Deze zomer werden Tilly en ik uitgenodigd voor de onthulling van het beeld van Brabants meest dichterlijke zanger Ad de Laat. Een zonovergoten middag, waar honderden Nistelrodenaren gemoedelijk zaten op de plek, waar ‘in onze tijd’ nog een drie meter dikke van vóór 1846 stammende dorpslinde stond.

Onder deze linde bevond zich vroeger de ‘schutskooi’ waarin het loslopend vee werd bijeengedreven. En op die plek zaten nu de mensen. Iedereen kent natuurlijk iedereen. En ook Frank Houben streek gemoedelijk tussen de mensen neer. Nu is Ad de Laat niet zomaar iemand: fraaie muziek en dichterlijke ballades stroomden uit zijn hart.

Luister maar eens naar ‘de koekoek hi vandaag de leste keer geroepe’.

Maar er was meer. Cor Swanenberg (dialectenman), Ans van den Bosch (poffermaakster), Brabants Bont (oude dansen), Nol van Roesel (beschrijver van de volksaard) en zeker ook Ad de Laat en Cornelis Verhoeven vormden één grote familie. En velen drentelden met deze mensen mee. Jan van der Harten, bisschop Bluyssen, Frits Speetjens van Brabants Heem en Tilly en ik ook, als we even konden. Een beeld voor de jong overleden Ad staat er nu. Bij zijn uitvaart hoorde ik zijn dochter Marieke spelen op ‘de Sjang’, zijn accordeon. En nu onthult de commissaris zijn beeld, op de plek waar Piet Mondriaan vroeger vanaf 1904 bij tijd en wijle de schaduw van de dorpslinde opzocht, dicht bij zijn stamcafé  Het Tramstation.

Bij het drankje na het feestelijk gebeuren beleed ik Ad’s broer Willem, dat het mij zo speet dat ik het boekje van Cornelis Verhoeven wel gelezen had, maar niet meer kon kopen. Ja maar, zei Willem, ik heb dat boekje onlangs opnieuw uitgegeven. Voor 25 gulden stuur ik het je toe. En nu lees ik het weer, het fraaie Oost-Brabantse dialect.

Begènkenis = gedoe.

Nitsen = treiteren.

Zwiers = taptemelk.

Meer hoef je eigenlijk niet te weten!

En dat geldt ook voor ons. Wie kent er de moedertaal van de familie van Els nog. Netta en Tilly zeker! Maar al die broers die zijn gaan werken bij grote concerns en in het onderwijs of in aanraking zijn gekomen met allerhande politieke stromingen. En dan de aangetrouwden! Zou Eric Wanssums kennen? Heeft zo’n jongen wel eens een ‘schôtelset’ in de hand gehad? Of weet Piet van Wilbert wat een ‘alde bet’ is? Wordt het geen tijd voor bezinning? Kunnen we bij de jaarlijkse reünie tijdens het buffet (wanneer toch iedereen stil is) niet de proef doen op een basisvocabulaire? Met een deskundige jury. Ik denk daarbij aan Mathieu (netwerken), Paul (ingelande) en Theo (deskundige). En ik vond in het boek ‘Oud Wanssum en Geijsteren’ op de pagina die gaat over ‘en mar schelde’ een goede oefening.

Nou aangetrouwden en aangeliefden. Lees en vertaal:

Papzak – karhingst – knoddeljanus – stekruub – netser – klötje – flarus – gatvlieg – zoeplap – pinteneuker – nöler – bukkum – stekelverke – schuper – melzak – apekeutel – huushen – kloëtzak – vetdel – prengsel – greekpens – kwaakmoel – wazelvot – zoazak – leuterboks.

Het boek zegt, dat deze woorden ook te zingen zijn op de wijze van Glühwürmpchen.

In een volgende familiekrant zal ik verslag doen van het juryberaad en krijgen jullie achtereenvolgens de drie andere coupletten ook nog te horen. Ik zal deze tekst overigens ook toezenden aan Maxima. Zij kan zich dan al oefenende, beter inburgeren in de zuidelijke provincies!

Gemailed vanuit Horst op de feestdag van Sint Mathilde.

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 8, april 2002.

Verder lezen: