Mijn goede peetoom was broeder-gaardenier op Servaas in Venray. Het huidige Vincent van Gogh Instituut. In 1990 werd ik er voorzitter van de Raad van Toezicht. Bestaat toeval?

Punaises met een touwtje

Ik word in 1989 gevraagd de bestuursverantwoordelijkheid van het Psychiatrisch Centrum Venray op me te nemen! Bestaat toeval? Toen ik met ingang van 1990 daar zelfs tot voorzitter werd gekozen, werd er ter ere van mijn voorganger een tentoonstelling ingericht over de creatieve therapie van het instituut. Voornamelijk werk van Victor Beckers (dwangmatig nauwkeurig weergegeven verpleeggebouwen van het instituut) en van Henri Jonas (religieuze voorstellingen). Onlangs werden we verrast door de wedervondst van een portretje van mijn oom Gerard. Het stukje triplex was nogal onderkomen en beschadigd. Niet ingelijst en aan de achterkant zaten punaises met een touwtje om het op te hangen. IROK in Horst maakte het portret schoon, zette er voor de coherentie zwaar spiegelglas achter, om “trekken” tegen te gaan en we besloten er (vanwege mijn peetoom) een fraaie lijst omheen te zetten met houtverzilvering. Maar nu het is schoongemaakt, is linksboven de aangebrachte naam ROGATIANUS zichtbaar. Vriend en kunstenaar Bert Coppus verrichtte de hoogst noodzakelijke restauratie. Op Servaas had broeder Roga zijn talent voor handvaardigheid en tekenen ontwikkeld. Twee pasteltekeningen van meisjeskoppen, het geschenk voor mijn Eerste Communie met Hanneke en Janneke en ook een houtsnede werden bij ons thuis van mijn peetoom bewaard.

De meester of de knecht

De vraag was nu: is ook het portret door oom Gerard zelf geschilderd? De foto waarvan het werd nageschilderd, zit nog in ons archief. Jos Schatorjé van het Limburgs Museum in Venlo, op bezoek bij mij, bracht uitkomst. Dit paneel is zonder enige twijfel geschilderd door Henri Jonas, meende hij. Je ziet linksonder de karakteristieke H bij de signering. En de vraag aan hem: is het kostbaar, kreeg ik een ontnuchterend antwoord. In deze staat een paar honderd euro inclusief de restauratie en de lijst. Portretjes op meubelplaat zijn blijkbaar niet gewild, zo blijkt. Tot mijn troost was Bert Coppus erg enthousiast. Zowel herkenbaarheid als kwaliteit verwezen zeker naar Henri Jonas. Conclusie: Oom Gerard had een goede band met Henri Jonas. Als baas van de boomgaarden en de boerderij zal Henri op therapeutische basis zijn dagen hebben doorgebracht en er een vriendelijke broeder-gaardenier een plezier hebben gedaan met een portretje. Ondanks de geringe dagwaarde, heeft mijn peetoom nu een mooi plekje gekregen in ons huis.

Petite Histoire:

  • Henri Charles Jonas werd 8 mei geboren in Maastricht. Gevormd door de impressionistische school van Jonkheer Rob Graafland en de Rijksacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam (1918), waar hij onder invloed komt van het expressionisme. Zijn korte bloeitijd ligt tussen 1925 en 1932, een periode waarin hij wordt geïnspireerd door Constant Permeke en Matthieu Wiegman. Dan krijgt hij in 1932 een diepe depressie en belandt in het psychiatrisch ziekenhuis te Venray. Alleen in de periode 1937-1940 heeft hij een korte productieve opleving. In zijn werk schildert hij dan zijn verwarring uit in (zelf)portretten, bijbelse voorstellingen en glas-in-loodramen. Men ervaart zijn diep, maar gekweld geloof. Hij sterft 15 september 1944 (zie ook de sterfdag van oom Gerard: 30 oktober 1944) te Maastricht, een dag na de bevrijding van de stad. Zie “Hedendaagsche Limburgse Kunst”, het artikel over Henri Jonas 1878-1944 (pag.129-133). In het genoemde artikel staan twee portretten afgebeeld, die qua sfeer en kleurstelling verwantschap tonen met het portretje van Rogatianus. Geschilderd in 1937. Jazeker, mijn geboortejaar!

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: