De Algemene Ledenvergadering van Unitas SR heeft afgelopen augustus unaniem ingestemd met het plaatsen van een herdenkingsplaquette op Symposion voor oud-leden die in de Tweede Wereldoorlog om het leven zijn gekomen. De slachtoffers hebben allemaal hun eigen verhaal. Dit zijn enkele namen op de plaquette:

Dit artikel is verschenen in de Reünisten Vivos Voco, mei 2016.

Kees Leendertz

Het graf van Kees Leendertz op de Grebbeberg


Het graf van Kees Leendertz op de Grebbeberg

U.S.R. kreeg voor het eerst te maken met de oorlog eind augustus 1939, toen de algehele mobilisatie werd afgekondigd. Tientallen leden en oud-leden werden onder de wapenen geroepen, onder wie Kees (Cornelis) Leendertz uit Leeuwarden. Hij was in 1923 als student rechten lid geworden. Later ging hij het leger in. Bij het uitbreken van de oorlog werd Kees gemobiliseerd als eerste luitenant. Hij was erbij toen vanaf 11 mei 1940 drie dagen lang weerstand moest worden geboden aan de oprukkende Duitse troepen op de Grebbeberg. Op 13 mei verloor hij zijn leven.

Pim Willemsen

In juli 1941 werd U.S.R. door de bezetter offi cieel verboden. Het pand werd verzegeld. De vereniging liet het daar echter niet bij zitten. U.S.R. ging ondergronds. De Senaat organiseerde illegale bijeenkomsten in sociëteit ‘De Vereeniging’ op de Mariaplaats. En in het najaar van 1941 was er gewoon weer een novitiaat, maar wel in het geheim. Pim Willemsen was één van de leden uit dit bijzondere aankomstjaar. Pim (eigenlijk ‘Willem’) Willemsen werd vervolgens een actief lid van de ondergrondse U.S.R. Hij zette zich daarnaast in voor het verzet. Hij werd daarvoor veroordeeld tot een jaar strafgevangenis in Duitsland. Hij ontsnapte, werd opnieuw gepakt en kwam in een strenger strafkamp terecht waar hij dwangarbeid moest verrichten. De ontberingen leidden ertoe dat hij tbc opliep. Na een lang ziekbed overleed hij op 2 oktober 1946.

Elias Monasch

In Utrecht was U.S.R. vanwege zijn algemene signatuur de facto eigenlijk de enige vereniging waar Joden tot 1945 terecht konden: Veritas was katholiek, SSR gereformeerd en lidmaatschap van de corpora als USC en UVSV was alleen weggelegd voor de meest welgestelden. Alleen zeer rijke Joden kwamen door de strenge ballotage heen. Elias Monasch (oud-oom van kamerlid Jacques Monasch) was een van de Joodse reünisten van U.S.R. die de oorlog niet hebben overleefd. Hij werd lid in 1912. Na de Eerste Wereldoorlog werd hij apotheker in Amsterdam. Elias Monasch werd gedeporteerd naar Sobibor, waar hij werd vergast op 4 juni 1943. Een groot deel van zijn familie verloor het leven in een concentratiekamp.

De sociëteit na de Jeugdstorm (1945)

De sociëteit na de Jeugdstorm (1945)

Joep Lubbers

In maart 1943 werd door de bezetter van studenten een ‘loyaliteitsverklaring’ geëist. Studenten moesten beloven dat zij loyaal zouden zijn aan het bewind. Wie weigerde liep het risico in Duitsland tewerk te worden gesteld. In Utrecht tekende toch slechts 12 procent van de studenten. Velen moesten daarom stoppen met hun studie en onderduiken. Velen gingen ook in het verzet. De illegale verenigingsactiviteiten van U.S.R. stopten om die reden dan ook op een gegeven moment. De meeste leden konden niet meer komen. Alleen het seniorenconvent HZB bleef tot de zomer van 1944 bijeen komen.

“Studenten moesten beloven dat zij loyaal zouden zijn aan het bewind”

Ook Joep Lubbers overleed in een concentratiekamp, Belgen Belsen. Hij werd lid van U.S.R. in 1920 als student tandheelkunde. Oorspronkelijk kwam hij uit Johannesburg. In 1939 werd hij tot Nederlander genaturaliseerd. Hij was tandarts in Utrecht en zat in het verzet: hij vestigde in zijn huis aan de Maliesingel 4 een post van de Binnenlandse Strijdkrachten en hielp onderduikers. Hij werd verraden, opgepakt en naar Bergen Belsen getransporteerd, waar hij overleed op 5 mei 1945.

11 juli 1941 werd Symposion door de Duitsers gesloten

11 juli 1941 werd Symposion door de Duitsers gesloten

Herman Kattenburg

Herman Kattenburg werd lid van U.S.R. in 1912. Hij werd na zijn studie tandarts in Amsterdam. Hij was van Joodse afkomst, maar trouwde een niet-Joodse vrouw. Door zijn handige netwerk kon hij onder een andere, niet-Joodse naam documenten verkrijgen waarmee hij uit handen van de bezetter bleef. Hij hielp tijdens de oorlog veel onderduikers gratis als tandarts. Op 16 december 1944 vond een Brits bombardement plaats op de Euterpestraat, waarbij Kattenburg en zijn vrouw om het leven kwamen.

“De Jeugdstorm, de jongerenorganisatie van de NSB, had het pand totaal uitgewoond”

Na de bevrijding kon U.S.R. de sociëteit weer in bezit nemen. De Jeugdstorm, de jongerenorganisatie van de NSB, had het pand totaal uitgewoond. Rector senatus Connie van der Capellen, die de vereniging door de vijf oorlogsjaren heen had geloodst, vertrok als dienstplichtige naar Indië. In 1945 werd hij daar doodgeschoten.

Jo van der Horst-van der Meulen

Ook Jo van der Horst-van der Meulen kwam om het leven in Nederlands-Indië. Zij studeerde tandheelkunde en werd lid van U.S.R. in 1922. Ze was actief lid: als vice-abactis van het Sociëteitsbestuur en vice-abactis van de Senaat. Haar man Frederik Carel van der Horst was zendingsarts, en eveneens U.S.R.-lid. Hij werkte vanaf 1930 als een van de zeer weinige artsen in het ziekenhuis te Kelet, Tajoe op Java. Van 1938-1942 was hij zendingsarts te Malang. Ze leidden samen in beide ziekenhuizen veel inheemse verpleegkundigen op. Japan zag alle Europeanen en zeker de Nederlanders als ongewenste vreemdelingen. Vanaf voorjaar 1942 zaten Jo en haar man gevangen te Ambarawa, Midden-Java en moesten slavenarbeid verrichten. Na 15 augustus 1945, toen Japan officieel capituleerde, ontstond er een enorme, gevaarlijke chaos. Deze Bersiap-periode, die duurde van augustus 1945 tot januari 1946, was een direct gevolg van de Tweede Wereldoorlog. Jo stierf op 1 november 1945 in het gevangenkamp.

Plaquette

Direct na de oorlog hadden verschillende Senaten het voornemen een herdenkingsplaquette te plaatsen. Er was echter geen geld voor. Het herstellen van de totaal vernielde sociëteit en het opnieuw opbouwen van de vereniging hadden prioriteit. Zeventig jaar later is het er van gekomen. De plaquette is op 29 april 2016 onthuld door de Commissaris van de Koning. Een verslag volgt in de volgende Reünisten Vivos Voco. Er is echter nog steeds geld voor de plaquette nodig. De herdenkingscommissie roept leden en oud-leden daarom op een bijdrage te leveren.

 

Verder lezen: