In de aula van de nieuwbouw van het Hertog Jan College, staat een schilder hoog op de steigers. Zwijgend werkt hij aan een wanddecoratie, als achtergrond van het verhoogde gedeelte van de aula.

 

Als leerling van het Hertog Jan, waren er tal van mogelijkheden deel te nemen aan buitenschoolse activiteiten. Een daarvan was, deel uitmaken van de redactie van het schoolblad “De Kemphaan”. Evenwel, er was onvrede over het door de redactie gevoerd beleid. Een aantal gelijkgestemden vond dat er hard werd gewerkt, maar in de verkeerde richting. Wij gingen aan de slag om, met een eenmalige uitgave te laten zien wat we bedoelden. Coen van der Linden (de latere hoofdredacteur van een sexblad) en ik kregen de opdracht om de kunstenaar, die in de aula aan het werk was, een interview af te nemen. Hij stelde zich voor als Hans Truijen. Jong Limburgs kunstenaar, maar in 1928 geboren in Soerabaja op Java. We noteerden dat hij ook glas-in-lood-ramen had vervaardigd voor de Boerenleenbank in Sevenum. Hij vertelde van de noodzaak dat een kunstwerk een mysterie moest inhouden, wil het de mensen boeien. Zijn werk in de aula had nog een duidelijke verbondenheid met de rede. Mystiek en rede leiden in de kunst tot harmonie. Wij vertelden hem ook van onze perikelen met onze schoolkrant. En in reflectie op de naam “De Kemphaan”, tekende hij de nieuwe omslag met een “Poelier” erop. Ik herinner mij dat Paul Gooskens uit Eindhoven en Ine van Elderen (Brabantia en ons aller idool) uit Aalst, deel uitmaakten van de Poelier-redactie.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: