Toen vorige week Matthieu, Paul en ik voor het laatst bij Harrie waren, zei hij heel rustig maar indringend: “Ik maak het niet lang meer”. Vervolgens ging hij over tot de orde van de dag en vroeg, toen ik voor Matthieu en Paul -het was warm- een pilsje had ingeschonken: “En woar blieft mien bier”? Heel gewoon, zoals hij dat waarschijnlijk tientallen keren eerder, onder andere omstandigheden, had gevraagd.

Harrie was er, bij volle verstand en heel rustig, tevreden mee dat zijn einde gekomen was.

Wij waren thuis met velen. Tien kinderen, drie meisjes en zeven jongens, later alle tien getrouwd. Harrie, de tweede in de rij, is de achtste die van ons grote gezin is overleden. Hem zijn voorgegaan één zus, Nellie; twee broers, Jan en Leo; twee schoonzussen, Laura en Fien; en twee schoonbroers, Karel en Sraar. Ook hen, én onze ouders, gedenken wij vandaag, in droefheid én dankbaarheid. Wij missen hen allen nog steeds.

Van ons grote gezin was Harrie een heel trouw en toegewijd lid. Hij was altijd beschikbaar en open voor iedereen. Familiebijeenkomsten sloeg hij nooit over. Aan alle fietsvakanties van de familie, die we begonnen te houden begin 80er jaren, nam hij -met Laura- deel, ook toen het fietsen voor hen beiden onmogelijk werd.

Hij was een rustige –elegante- fietser, een rustige –flinke- eter, en ’s avonds een rustige –opgewekte- drinker én een rustige maar ook bezeten kaarter. Harrie hoorde altijd bij het eerste groepje dat werd geformeerd om te “huuëge” of te “kruusjasse”, daar werd niet veel overleg aan vuil gemaakt, hij ging gewoon klaar zitten.

Harrie vormde -als tweede van het gezin- met Jan en Matthieu het “grote trio” van ons ‘stamboomlied’. De drie, die heel vroeger voor de jongsten -waar ik bij hoorde- bijna onbereikbaar veraf waren, nog net aanspreekbaar. Wij poetsten de schaats- en voetbalschoenen van het drietal. Zonder tegenzin, overigens, hoewel ik me niet kan herinneren dat we er iets voor kregen. Het was natuurlijk op zich al een grote eer dat we de schoenen mochten aanraken!

Later, toen Jan en Harrie jarenlang in Nederlands Indië dienden, schreven Leo en ik veel brieven “vanuit het thuisfront”. Ik geloof niet dat we ooit een persoonlijke brief terugkregen –en daar maakten we ook geen probleem van-, terwijl we toch steeds belangrijk nieuws te melden hadden vanuit Wanssum: alle voetbaluitslagen, bijvoorbeeld, ook van de jeugdelftallen, en ongetwijfeld wilden Harrie en Jan –dachten wij- ook weten of het in Wanssum wel goed weer was geweest voor de boeren.Of ik ooit heb durven schrijven dat Moeder, de eerste tijd na Harrie’s vertrek, vaak lang stilletjes zat te huilen, betwijfel ik.

Jarenlang was Harrie, na het overlijden op veel te jonge leeftijd van Jan in 1975, de familieoudste, de onbetwiste ‘pater familias’. In die functie had hij ook de taak om bij feestelijke gelegenheden namens iedereen te spreken en om de jubilarissen een “gesloten enveloppe-met-inhoud” aan te bieden. Hij heeft zich altijd waardig van die taak gekweten.

Die taak heeft Harrie de laatste jaren, wanneer het spreken wat moeilijker werd, eerst aan Leo en toen aan mij overgelaten.

Dat is ook de reden waarom ík hier nu sta.

Namens het “grote gezin” wil ik Harrie, met een vol gemoed, gedenken.

Ik wil hem prijzen om wat hij van zijn leven heeft gemaakt. Om het feit, bijvoorbeeld, dat hij met Laura samen zo’n fantastisch gezin heeft weten te vormen, met hun drie kinderen en met schoondochter en schoonzoons. Om het feit ook dat hij op zo’n bewonderenswaardige wijze de zorg heeft gedragen voor Laura, toen het met haar minder goed ging.

Harrie heeft eens voor Moeder -in dank- de volgende liedtekst geschreven:

Vur al ow zurge, ongeteld,

vur alle erpel die ge hèt geschèld,

vur alle bokse die gespuuld,

vur alle liefde die ge hèt gevuuld.

Zo ook ongeveer, zou je kunnen zeggen, heeft Harrie altijd voor zijn gezin klaar gestaan.

En wíj -zussen, broers, schoonzussen en schoonbroer- willen jou, Harrie, vooral danken voor het feit dat je altijd zo’n goede broer bent geweest.

De enveloppe die ik jou – symbolisch- aan te bieden heb, bevat dit keer geen geld.

Zij bevat veel, heel veel dankbaarheid van ons allen voor alles wat je in je leven voor ons bent geweest.

 

Roermond, zaterdag 1 augustus 2009

Theo

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 20, december 2009.

Verder lezen: