In de parochiekerk van Oirsbeek herdacht de voorzitter van het LGOG op 26 juni 1993 de 100ste sterfdag van een der grondleggers van het Genootschap.

Tijdens de algemene ledenvergadering die vorig najaar is gehouden in Houthem-St.Gerlach, werd aandacht gevraagd voor een respectvolle herdenking van een van onze voorzitters, de priester Jos Habets. Vanmiddag werden zijn verdiensten gereleveerd als rijksarchivaris, archeoloog en kerkhistoricus. Thans zijn wij bijeen in de parochiekerk, waar hij werd gedoopt en uitgeleide werd gedaan. Morgen zal te zijner nagedachtenis in de basiliek van Sint Servaas, een plechtige hoogmis worden gevierd. Ik nodig u allen graag uit daarbij aanwezig te zijn. Behalve op deze historische plaats, bestaat er nauwelijks een waardiger plaats voor een herdenking.

De weg na 1863

Enige jaren gelden stond het LGOG nadenkend stil bij haar 125-jarig jubileum. Nadenkend, omdat bij een dergelijke gelegenheid de vraag legitiem is: welke weg is sedert 1863 afgelegd, welke doelen werden gesteld en wat is bereikt? U weet allen dat dit denkproces gaande is en gaande moet blijven. In onze laatste algemene vergadering in Sittard hebben wij de voorlopige resultaten van dit “nadenken” geaccordeerd. Herdenken, nadenken, heroverwegen en doorgaan, dienen een eerbiedwaardig genootschap als het onze, tot richtsnoer te zijn.

Bewonderenswaardige kennis

Nu vandaag Jos Habets is belicht, worden ons zijn contouren weer helder. De Limburgse priester, de rijksarchivaris en een van onze voorzitters uit de beginperiode. De pionier en kamergeleerde, die met begeestering en gedrevenheid het historisch handwerk bedreef. Zijn tijd noodde tot gedrevenheid. De historisch ontstane fragmentering van archieven, de onoverzichtelijkheid der bewaarplaatsen en de toestand waarin ze zich bevonden, noopten tot verzamelen, inventariseren en publiceren. Zijn bewonderenswaardige kennis van vindplaatsen in dit gewest en een netwerk van relaties, vrienden en collegae hielpen hem met slagvaardigheid zijn bevlogen taak te vervullen. Het bracht hem in depots en archieven van kastelen en heerlijkheden, van gemeenten en provincies, van kerken, kloosters, abdijen en het bisdom. Van zijn inzicht in vindplaatsen getuigen ook zijn talrijke naspeuringen naar de archeologie in onze streken.

Ongetwijfeld kleuren zijn activiteiten zich naar de pioniersgeest van die dagen. Ongetwijfeld heeft het historisch bedrijf sedertdien gewonnen aan methodologie en techniek. Ongetwijfeld   heeft het gewonnen inzicht en bezonkenheid ons een hechter theoretisch kader bezorgd. In het aldus ontstane bouwwerk waarderen wij Habets’arbeid nu als hoeksteen.

Foundingfather LGOG

Onafscheidelijk verbonden aan onze collecties, onafscheidelijk verbonden met het Rijksarchief en de thans in restauratie verkerende daarbij horende gotieke kloosterkerk én als een der foundingfathers van het LGOG zal hij ons nabij blijven. De man die in Rolduc zijn opleiding genoot. Die kapelaan was in Hunsel, Bunde en Berg en Terblijt. Die na zijn pastoraat Rijksarchivaris werd in Limburg. Geëerd werd met het lidmaatschap van de Koninklijke Academie te Amsterdam en de Koninklijke Vlaamsche Academie. Voorzitter ook werd van het Oudheidkundig Genootschap. Tastender wijze beleven wij thans wat hij in zijn tijd betekende: in zijn gastvrij huis, waar geestverwante zoekers en geleerden hem bezochten en in zijn blijvende verknochtheid aan zijn geboorteplaats.

Aldus heeft hij geijverd voor ons erfgoed, tot hartzwakte zijn geest en hand stillegde. Ik stel u voor hem een ogenblik in stilte te gedenken, waarna wij met bloemenhuldes deze bijeenkomst in Oirsbeek afsluiten.

Herinneringen:

  • In 1998, kort voor mijn aftreden als voorzitter, stelde het Genootschapsbestuur de Habets-penning in. Deze hoge onderscheiding werd verleend aan dr. Jos Venner voor de totstandkoming van het Leerboek Limburgse Geschiedenis en aan drs. Jos Schatorjé, directeur Limburgs Museum, bij zijn ambtsjubileum in 2004.
  • Het penningontwerp, naar een idee van de voorzitter, werd ontworpen door Marijke Cieraad uit Sevenum. Als randtekst werd behalve de benaming HABETSPENNING, naar een suggestie van Guus Janssen genomen: VITAM IMPENDERE VERO. Zij presenteerde haar ontwerp op 19 januari 1999. Evenzo gaf zij vorm aan de “speld van verdienste” van het LGOG.

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: