Voshol, bakker, onze portier, lange jaren aan capiteins te water in dienst van de Hoog Mogende heren Staten Generaal heeft geleverd het brood voor onderhoud van hun soldaten en scheepsvolk. Voshol en zijn korenkopers hebben een belangrijke som tegoed, waarvan hij geen betaling kan krijgen. Hij is geraakt buiten gelove, zijn korenleveraars zijn zo verzwakt, dat zij hem niet langer willen bijstaan. Waardoor de vn. Voshol van zijn nering is verstoken en dat hij door zijn crediteuren zo werd overvallen, dat hij niet langer veilig kan reizen en in zijn goederen werd geexecuteerd. Verzoek om hem bij te staan.’ [RAV 150, blz. 97v].
Op 27 januari 1637 transporteert Maddeleentge Jansdr, weduwe en enig erfgenaam van haar man Willem Bouwensz Keert de Koe, aan Jan Jansz Voshol, backer te Vlaerdingen, 5 ordonnantien ter waarde van 2.650 gulden die beleend zijn door de heer Cools wonend op de Steversloot te Dordrecht, Abram van de Wercke te Dordrecht en Grietge Claesdr ten behoeve van de levering van scheepsbroot voor haar mans scheepsvolk, verleden en verordonneerd door de Admiraliteyt om uitbetaald te worden door ontvanger Jan van IJck. Voshol betaalt de achterstallige rente over 2 jaar en hiermee zijn hij en zijn zoon Abram Jansz Voshol betaald [ONA inv. 94, 283/476, Jan van Aller Az.].

Jan Jansz. overleed tussen 1647 en 1650. De laatste vermelding is té pittoresk om niet te vermelden:

Op 26 maart 1647 verklaart Jan Michielsz de Knuyt of Kuyt cruyer 48 jaar, op verzoek van Jan Jansz Voshol, backer, wonende te Vlaardingen dat hij voor hem op 6 februari op het Schiedamse Wagenveer 2 zakken meel heeft gekruid en op de wagen heeft gezet. Hij heeft toen Voshol tegen de voerman horen zeggen: ‘zet de 2 zakken meel op de stoep van mijn dochters huis neer’ [ONA inv. 126, 78/166, Nicolaas v.d. Hagen]. Op 26 maart 1647 verklaart Jan Michielsz de Knuijt cruyer 48 jr, op verzoek van Jan Jansz Voshol won. te Vlaardingen dat hij op 6 februari op de bierwagen van Willem Ghijsen won. te Vlaardingen, 2 zakken meel heeft gezet die bij zijn dochter moeten worden afgezet.

Verder lezen: