Na het album ‘Het Geheime Wapen’ uit 2005, dat een dieptepunt in de verder briljante Asterix-reeks was, en het jubileumalbum ‘De verjaardag van Asterix en Obelix – het gulden boek’ uit 2009 (dat geen ‘regulier’ album was) verscheen deze week weer een ouderwets goed Asterix-album: Asterix bij de Picten.

Het is het eerste album waaraan geestelijke vader Uderzo niet meer heeft meegewerkt, afgezien van de coverplaat. Daar zien we hoe Obelix een boomstam weggooit – als ware het een symbool voor Uderzo die zijn levenswerk vaarwel zegt.

Uderzo doet wat Hergé voor Kuifje niet deed, en Willy Vandersteen voor Suske en Wiske wél: opvolgers zoeken, en zo zijn geesteskind een nieuw leven gunnen. Uderzo koos er destijds voor om na de dood van René Goscinny, een groot schrijver, voortaan zelf de scenario’s te schrijven. Maar hij was als tekenaar briljant, niet als scenarist. Daardoor bleven de latere albums verhaaltechnisch achter bij de oude klassiekers als Asterix en de Britten, Het 1ste Legioen en Asterix en de Belgen, het laatste album van Goscinny, hoewel ze visueel een lust voor het oog bleven.

Nu is er weer een volwaardige schrijver, Jean-Yves Ferri, en een tekenaar die de stijl van Uderzo perfect beheerst, Didier Conrad. Uit een interview dat ik op tv met hen zag, blijkt dat de schrijver de leiding heeft: Conrad tekent wat Ferri bedenkt.

In het eerste album van het nieuwe schrijversteam zie je dat die rolverdeling werkt: er is een misschien nog wat veilig debuut verschenen, volgens het beproefde recept van Asterix en Obelix die een voor hen onbekend land bezoeken. Het doet hier en daar denken aan de verhalen van Goscinny, en dat is een compliment, zij het dat Goscinny’s verhalen origineler waren en meer cultuurhistorische diepgang hadden. Maar ik vind ‘Asterix bij de Picten’ een stuk beter dan menig post-Goscinny Asterix-album.

Met de humor zit het behoorlijk goed: de Picten, bewoners van Schotland in de oudheid, verbeelden op een grappige manier allerlei karaktertrekken van hun hedendaagse nazaten en de vondst om de Picten de uitvinders te laten zijn van het pictogram is beslist origineel. Uiteraard ontbreken de whisky, het monster in het meer en de muur van Hadrianus niet.

Tot slot nog iets over de vertaling. Het moet me van het hart dat ik me nog altijd wezenloos erger aan de nieuwe namen die enkele Gallische dorpsbewoners hebben gekregen sinds de her-vertaling van de reeks in 2006. Zo heet Abraracourcix tegenwoordig Heroix en Assurancetourix Kakofonix. Volstrekt overbodig en ook beslist niet leuker. Ik denk niet dat ik dat vertaler Frits van der Heide ooit zal kunnen vergeven, maar overigens moet gezegd dat hij zich in dit album kundig van zijn taak heeft gekweten. Hoewel Van der Heide Nederlander is, lijkt op een tweetal plekken iets Vlaams de vertaling te zijn ingeslopen, wat ik niet helemaal kan verklaren: in het voorwoord van Anne Goscinny staat ‘aan die’ in plaats van ‘aan wie’, en op pagina 28 staat het woord ‘privaatpotten’, waar je ‘wc-potten’ zou verwachten.

Al met al: Asterix bij de Picten hoort in iedere Asterix-collectie thuis en het debuut van Ferri en Conrad smaakt naar meer. En toen de heren op de vraag van de interviewer of Asterix nog eens op bezoek gaat bij de Batavieren antwoordden: ‘waarom niet? Stuur ons maar ideeën’, hadden ze mijn weerstand definitief gebroken.

Verder lezen: