Zolang ik me kan herinneren, bestond er bij ons thuis in Molenhoek een jaarlijkse bridgedrive. Ik was misschien wel de enige kleuter ter wereld die het woord ‘bridgedrive’ kende. Ik wil niet zeggen dat de bridgesport mij met de paplepel ingegoten is. Pas op iets latere leeftijd besefte ik dat het een kaartspel is dat je gewoon kunt leren, geen ontoegankelijk ceremonieel waarbij lange stiltes werden doorbroken door af en toe een diepe zucht en enkele onbekende woorden, waarbij de kaarten in spannende patronen verticaal en horizontaal in een rijtje werden neergelegd. En als ik vroeg: wie heeft er nou gewonnen? dan kreeg ik op zijn best een onbegrijpelijk antwoord, waarbij de spelers elkaar serieus en gespannen aankeken. O, ik zal het niet meer vragen. 

Maar het was beregezellig, zo’n bridgedrive.

Alles waarbij ik als kind heel lang stilletjes tot heel laat mocht opblijven was natuurlijk fijn, maar dit was een happening van een hogere orde. De kerstvakantie werd ingeluid door mijn vader die thuiskwam met een spannend plastic koffertje, een soort platenkoffer maar dan van een vreemd formaat. Er zaten kaartspellen in, heel veel kaartspellen in kleine mapjes. Zenuwachtig telde mijn vader alle kaarten na, of het wel compleet was. En dan schudden, en delen. Heel veel werk voordat het hele koffertje geprepareerd was.

De dag zelf begon met de beide oma’s die samen met wisselende familieleden aankwamen. Oma de Roij was een trotse club-bridgster die altijd om de prijzen meestreed. Ze kende de wat betere biedsystemen, speelde volgens de etiquette, maar een pokerface had ze niet. We hebben nog mooie foto’s van haar waarin ze in haar kaarten kijkt, en haar vrolijke blik verraadt dat er een hoog bod op komst is. Oma Van Els heb ik nooit zien bridgen, des te meer was ze gespecialiseerd in de toegankelijker kaartspelen, kruusjassen en huuëge. (naar later bleek, spelen die niemand buiten de familie kende). Ze vormde, aan de stamtafel in de huiskamer, een soort verbinding tussen de esoterische bridgers en de gewone mensen en kinderen.

Gejokerd werd er ook trouwens. De annalen moeten het bevestigen (zie artikel elders in deze krant) maar in mijn herinnering werd er sommige edities aan maar liefst acht tafels gespeeld. Die stonden door het hele huis verspreid, tot aan de zolderverdieping. En dat was het leuke: dan kon ik stilletjes, weggedoken in een luie stoel van mijn vader, of op het bed van mijn broer, naar dat mysterieuze spel kijken. Overal was drank, volle asbakken, speciale zelfs bedrukt met de kaartkleuren. De lucht stond blauw van de rook. Soms werd er, vooral op de kleinere kamertjes, heel even een raam open gezet. En tussendoor maakte ik me populair door voor de kaarters op bestelling nèt dat hoognodige glas bier of wijn te komen brengen.

Nadat de speelrondes voorbij waren, laat op de avond, volgde er nog een nerveus gedoe, weer met die rare mapjes en briefjes: de telling. Ik was in mijn pyjama, half in slaap inmiddels, maar de spanning deed niet onder voor het Eurovisie songfestival. Van na de prijsuitreiking herinner ik me eigenlijk niets. Ik denk dat ik er door mijn ouders uit werd gevist: gauw naar bed jij!

Logés bleken er de volgende ochtend ook altijd te zijn. Hoe die sliepen weet ik niet (onder de tafels?), maar één morning-after zal ik nooit vergeten. Het moet in de barre winter 1978-79 geweest zijn. Alles was wit! We kregen de deuren niet eens meer open, want er lag een pak sneeuw van meer dan een halve meter. Konden al die gezellige logés, die inmiddels geen bridgers meer waren maar gewone mensen, lekker niet naar huis. Wat een feest!

Hugo
Utrecht, 7 november 2011

Naschrift van Susanne:
Vandaag ontdekten Hugo en ik (op late leeftijd…) dat ‘een saenske’ niet Algemeen Beschaafd Wanssums is, maar een particuliere uitdrukking van oma om aan te geven dat haar eigen oordeel over haar kaarten niet perse de garantie van 7 slagen dekte. In dat kader: Tycho en Tosca vertelden deze week dat zij vroeger dachten dat oom Stijn ‘die voor SHELL werkt’ pompbediende was. Totdat onderscheidende vragen zich aandienden, zoals ‘maar hebben ze dan zelf geen pompbediendes in Japan?’ en ‘waarom betalen ze hem eigenlijk zo goed voor dat werk?’

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 23, december 2011.

Verder lezen: