Dit verhaal heb ik geschreven als schrijfopdracht voor school. Ik heb er een 9.5 voor gekregen.

Drup. Sanne haalt de regendruppel weg van haar neus. En dat doet ze al een kwartier lang. Het regent pijpenstelen, het is donker, het is koud, maar gelukkig is het wel Halloween.

Ze wil vandaag zo veel mogelijk snoep ophalen, maar niemand doet de deur voor haar open. Als ze op de deur klopt, hoor je alleen maar mensen schrikken. En ze weet niet eens waarom.

Drup. Nog een druppel. Alleen deze druppel is anders. Ze krijgt hem niet van haar neus af, en hij geeft een soort gloeiend effect. Omdat ze hem er niet vanaf krijgt, gaat ze maar gewoon verder naar het volgende huis.

TRIIIIIIING! Er doet iemand met een zwarte cape open en vraagt met een verdacht stemmetje: ‘Wat wil je meisje?’

Sanne zegt stotterend en een beetje bang: ‘Eeehhh, trick or treat.’

Vanuit het huis hoort ze een harde gil en ze wordt echt bang. ‘Ik zal even wat halen voor je’, zegt de vreemde man.

De druppel op haar neus begint nu heel hard de gloeien en ook een soort te duwen. Hij duwt haar naar het huis van de vreemde man. Hij duwt haar naar binnen.

Zodra ze binnen is, klapt de deur dicht. Op slot. De druppel op haar neus verdwijnt.

Ze probeert een uitgang te vinden. En ze vind een raam die open staat. Ze gaat naar buiten en gelijk valt er weer zo’n zelfde druppel op haar neus als daarnet, die haar meteen weer naar binnen duwt.

Het is duidelijk. De druppel wil haar binnen hebben. Want dan verdwijnt hij weer.

En opnieuw hoort ze zo’n gil. Harder dan daarnet.

Ze hoort voetstappen. Ongetwijfeld van die man. Denkt ze. Ze kan niet naar buiten, maar ze wil ook niet binnen blijven. De voetstappen komen dichterbij.

Sanne duikt een kast in, maar de voetstappen gaan niet naar de deur. Ze gaan naar de kast.

Sanne kijkt op haar horloge. 23:59. Nog één minuut en dan is Halloween officieel voorbij. De voetstappen staan stil voor de kastdeur.

Ze kijkt nog een keer. Nog tien seconden. Negen, acht, zeven, zes, vijf, de kastdeur gaat een klein stukje open, vier, drie, twee, de deur staat nu volledig open en ze ziet een vaag figuur, één… een dodelijke stilte is er gevallen.

Sanne durft niet op te kijken. Ze hoort geen geluiden meer. Ze hoort niks meer. Ze ziet niks meer. Ze kijkt op.

Ze ziet een poster hangen op een muur. Ze ziet een klok. Ze ziet kleren overal in de kamer. Ze ziet haar eigen kamer. Ze kijkt op haar wekker.

07:15, 31 oktober.

Het is Halloween.

Kirsten Fasol, 31 oktober 2016.

Verder lezen: