Uit de stilte van de nacht

komt hij weer aangelopen

’s ochtends half vijf stipt

loopt een man door onze straat.

 

Al vaker heb ik hem gehoord

want steeds pal voor onze deur

verjaagt hij achteloos de rust

met rochelende rokershoest.

 

Zoemende auto in de verte

de zolder kraakt

een gans vliegt kwakend over.

 

Ik woon op weg naar de dag

heimweedromend naar de bergen

ijle lucht is stil.

Verder lezen: