De laatste weken is het Nederlandse volk overvoerd met informatie over het ontstaan en verloop van de tweede wereldoorlog. Een oorlog die 40 jaar geleden tot een catastrophaal einde kwam. Een continent verwoest; 60 miljoen doden; 6 miljoen joden radicaal uitgemoord. Blijvende angsten en nachtmerries voor hen die het niet konden verwerken en nog steeds leven in de, schaduw van de terreur. Waarom zoiets herdenken ? Een van de diepere redenen voor het houden van deze bijeenkomsten is naar mijn gevoel gelegen in de gedachte dat we de jaren tussen 1935 en 1945 nooit terug zouden willen hebben, hoewel de schrik ons vaak.om het hart slaat wanneer we zien hoe onvoorzichtig er met de verworven vrijheid wordt omgesprongen. Het heeft zin om daar regelmatig eens bij stil te staan.

Vorig jaar heb ik met vrouw en kinderen het kamp Dachau bezocht. Een naam op de kaart in Zuid-Duitsland die een radeloos einde betekende voor vele gevangenen in do tweede wereldoorlog. Zij stierven waar nu mensen verlegen naar binnen schuifelen. Je hoort er zacht alle talen van de wereld spreken. Veel jonge mensen. In het hoofdgebouw lezen we plaatsnamen van de talloze vernietigingskampen in Europa, foto’s van uitgemergelde gevangenen en onbegraven lichamen. De radeloosheid op hun gezicht van angst en honger. De plotselinge herkenning van de foto van Titus Brandsma. Ineens zo nabij. De in haat bekraste foto van Hitler. Grauwe kleine kindergezichtjes. Mensen die openlijk huilen. Ook dat is herdenken. Maar zo kan het niet elke dag. Dan zou de vrijheid geknakt worden onder de last van het verleden.

Je zou eigenlijk moeten kunnen vergeten en vergeven. Je zegt dat zo vaak in je leven: vergeven en vergeten! Vergeven doe je met je hart, vergeten met je geheugen. Maar telkens als we vergeven, herinneren we ons de offers die moesten worden gebracht. De offers bijvoorbeeld van Titus Brandsma en Anne Frank. De offers van de mensen uit het verzet. De honger die niet gestild kon worden. De mannen en vrouwen die hun huwelijk moesten herbeginnen. En de kinderen voor wie andere ouders moesten worden gezocht.

Zo herinneren wij ons de mannen van de Eerste Afdeling van het Elfde Regiment Artillerie, in bange tijden bij hun families weggeroepen en gemobiliseerd in ons gemeentehuis en dorpshuis in de periode tussen 1 september 1939 en 9 april 1940. Een van hen, weten we, sneuvelde kort daarna tijdens de aanval op de brug bij Hedel. Een gevelsteen in de muur van het dorpshuis houdt de herinnering aan die mobilisatie in onze gemeente zichtbaar.

En vanavond betuigen wij als gemeenschap ons bijzonder respect aan onze gevallenen uit de gemeente Nistelrode. Zij stierven door oorlogshandelingen hier en in het verre oosten. Kinderen van de drie basisscholen brengen deze dierbaren zo meteen hulde, door bloemen te leggen op de gedenksteen buiten de kerk. En tenslotte denken wij aan degenen die ons in die barre tijden de vrijheid terug brachten. Gisteren mocht ik een van hen op het gemeentehuis ontvangen. Het was Donald Cameron van het 412 Falcon Squadron RCAF uit Canada. Hij heeft in Nistelrode onderdak gehad in de lagere school, thans bibliotheek, van december 1944 tot april 1945. Hij heeft een goede bekende uit die dagen, mevrouw van Ravenstein, gisteravond een bezoek gebracht. Ook voor deze man: vele herinneringen. Laten wij daarom vanavond onze doden herdenken en morgen onze vrijheid vieren. En samen met de jeugd, die dit alles uit boeken moet lezen, bedenken dat er geen vrijheid mogelijk is zonder offers; dat er geen offers gebracht worden zonder verdriet; en dat er geen verdriet is zonder troost. Mag ik de kinderen van de basisscholen vragen naar voren te komen en u allen verzoek ik gaan. te staan.

Gepubliceerd in ‘Haal Over, tweemaandelijks kontaktblad van Nistelrode’, 31e jaargang no. 3, juni 1985.

Verder lezen: