Ik vond een gedachtenisprentje van Tante Drien (de oudste zus van Vader Piet v.E.). Tante Drien is gestorven op 17 maart 1971 in het ziekenhuis Van Venlo, maar zij woonde in Broekhuizen op de Genenberg.  Zij was toen reeds 26 jaren weduwe. Haar echtgenoot Joh.Winandus Vermazeren (geb. 7 aug.1886) overleed op 21 maart 1945 t.g.v.een explosie van een landmijn op zijn akker. Hij was veevoer aan het verzamelen. Het gebied waar de familie Vermazeren woonde lag dichtbij kasteel Broekhuizen. Het was toentertijd eigendom van burgemeester Berger van Venlo (hij was toen ondergedoken in het ziekenhuis van Venlo).

Om het kasteel is dagen lang zeer fel gevochten, want het gebouw was bezet door een zeer fanatieke groep Duitse  Fallschirmjäger. De Duitsers wilden koste wat kost het kasteel en Broekhuizen behouden om een bruggenhoofd over de Maas te hebben en een verbinding met het achterland Duitsland. Zij hadden de omgeving van het kasteel bezaaid met landmijnen. Intussen bleven de Engelsen het kasteel bestoken met granaten en bommen. Tenslotte gaven de Duitsers zich over en lieten een totaal verwoest kasteel  achter. Er waren ook van beide kanten veel soldaten gesneuveld.

In de maanden september t/m december 1944 zaten de Noordlimburgers tot over de oren in de oorlogsellende! Zeer veel evacués uit de Brabantse dorpen Vortum – Groeningen – Vierlingsbeek – Maashees –

Holthees en Overloon waren door de Duitsers verdreven en in elk Wanssums huis waren wel evacués ondergebracht. Ik schat dat er in ons huis met het pakhuis ernaast meegerekend in totaal wel 40 – 50 evacués verbleven. Echte hongersnood hebben wij niet gekend zoals het Nederland van boven de Moerdijk wel gekend heeft. Het Wanssumse Rode Kruis en de Ondergrondse Beweging “organiseerden” regelmatig “noodslachtingen” van geroofd vee dat door de Duitsers door ons dorp vervoerd werd richting Maas en de Duitse grens. Allen zochten zo goed mogelijk veiligheid en bescherming in de kelders en andere ondergrondse schuilplaatsen.

Het meest gevreesd waren de razzia’s georganiseerd door de Duitsers om in hun Vaterland voldoende arbeidskrachten voor hun landbouw en (oorlog)industrie te hebben. Alle mannen tussen de 16 en 60 jaar oud doken onder. Er zijn in Wanssum en omstreken enkele grote  razzia’s gehouden  op 16 oktober – 10 november – en de laatste op 17 november 1944. Door die razzia’s zijn van ons dorp zeker 30 mannen meegevoerd. Ook veel evacués waren het slachtoffer. Op 17 november is ook ons Vader het slachtoffer geworden van de razzia. (zie zijn verslag hierover in zijn oorlogsdagboek). Hij heeft in de trein vol gevangenen vreselijke bombardementen meegemaakt. In de buurt van Breyell (Straelen – Dulken) is de trein beschoten door Engelse gevechtsvliegtuigen. Daarbij vielen enkele doden en veel (zwaar) gewonden.

Twee zeer zwaar gewonden van Wanssum waren Louis Rutten (Wie ziene Wie) en onze neef Harry Vermazeren, die toen een voet verloor. Vader was gelukkig niet gewond en ging met het gewondentransport mee naar het ziekenhuis in Dulken. Van daaruit keerde hij niet meer terug naar de trein ondanks bevel (zie verder zijn memoires). Na twee dagen was hij weer terug in Wanssum en was zodanig ontredderd dat hij eerst toevlucht zocht in de kapelanie van Wanssum. Van daaruit kregen wij bericht en tegen de avond moesten ons Nelly en ik hem daar ophalen. Wij waren allen zeer geëmotioneerd! Vanaf die dag ging ook Vader de nachten doorbrengen onder de vloer van het pakhuis.

pakhuis

 

Een week later, zaterdag 25 november 1944, werden wij bevrijd door de Engelsen. Wel moesten wij na een uur al evacueren, want het westelijk deel van het dorp werd frontgebied. Op 3 december was het oostelijk deel van Wanssum bevrijd. De Molenbeek bleek toch een belangrijk obstakel in Nood-Limburg (zie “Slag

in de Schaduw” van Korthals-Altes ). Onze evacuatie verliep als volgt: eerst een paar kilometer te voet naar St. Paschalis (Oostrum), vandaar met Engelse legerwagens naar Liessel (ontsmetting d.m.v. spuiten met DDT-poeder!) en vervolgens naar St. Anna (Venray) waar we de nacht doorbrachten in de aardappelenkelder. De volgende dag via omzwervingen tot Oploo en na twee dagen waren wij ondergebracht in Vortum-Mullem bij de familie Martens, die enkele weken bij ons thuis geëvacueerd was.

In Vortum is ons Moeder 50 jaar geworden en omdat onze Matthieu twee flessen wijn uit onze kelder had meegesjouwd had dit “feest”  toch nog een gouden randje! Overigens zaten wij in die eenzaamheid tot onze knieën in de modder. Alles was modder veroorzaakt door regen en tanks!! Ik heb nog met de dochter des huizes koeien moeten gaan zoeken, die meest ondergebracht waren  in de buurt van Stevensbeek. Mijn andere broers waren blijkbaar te fijn gebouwd voor dit “cowboy-werk” en ik was dus de klos!!!!

Na ongeveer drie weken zijn we dichter bij huis gegaan en werden we hartelijk ontvangen in Oirlo bij de familie Peters. Het klikte buitengewoon tussen beide gezinnen. Samen waren wij met 25 personen. Het was erg gezellig. Wel werden wij op 3 januari 1945 nog opgeschrikt door een verbeten offensief van de Duitsers die tussen Wanssum en Well een “Brückenkopf” wilden vormen en zij hadden zich verschanst in het Tax-zien-buske in de buurt van de Maas. Het Brückenkopf Wanssum was toen even wereldnieuws. Maar het feest ging gelukkig niet door.

Omstreeks medio maart 1945 konden we weer naar ons huis terug waar we een vreselijke rotzooi aantroffen. In die dagen is Ome Winand gestorven en begraven. Het was mooi lenteweer herinner ik mij  en we zagen toen ook honderden geallieerden oorlogsvliegtuigen overvliegen  richting Duitsland waar toen de Amerikanen en Engelsen de Rijn overstaken.

Wij allen probeerden weer in onze gewone doen te komen en vierden op 5 mei 1945 de capitulatie van Duitsland en de bevrijding van heel Nederland!!

Paul van Els (hij was toen 14 jaar).

Toevalligerwijs behandelt Mathieu in zijn vaste bijdrage o.a. hetzelfde onderwerp als dat van Paul, nl. het Bruggenhoofd te Wanssum.

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 12, april 2005.

Verder lezen: