Voor de inwoners van Blitterswijck, Wanssum en Horst valt er veel te leren bij de bestudering van hun dorpsgeschiedenis. Drankgebruik was al vroeg  compensatie voor herendiensten.

Men kan zich de vraag stellen of dit heeft geleid tot aanpassingen in het DNA-stelsel van de Noord-Limburgers. Mogelijk ook leidt het tot beantwoording van de vraag waarom men in Horst twee kermissen nodig heeft om gelukkig te zijn.

Die herendiensten waren in het Ancien Régime de normaalste zaak van de wereld. Ook op het platteland van Noord Limburg, dat sedert de 14e eeuw toebehoorde aan het hertogdom Gelder. De diensten waren divers van aard en kwamen ten goede aan het privébezit van de plaatselijke heer. Zo heette de heer van Lottum: Johan Christoffel van Wijlich, baron van Lottum. Een titel die verleend was door landvoogdes Margaretha van Parma. De diensten aan de baron van Lottum betroffen de uitvoering van de rechtspraak en het uitdiepen van grachten rond het kasteel. Voorts het leveren van een geslacht schaap. Bij twijfel over deze dienstverlening werd als onderpand de maaltijdketel uit het huis gehaald, die men kon terugkrijgen na levering van het gevraagde. De baron kocht in 1604 van de erfgenamen van Jacob van de Staeij voorts het veerrecht bij de Maas aan. Onder de aankoop viel ook het visrecht in de halve Maas, vanaf de kerk van Lottum tot aan de Molenbeek.

De onderdanen van Blitterswijck waren verplicht om een dag per jaar turf voor hun heer te steken in het Blitterswijckse broek. De kosten van het steken en op hopen zetten van de turf waren voor de heer. De inwoners kregen tijdens de werkzaamheden van hun heer wel de kost en voldoende drank. Het gebied rond de Molenkamp en de Duijvenkamp werd door de inwoners bemest, beploegd en gemaaid. In tijden van gevaar mochten de inwoners binnen de schans van het kasteel verblijven. Te Geijsteren moesten de onderzaten hooien voor hun heer, Vincent Schellart van Obbendorp. Turf moest gestoken worden op de Sporrick, een streek tussen Venray en Geijsteren. De grachten rond het kasteel moesten ijsvrij gehouden worden en men deed op gebod boodschappen voor de huishouding voor de heer in Venlo. Dat gold ook voor de op het kasteel gedronken wijnen. Vincent Schellart verbleef maar weinig op het kasteel. De heerlijkheden Oostrum en Oirlo en ook het nabije Wansegem (Wanssum) waren in het bezit van de heer van Geijsteren.

In Horst verloonden de heren Van Wittenhorst, die woonden op Huys ter Horst, de verplichte diensten met een tot drie teute bier. Een geste die bij vele Horstenaren tot op de dag van vandaag tot een beklagenswaardige gewoonte heeft geleid. Horstenaren deden daarvoor het hooiwerk, zij mestten de stallen uit, onderhielden en repareerden de molen en hielden de grachten ijsvrij. In tijden van nood verleende de heer aan de inwoners onderdak. De bewaking van het kasteel wordt bij toerbeurt verricht door 42 schutten van de plaatselijke schutterij. Iets wat ik als beschermheer van de schutterij met enige fierheid vermeld. Gelukkig zijn de herendiensten in deze contreien beperkt gebleven tot hooien en ijs ruimen. Het ius primae noctis heeft onze oude stambomen dus niet bevlekt!

Dan de plaatsnaam Wansegem. Men kan de locatie en de naamgeving vinden op de kaart uit 1704 van Gabriel Bodenehr uit Augsburg. Ik noem deze schrijfwijze omdat dr. Th. Van Els over de betekenis van dit toponym al in 1972 heeft gespeculeerd in zijn proefschrift.

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 24, april 2012.

Verder lezen: