“Nostalgie is niet meer wat het geweest is”, dat is de titel van een autobiografie van wijlen de actrice Simone Signoret, die ik altijd mooi en ook wel toepasselijk op situaties in mijn leven gevonden heb. Aan die constatering van Signoret moet ik de laatste tijd vaak denken wanneer ik in de media verneem van de schijnbaar niet meer te stuiten stroom aan meldingen en aanklachten over (seksueel) misbruik in instellingen, (kost)scholen, internaten en seminaries van Rooms-Katholieke signatuur.

Herinneringen aan de katholieke aspecten van mijn jeugd in het nagenoeg 100% katholieke Limburg zijn altijd vooral nostalgisch en mild van aard geweest. Het RK geloof zoals ik het in de provincie meekreeg was er een van de buitenkant. De kern van het geloof leek te liggen in de uitingen en de vorm en niet in het wezen, de betekenis of de inhoud, heel anders dus dan bij “protestanten” (iedereen die niet katholiek was werd over één kam geschoren als “protestant”, net zoals in Heythuysen alles ten noorden van Brabant “Holland” heette; Drenthe, NoordHolland, Groningen, maakte niet uit: dat heette allemaal Holland!). Het katholieke geloof was voor mij als kind dus: De weelderige kerken met hun beelden, wierookvaten, de kleurige kazuifels van de priesters, schilderijen, enorme opgepoetste koperen kandelaars, en niet te vergeten het zorgvuldig beloeren van wie er ter kerke ging en op welke rij iedereen dan zat. (want de echtgenotes van de notaris en de dokter nietop de eerste rij, dat was onmogelijk).

In je 8e levensjaar maakte je je Eerste Heilige Communie mee: de intrede van het kind in de RK geloofsgemeenschap. Maar wat is me van dat Sacrament bijgebleven? Niet de betekenis ervan maar.. de buitenkant: De nieuwe kleren, de lakschoentjes, het stropdasje (met elastiekje..) en de vele (dure!) cadeaus die je op die plechtige dag traditiegetrouw kreeg van ouders, peetouders en oma. Ja, wie van mijn neven en nichten generatiegenoten heeft niet de zilveren servetring van Oma nog in bezit? Maar of me bijgebracht werd dat ik vanaf mijn 8e opgenomen was in de katholieke gemeenschap en wat dat dan betekende?.. ik weet er echt niets meer van.

Naar de kerk gaan dééd je gewoon – omdat het moest en omdat iedereen het deed – en ik vond het tot mijn 16e nog leuk en interessant ook, want ik mocht dan vaak in de Hoogmis op zondagochtend op het oksaal, naast het orgel, zitten, waar mijn ouders vol overgave en met niet onverdienstelijke stem in het kerkkoor meezongen. Mijn liefde voor muziek en zang moet in die tijd ontstaan zijn. Op je 12e volgde je Plechtige Communie en vlak ervoor of erna het Heilig Vormsel (het verschil tussen beide mijlpalen in het katholieke leven heb ik overigens nooit doorgrond, ik zou naar de betekenis ervan zelfs nu moeten googlen). Maar ook toen, ook al werd je op je 12e verondersteld inmiddels als volwassene zelf de bewuste keuze te maken voor intreding in de RK Kerk… het was alleen weer die buitenkant: het hippe safari-pakdat ik kreeg en de spannende belevenis van voor het eerst samen met de meisjes van de 6e klas, die toen nog keurig gescheiden op een meisjesschool zaten, in parade door de kerk te lopen richting de bisschop. Aan het zorgeloze leuke kerkbezoek uit mijn jeugd en het genieten van die buitenkant kwam een eind toen mijn broer Frank als opstandige puber in discussie trachtte te gaan met mijn vader: Waaróm moesten we eigenlijk naar de kerk, wat was de motivatie en eigenlijke drijfveer daarvan? Mijn vader raakte allengs ongemakkelijk en geïrriteerd door het hardnekkige doorvragen van mijn broer naar Zingeving. Het hoorde nu eenmaal zo en mama en hij hadden het vroeger ook altijd gemoeten, leuk of niet leuk. “Schei dur nou mar over uut!”. Maar mijn broer weigerde resoluut het zinloze kerkbezoek en als jonger broertje hoefde ik alleen maar zijn voorbeeld te volgen.

Mijn vader was feitelijk een exemplarisch voorbeeld van die buitenkant-katholiek: Zo vond hij het wel interessant en chique staan om als semi-notabele in het dorp bij de deken en de pastoor over de vloer gevraagd te worden, maar hij was hun deur nog niet uit of de schimpscheuten richting de Heytserse geestelijkheid kwamen er ongecensureerd uit. Het doet me alles zo denken aan de ongeëvenaarde wijze waarop de Grote Schrijver Gerard Reve over het katholicisme schreef: Enerzijds zijn in diepe ernst en met veel mediatamtam omgeven intrede in de RK Kerk, maar net zo gemakkelijk schreef hij tegelijk over “die troep van Roomse gluiperds”, “de Roomse Poppenkast” etc. Grappig allemaal, en mild, en nostalgisch. Motieven genoeg om mijn RK registratie als een herinnering uit het verleden te blijven koesteren. Maar toen kwam dus dat misbruik. De beerput die enkele maanden geleden geopend is en waarvan de stank onbeschrijflijk is. Ik lees er wel eens wat over in de NRC, toch niet bepaald bekend staand als een sensatieblaadje.

Mag ik even citeren:
Dolf: „Na een paar weken werd ik ’s nachts wakker gemaakt op de slaapzaal. De broeder nam mij mee. Ik moest op mijn knieën gaan zitten. Ik kreeg vijftien dekens over me heen. Zo zat ik daar driekwartier te transpireren. Vervolgens moest ik hem bevredigen. Dat heeft zich nagenoeg wekelijks, een jaar lang, herhaald. Op allerlei mogelijke manieren. Je wist als kind niet wat er gebeurde. Later probeerde hij me ook te verkrachten. Hij was zó sterk en groot. Zijn handen ging over mijn hele gezicht.”

Of:
“Op zijn kamer had hij zo’n bedbank die naar beneden klapte. Dan ging hij liggen, pakte hij mij bovenop zich. Dan ging hij rijden. Ik weet nog dat er een keer op de deur geklopt is. Ik probeerde te schreeuwen, maar er kwam niets uit mijn keel. Ik wilde roepen: ‘Help, dit kan niet, dit mag niet.’ Je durft het niet te zeggen, want je bent ook bang. Je denkt ‘ik ben de viezerik’ en ze zullen me van het internaat afschoppen. En ik wilde zo graag missionaris worden.”

Of:
Dat misstanden in de doofpot belandden, loopt als een rode draad door de meldingen. Ook ouders hadden geen behoefte aan ophef. Als kinderen al met verhalen durfden te komen, werden ze niet geloofd. Het aanzien van paters en broeders was groot. De leerlingen konden thuis of op het internaat op straf rekenen. Kinderen zaten in de val. Aan de ene kant repressie, aan de andere kant ongeloof thuis. Weglopen had geen zin, merkte oud-leerling Frank. Hij werd mishandeld, liep dertien keer weg. „Na de laatste keer bracht mijn vader mij terug met de boodschap dat ik, als ik nog één keer zou weglopen, nooit meer naar huis mocht”. Soms reageerden ouders wel. Peter Roozendaal was negen in 1954. Hij werd een half jaar lang ernstig mishandeld door een broeder. „Toen mijn ouders onverwacht kwamen opdagen, troffen ze mij totaal ontredderd aan met een kapotte bril, een blauw oog en vol blauwe plekken. Vader werd woedend en heeft mij meegenomen naar huis.

Deze verhalen zijn niet grappig meer en zeker niet mild en ook niet iets om je schouders bij op te halen. Wellicht nog erger zijn de recente reacties van hooggeplaatste geestelijken, zoals voormalig aartsbisschop Simonis, de familie Ratzinger te Rome met hun hulpen, en vele anderen. In alle bochten wringen ze zich om de wandaden te ontkennen, te verdraaien of te verklaren maar ze slaan daarbij alleen maar de ene na de andere plank hopeloos mis. Onwillekeurig moet ik ook aan mijn eigen Heilig Vormsel in 1972 denken, mijn ouders leidden mij toen richting de berucht reactionaire Bisschop Gijsen en ik zie nog dat kwezelige gezicht voor me, het vochtige mondje.. de rillingen lopen me over het lijf.. In 1996 is deze man verbannen naar – of all places- Reykjavik om er bisschop te worden: voor de 3% katholieken die er wonen! Maar waarom moest hij weg? Mensen, ga even googlen en je leest er alles over; de man was een trendsetter!

(Seksueel) misbruik lijkt van hoog tot laag een integraal en structureel onderdeel in de machtsuitoefening van de RK kerk te zijn. Zouden we hier dan bij die zo veel veronachtzaamde Inhoudvan het RK geloof beland zijn? Dat zou toch wel heel wrang zijn!

Johannes Gijsen, voormalig bisschop van het Bisdom Roermond.

Ik ben onlangs 50 geworden en na je 50e moet je eigenlijk alleen nog de dingen doen die je graag doet en waar je achter staat. Praktiserend katholiek of actief lid van de RK gemeenschap was ik na mijn 16e al niet. Zoals al gezegd: Het was altijd alleen maar buitenkant, vorm, en inmiddels tot nostalgische herinnering geworden. Zoveel betekent die RK registratie dan eigenlijk niet, laat staan dat je er “last” van hebt..

Maar ik wil ditmaal, met als directe aanleiding de berichtgeving over het misbruik (de herhaalde weigering door enkele geestelijken in Brabant om de H. Communie aan homoseksuele gelovigen te verstrekken laat ik nog maar even voor wat het is..) toch een principiële daad stellen. Ik heb dus besloten mijn RK lidmaatschap op te gaan zeggen en de registratie te laten verwijderen. Vrienden van me helpen me erbij want zo eenvoudig is dat nog niet. Zo kreeg ik de link van een website toegestuurd (http://dry.sailingissues.com/uitschrijven-kerk.html). Hierin lees ik dat uitschrijven voor de volledigheid bij maar liefst zes instanties moet. Per e-mail, laat staan via een unsubscribe linkop Internet is onmogelijk en mensen die er mee aan de slag gaan ondervinden, volgens deze website, veel angsthazerige weerstand.

Maar ik zal me hierdoor niet laten ontmoedigen en ik wil hierbij tevens een oproep doen aan mijn (al of niet CDA stemmende en aanhangende) neven, nichten, ooms en tantes: Stap uit dit misdadige instituut en bevrijd je van deze schandelijke erfenis! Onlangs besprak ik dit issue met broer Frank en tot mijn verrassing liet hij me weten: Die RK registratie schrappen? Dat heb ik 25 jaar geleden al gedaan, toen Robby en ik beslist niet voor de kerk wilden trouwen!

Hulde Frank, ook jij was een trendsetter!

Thijs, april 2010

Verschenen in Familiekrant Familie Van Els, nr. 21, april 2010.

Theo van Els schreef een reactie op dit stuk in de Familiekrant van december 2010.

Verder lezen: