GROOTOUDERS FASOL-LOOS

 

Een handgeschreven Ex Libris van Jacques Loos in Opstellen van Agron, Amsterdam 1827. Zie ook het verhaal over Venbergen.

 

Cet Agron appartient à moi,

comme la Hollande à son roi

je fais autant de lois

comme Guillaume de soldats.

 

A Valkenswaard est ma demeure

comme Guillaume est mon sieur;

celui qui veut savoir mon nom,

n’a qu’à voir dans ce petit rond.

 

Zes generaties in Valkenswaard

Met de komst van Reynier naar Valkenswaard tellen we in Valkenswaard zes nieuwe generaties. Het zijn: Reynier Fasol x Elisabeth Beckers (tr.1817), Bartholomeus Fasol x Johanna Catharina Snoeks (tr.1852), Andreas Fasol x Johanna Maria Loos (tr.1883), Petrus Fasol x Maria Christina Lommers (tr.1923), Borromeus Fasol x Mathilda van Els (tr.1967). Hun kinderen zijn Peter Fasol x Anja de Wind (tr.1995) en Carola Fasol x Gérald Rensink (tr.1997, ontb.2000). De kleinkinderen heten Mariken en Kirsten Fasol en wonen met hun ouders in Gouda. Karlijn Rensink woont met haar moeder in Oirschot.

Van Bakkerstraat (Reynier’s huis) naar Zandbergstraat

Van Bartholomeus (Bart) Fasol (1821-1874) en zijn vrouw is weinig bekend. In haar laatste jaren, tot haar sterven in 1907, woont overgrootmoeder Fasol-Snoeks bij haar zoon en schoondochter aan het Florapark. Papa sprak in dialect van “grootje”. In ons archief bevindt zich de erfverklaring (18 maart 1865) van de nalatenschap van Jacobus Snoeks en Maria Elisabeth van Heugten, waarin Bartholomeus Fasol (schoenenmaker) en Johanna Catharina Snoeks voor een achtste deel de nalatenschap krijgen toegewezen. Het betreft bouwland aan de Conijnswarande ter waarde van 250 gld en een som gelds van 510 gld. De Conijnswarande was gelegen tussen de huidige Hazestraat en wat we later de Schaapsloop noemen. Ik meen onthouden te hebben dat Bartholomeus Fasol woonde aan de oude Zandbergstraat, thans Klappermanstraat 26. Niet ver gelegen van de ouderlijke woning aan de Bakkerstraat.

Tussen Florapark en Kerkweg

Andreas (Dré) Fasol (1852-1934) bouwt de woning voor zijn gezin aan het Florapark (tegenover de EMA-garage van Driek Jonkers). Zie ook de geborgen gevelsteen. Hij behoudt aan de Venbergse Molen de zogenaamde “Klotkuil”, waar hij in alle vroegte bijna dagelijks vist. Het verklaart zijn liefhebberij om in zijn vrije tijd visnetten te breien. Hij is meesterknecht bij schoenfabriek Van den Besselaar aan de Luikerweg (waar nu Kempenhof ligt) en wordt zelfstandig ondernemer met een schoen- en laarzenfabriek aan de Kerkweg (nabij de Dommelseweg tussen de tuin van Jaspers en sigarenfabriek Kinjet). Het perceel is langwerpig: aan de Kerkweg de fabriek, aan het Florapark de woning.

Notabele inwoner

Hij komt in aanzien bij de gemeenschap en wordt Armenmeester. Staat in 1892 borg voor de bouw (door aannemer Jan van Dooren) van het nieuwe postkantoor met directeurswoning. Om laarzen te verkopen trekt hij erop uit. Boekt vooral legerorders. Men zou deze marketing-activiteit oneerbiedig “teuten” kunnen noemen. Inventarisstukken komen na zijn dood bij zijn kinderen. En alleen hetgeen mijn vader erft of later in de schoenenmakerij (de voortzetting van de laarzenfabriek) van oom Jac terecht komt (die als vrijgezel bij ons inwoont tot zijn dood), komt tenslotte in ons huis terecht op Kromstraat 8. Vermeldenswaard is, dat oom Frans na de dood van oom Jac de schoenmakerij leegruimt en veel spullen ongezien door een handelaar laat ophalen. Een koperen marmiet kan ik nog op het nippertje redden voor dat lot.

Aimabele oma

Oma Fasol-Loos sterft het eerst. Ze is een uiterst relativerende moeder. Mijn vader, Piet Fasol, geniet van zijn jonge jaren. Hij leert de danskunst van de charmante Jet Beeks, door met die dame tijdens de kermisdagen in alle cafés te gaan dansen, van achteraan op de Leenderweg tot vooraan in het dorp. En als hij dan te laat thuis komt, staat oma boven aan de trap te wachten. Fluisterend (om opa niet wakker te maken) veegt ze haar zoon de mantel uit. Onze papa overreedt haar niks tegen opa te zeggen en belooft zijn moeder, als ze zou zwijgen, een mooie zijden blouse. Oma accepteert het aanbod. En steeds, als papa aan tafel het hoogste woord voert, kijkt ze hem veelbetekenend aan, neemt haar blouse tussen duim en wijsvinger en zegt dan vermanend, “Piet, jongen, kalm aan maar…”

Ik ga nog een alleke halen

Toen in het najaar van 1931 het niet meer zo goed ging met oma Fasol, bakt ons moeder voor haar een lekkere pannekoek. Oma ziet dat moeder in verwachting is en zegt: “ge bent zwaarder geworden, zoude hem niet naar onze Tinus (overleden zoon) willen noemen?”

Het is vrijdag 11 september 1931 toen Riek Scherens bij ons moeder kwam aanrennen. Wij woonden toen nog woonden in de oude pastorie aan de Kromstraat. Ze roept gehaast: ”Oma is niet goed, kun je gauw komen?” Oma zit op een stoel en snakt naar adem. Moeder begint de gebeden der stervenden te bidden. En onderwijl ze dat doet sterft oma. Ze laat papa roepen op school. Die gaat opa halen, die op de Klotkuil aan het vissen is. “Ik ga nog een alleke (aaltje) halen”, had hij gezegd. Toen opa papa zag komen, zei hij: “Wat komde toch doen?” Papa vertelt hem dat oma niet goed was geworden. “Dan zal ik maar gauw meegaan” zegt opa. Hij loopt zo hard zijn leeftijd het toelaat door de Molenstraat naar huis. Toen papa zei dat hij niet zo hard hoefde te lopen, zegt hij: “Dan is ze zeker al dood” en sukkelt bedroefd verder. Thuisgekomen knielt hij bij haar neer en doet steeds oma’s haren achter haar oren. De tranen lopen stil over zijn wangen. Een paar maanden, na oma’s overlijden, wordt in februari 1932 onze Tiny geboren. Oma Fasol had de uiterlijke kenmerken van de oude familie Loos. Tiny had dat en onze Peter heeft dat ook. En Koen van Christianne ook. Donker em slank, enig flegma en gevoel voor relativering.

De ketel geschuurd

Dan breken de laatste dagen aan van opa. Op een vrijdag in december 1934 wordt opa niet goed. Moeder heeft hem toen verzorgd, waarop opa tegen haar bromt: “Popt mèr met oew keinder!” Hij moet een dag of drie in bed blijven. De familie zit rond de platte buiskachel en bidden bij het bed in de kamer het rozenhoedje. Opa bidt het hele gebed voor. Toen dat klaar was, moest de klok opgetrokken worden. Opa zegt tegen ons moeder: “doede gij dat eens”. En zo geschiedde. De volgende morgen ligt hij dood op bed. Oom Jac zorgt ervoor dat ons moeder de klok krijgt, omdat ze de klok de laatste avond heeft opgetrokken. Moeder heeft ook gezorgd dat opa zijn laatste dagen beneden kan slapen. “Ge weet niet wat er gebeuren kan”, zegt ze tegen opa. Opa antwoordt: “Dat is zo, maar ik ben niet bang. Ik heb mijne ketel altijd goed geschuurd en onderhouden”. Tegen oom Jac zei hij: “Ge hoeft vannacht niet bij me te waken. Ga toch naar boven met oew geritsel. Ik kan zo niet slapen!” Toen oom Jac om 5 uur ’s morgens toch eens ging kijken, is opa gestorven.

Een vrijgezelle oom

De laatste drie jaar heeft oma overigens een hulp in huis, die Riek Scherens heet, uit Luijksgestel. Onze papa heeft haar ingehuurd tijdens het dansen op de kermis in Luijksgestel! Hij is naar Luijksgestel gegaan met de auto van Plompen (garage Dommelseweg). Tussen Bergeijk en Luijksgestel vliegt het vehikel in brand en de tocht wordt te voet voortgezet. Maar Riek komt! En als oma sterft blijft Riek. Oom Jac trouwens ook. Over een romance tussen hen is lang gespeculeerd. Oom Jac bezwijkt niet en blijft vrijgezel. Hij zet de schoen- en laarzenfabriek voort. Maar door een andere ondernemersvisie wordt het een alom geliefde schoenmakerij. Velen komen er, om op een omgekeerd kistje te kletsen en te filosoferen. Oom Jac werkt ondertussen voort. Als liefhebberij staat naast het “werkhuis”, links van de jutteperenboom, een grote bijenhal waaruit wij onze honing krijgen. Als hij op reis gaat met oom Frans (Lourdes, Brussel, Banneux etc.), hangt hij een kaartje aan zijn deur met de tekst “ben zoo terug. Jacques”. Als ons moeder allerlei werkjes voor ons bedenkt, in en rond het huis, vluchten wij graag naar oom Jac. We luisteren wat mensen als Tjeu Feijen, Jan van Gulik, Gerrit (de butler in het Broederklooster) of anderen te berde brengen. Praatgroep en mantelzorg avant la lettre….

Mijn chique oom uit Brussel: Camelot!

Ze zijn met hun zevenen: Jac, Tinus, Frans, Bernhard, Piet en Cato. Oom Jac blijft vrijgezel. Tinus sterft 6 jaren oud. Oom Bernhard trouwt tante Doortje Roothans. Hij wordt de kastelein van de herberg tegenover de Dommelse kerk. Op de voorpui staan in smeedijzer de muzieknoten fa-sol. Piet is mijn vader en tante Cato trouwt met oom Gerrit Muller. Het zijn de ouders van Hennie Muller. Zie daarvoor het verhaal van mijn peetoom. Oom Frans is een klasse apart. Hij woont in Brussel met Tante Paula, een fiere dame. Marinette Schwaighofer-Fasol uit Abtenau is hun mooie dochter. Dan zijn er nog hun twee zonen Jon (Adriën) en André. En tenslotte is er ook altijd de zus van tante Paula, de zogenaamde “tatante” Marienette.

Petite Histoire:

  • Jan Daris, stammend uit Bergeijk, vestigt zich in Brussel. En bouwt een groot meubelbedrijf op aan de Gentse Steenweg nabij de Vlaamse Poort. Hij blijft bevriend met zijn makker uit Bergeijk, Laurens Lommers. Heel praktisch ook, want Laurens bezoekt menigmaal zijn broer Gerard in Namen, die in opleiding is voor ziekenbroeder in de congregatie van de Broeders van Liefde. Op doorreis leert hij in Brussel de dochter van Jan Daris kennen die Paula heet. Men spreekt in de familie van een Grote Liefde!
  • Oom Laurens staat in Bergeijk in hoog aanzien. Hij is kerkbestuurder en bestuurslid van Harmonie de Echo der Kempen. En ook (teken van die tijd) plaatselijk voorzitter van de geheelonthoudersbond. De altijd dronken gemeentesecretaris scheldt hem uit: “ lelijke waterzuiper!” Oom Laurens krijgt helaas TBC en sterft na anderhalf jaar. Er volgt een staatse uitvaart. Met tante Paula had hij al 50/50 het huis gekocht naast de meubelzaak in Brussel. Met zijn dood willen de ouders van Laurens de overeenkomst ontbinden. Jan Daris wil echter het geld niet zomaar teruggeven. “Deud is deud”, zegt hij op zijn Brussels. Er volgt dan een profijtelijke verkoop van het huis.
  • Toen mijn ouders trouwden, wordt tante Paula ook uitgenodigd. Ze zit aan tafel naast oom Frans, broer van de bruidegom. Tijdens het twee dagen durend feest, ontstaat een nieuwe romance. Tante Paula en Oom Frans voeren aan de Chaussée de Gand grote staat. Ik herinner me dat ze na de bevrijding nieuwe kleren brengen voor Tiny en mij. Oom Frans is vaak onze gast, tot op hoge leeftijd.
  • Tijdens logeerpartijen in het grote huis in Brussel bracht hun dochter Marinette mij voor de eerste keer in contact met Erasmus in diens beeldschone woonhuis in Anderlecht. Oom Frans sprak altijd met een vriendelijk Brussels accent. Als je hem vroeg: “Oom Frans hoe oud ben je nou?”zei hij altijd: “Veul varkens worden zo oud niet”. Maagpijn noemde hij: difficiel op de maag. Zijn kleinzoontje was van den escalier getombeert. En bij een terecht verwijt aan mij zei hij: “Oei-oei wâ bende gij ene onneuzele”. Aan tafel, wanneer moeder hem vroeg nog wat te nemen, dankte hij voorkomend: “het was goed. Je suis servi”. Zijn zoon Jon woont er nog steeds. Maar Molenbeek is met de vele inwijkelingen vergane glorie geworden.

Grootvaders Klok:

  • De Brabantse staande klok. Gesigneerd K.Th.Mollen à V’waard. 1883. *) Bij zijn huwelijk op 11 juni 1883 met Johanna Maria Loos (22.08.1853-11.09.1931) liet Andreas Fasol (10.11.1852-20.12.1934) een staand horloge vervaardigen door Karel Mollen. Karel Theodorus Mollen (04.07.1854-31.12.1935) vestigt zich te Valkenswaard als meester-horlogemaker op 5 maart 1878. Op de ronde glazen wijzerplaat staan op de achterzijde het cijferwerk, minuutstreepjes en de signatuur. De wijzerplaat loopt een breuk op bij een vorige restauratie door Cees Rijnders in Valkenswaard. Het uurwerk is een 24-uurswerk met ankergang en enkelvoudig slagwerk met sluitschijf op de bel. Het raderwerk is zwaar uitgevoerd en wordt aangedreven door een gewicht aan een ketting met een loden ring als contragewicht. De wijzerwerkraderen zijn licht uitgevoerd. Mogelijk gebruikte Mollen het uurwerk van een Friese staartklok. De kast is van grenen en wegens optredende molm in 1973 door mijzelf provisoir geprepareerd, gebeitst en in de was gezet. Restauratie uurwerk voorjaar 1999 door Tom Receveur (uurwerkmaker en restaurateur) te Venray (nota 9021 dd 24.03.1999). Karel Mollen, komend uit een valkeniersgeslacht (Old Hawking Club en Paleis Het Loo) is befaamd geworden als de laatste bekende beroepsvalkenier van de oude school op het Europees vasteland. Zie ook: Van Wedert tot Valkenswaard, pag .205-206. Naar wordt verhaald (H.Mélotte) zouden zes van deze klokken door Mollen zijn vervaardigd. Een klok identiek aan de onze staat in de abdij van de zusters Birgittinessen in Uden (krantenknipsel). Een andere afbeelding vinden we in de antiquarische catalogus van het Van Gogh-comité “Nuenen 1965”. Op pagina 11 zien we een interieur van rond de eeuwwisseling. Bij de huiselijke boedelscheiding, waarbij door André alles is geïnventariseerd, wordt met moeders goedvinden alles verdeeld onder haar, Laura, André en mij. De klok wordt mij gegund. Een mahonie ladenkastje met ivoren sleutelgaten is voor Laura.

Andere Herinneringen:

  • Arduinen gevelsteen. 1894. Gevelsteen van opa’s woning aan het Florapark met opschrift: A.Fasol Bz. 1.4.1894. Bij de verbouw van het pand tot winkel, wordt de voorgevel aangepast. Ons moeder is er vlug bij om de gevelsteen veilig te stellen.
  • Andere herinneringen zijn twee porseleinen hondjes uit 1880, een huwelijksgeschenk voor opa en oma. Een eenvoudige grenen linnenkist 1883. Mogelijk een kist voor de huwelijksuitzet. Een oud geweven linnen doek 19E. Kan ouder zijn dan het huwelijksjaar 1883. Mogelijk uit het molenhuis. Nu verpakt in traditioneel blauw kobaltpapier (juist woord?). Grenen wastafeltje met marmeren blad, geschilderd. 1880. Hoger op de poten, stond deze wastafel later op Kromstraat 8, waaraan oom Jac zich soigneerde. Twee kandelaars in tinlegering, laat-empire of jugendstill 1870. Mogelijk van molenhuis Loos. Een koperen gesp met inscriptie: A.Fasol 7.3.1879. Versiering: drie sterren en een laars. Teuttas met koperen beugel 1870. Schuin over de schouder gedragen door opa op zijn zakenreizen. Vergelijk de jagerstas van valkeniers uit Valkenswaard. Twee wandelstokken met hoornen en ivoren handvat 1870 en 1890. Opa Fasol liep altijd met een wandelstok.
  • Schilderij “Isaac zegent Jacob”, olieverf. Antoon Beks 1930. Tafereel naar Govert Flinck. Beks was een Bosschenaar (1894-1968). Leerling van P.Slager jr. Kunstdocent in Eindhoven. Scheen Lexicoon: goede figuratieve composities. Oud en verrassend jong. Een houten tabakspot 1900. Naam: “Oldenkott Special”. Heeft opa gekregen uit de erfenis van Piet Fasol, vader van Alda. Hij woonde in het mooie huis aan de Maastrichterweg, waar thans de blinde advocaat Wim Schriks woont.
  • Gietijzeren rode zwavelstokhouder 1900. Afkomstig uit het café van Tinus Loos, oma’s broer en vader van de hoofdonderwijzer van de Antoniusparochie Dré Loos. Het cafébevond zich naast de pastorie van St. Nicolaas. Papa komt nogal eens in dit café. Tinus staat bekend als een groot overdrijver. Papa vertelt van hem dat hij afbood op zijn overdrijvingen, zoals: “Er waren wel een miljoen mensen op de been. Nou, het zag zwart van het volk. Duizenden en nog eens duizenden. Ik heb er veel gezien. Wel honderd! Het was gezellig druk in het dorp!” Tinus werd vaak geplaagd. Men spijkerde een stuiver vast aan de vloer van zijn café en ze zeiden dan tegen Tinus: “Kijk Tinus, daar ligt ene stuiver”. Waarop Tinus steevast zei: “Die is van mij, want die ben ik verloren”. Een ivoren (in schilderijvitrine) en een porseleinen dobbelsteen. Eind 19E. Eveneens uit het café van Tinus Loos. Evenals twee borrelglaasjes 1900.
  • IJzeren scheepskist. 1850. Afkomstig van kapitein Richard Hamond. Woonde in het huis van Jan en Jet Jaspers aan de Dommelseweg, de ouderlijke woning van het latere raadslid Piet Jaspers. Zie zijn brief aan Hans Wiegel over mijn waarneming in Valkenswaard (archief). Opa koopt de kist op koopdag. Ome Jac gebruikte de scheepskist als brandkastje in zijn winkel. De grafsteen van de kapitein is te vinden op de openbare begraafplaats in Valkenswaard-centrum. Kist nu in gebruik als huisbar. De geschiedenis van Richard Hamond is beschreven in het boek “Valkenswaard 1794-1994 van Chr. Van den Besselaar op p.27-28.
  • Imkerattribuut (in schilderijvitrine) 1935. Waarschijnlijk zelf door de imker gemaakt uit vlierenhout. Zonder dopje werd in een zwerm de koningin opgespoord en gevangen. Daarna groepeerde de hele zwerm zich rind de steker en kon het nieuwe bijenvolk in een korf worden geschud.
  • Reliquien in lijstje met geschreven inventaris. 19E . Vroomheid achter glas, gekregen van de dames (Anna en Cato) van Dooren, die het weer hadden van hun moeder: Elisabeth van Dooren-Fasol, de zus van opa Andreas Fasol.

 

GROOTOUDERS LOMMERS-VERHOEVEN

Mijn moeder staat aan de hand van haar vader aan de doorgaande weg in Bergeijk.

Veel inwoners staan te wachten. Er zal een motorfiets doorkomen.

Een technisch novum waarover heftig wordt gesproken.

Dan plotseling een stofwolk, een snorrend geluid.

Een flits van een man met leren muts en stofbril.

En het is voorbij. De mensen praten na.

Mijn grootvader zegt tegen zijn dochtertje:

“Ge zult nog zien dat ze door de lucht vliegen!”

Opa stond erom bekend dat hij altijd gelijk kreeg…

 

Begin aan de Broekstraat

Christina Maria Lommers (mijn moeder) werd geboren in 1896 aan de Kleine Broekstraat 70. De woning verkeert in 2002 nog in oorspronkelijke staat. In dat geboortehuis woonde vroeger onderwijzer Van Mol. Deze was gehuwd met de postmeesteres Stephanie Aarts, de zuster van het hoofd van de school. Van Mol en zijn vrouw hadden een aangenomen kind uit Wenen. De vader van Opa Lommers (gehuwd met Christina (!) Jansen) was de eerste postbode van Bergeijk, ’t Hof, Loo en Weebosch. Hij woonde niet ver daar vandaan aan de Broekstraat 56, nabij het “Stoom”, in 2002 het pand Vromans. Hij kwam iedere dag bij de postmeesteres. Foto van de postbode in archief. Opa trouwde in bij zijn ouders en kocht later het huis van Van Mol. In de tuin hield hij drie koeien. Hij heeft een jonger zusje gehad, dat vier jaar oud stierf.

*Huwelijk in Luijksgestel

Opa’s vrouw Marianne Verhoeven kwam uit Luijksgestel. Daar een vrouw “halen” ging de gehele dorpsgemeenschap aan. Toen opa haar kwam vragen, zag hij tussen Bergeijk en Luijksgestel op afstand al mannen met hem meelopen. Aan het begin van het dorp werd hij opgehouden. Hij bood de mensen een vat bier aan. En zie, op deze oude wijze kreeg hij zijn “Marianneke” waar hij bijna 75 jaar (!) mee getrouwd bleef. Toen hij trouwde had hij 16 gld (verdiend met kaarten), kocht er een jong varken van en verkocht het na een seizoen voor 56 gulden aan de slager.

* Reliek uit ‘t Hof

Wit aarden griesmeelpot: Semoule. Société Céramique Maastricht. 2e helft 19E. Met merkteken en barst.

*Ondernemend man

Opa Lommers was een ondernemend man. Hij heeft door aan- en verkoop, in zijn leven 23 huizen in eigendom gehad. En daarnaast ongeveer 2000 stuks vee. Bistjes, noemde hij ze en ging ervoor naar Bosch Mèrt. Niet in alle woningen heeft hij gewoond. Een aantal ervan stonden als huurwoning in de Oranjebuurt in Eindhoven.

Notaris De Wit uit Valkenswaard en opa werden door al deze transacties goede vrienden. Van notaris De Wit herinner ik mij dat hij woonde in het statige oude huis in de kromming van de Dommelseweg, waar de Kerkweg begint. Hij woonde er hoogbejaard en had toen godsdienstwaanzin. Ik zie hem nog zondagmiddag de banken van onze kerk met zijn mouwen schoonwrijven. Hij had twee zussen die pijp rookten. Zijn twee zoons kozen triviale beroepen. Een ervan trad nog eenmaal op in Valkenswaard, toen circus Briantelli er neerstreek. Ik meen dat hij iets deed met slangen. In de serre van die mooie woning ging ik naar school (2e klas) toen na de bevrijding, de Aloysiusschool door de Engelse soldaten als kazerne werd gebruikt. In de school van onze pap naast ons huis aan de Kromstraat (afgebroken in 2002), zaten overigens de Canadezen. Opa had vele gesprekken met de notaris en bestudeerde intussen “Het burgerlijk recht voor iedereen” (H.Wattel Amsterdam 1916). Zie annotatie voorin. Opa werd een slimme kerel. Maar toen hij 50 jaar werd, kreeg hij maagklachten. De doktoren zeiden hem minder te roken en minder te werken. Hij volgde die raad op en ging in de vee- en grondhandel. Hij werd welgesteld en 100 jaar oud. Als hij zich zakelijk verongelijkt voelde, spande hij rechtsgedingen aan. Bijna 90, vertelde hij mij. Koopdagen ten plattelande waren zelden perfect geregeld. Na voorlezing van koopacten door een notaris, wees hij de aanwezigen op risico’s. Vaak mondde dat uit in een geding. Hij dacht er een of twee verloren te hebben. Tante Mien meent dat een burgemeester ook vaak gedingen moet voeren en schonk mij daarom het boek van Wattel.

Opa kon overigens mijn vader geweldig op stang jagen, wanneer de kinderen Fasol onderwerp van gesprek waren. Ja, ze studeerden goed. Ja, priester worden, geweldig! Maar wat brengen ze binnen….?

Moeder herinnerde zich dat bekend werd dat op een zomerse zondagmiddag een motorfiets in Bergeijk zou doorkomen. De mensen stonden langs de weg. De kleine Christine naast opa, die haar zei: “Ge zult zien dat ze nog ooit door de lucht kunnen vliegen”! Een man met profetische gaven.

* Het Loo Bergeijk

Opa Lommers bouwt allereerst op Het Loo (Broekstraat 42). Oom Wim (Antwerpen) was toen nog maar pas geboren en werd in een kruiwagen naar het nieuwe huis gebracht. Er werd winkel gehouden voor Edah.

Hij kocht later, als handel, ook een huis in St.Oedenrode. Verkocht het weer op 14.08.1914 met 10.000 gld winst.

*Familie Verhoeven

Overgrootvader Verhoeven is ook familie van Loos (stamlijn Rethie). Dus dubbel gelieerd. Kinderen:

  • Marianne x Willem Lommers.
  • Dien x Jan Vereijken, dochter Dina huwde Toon Tegenbosch, de oude dorpspostbode in Schaft.
  • Marie x Jan van Zundert.
  • Hanneke x Toon van Heugten, ouders van Maria Spaas.
  • Catrien x Jan de Crom, ouders van Annie, Martha, Lucie (!) en Miet (Geutjens).

Miet is de moeder van Litzy en Catrien. Litzy trouwt met Thijs, die later emigreert en burgemeester wordt van Kaapstad.

  • Jan (van de Barrier) x Jana Houbraken, ouders van Jo (overlevende Dachau) en Drieka (doodgeschoten bij bevrijding). Jan van de Barrier kocht aldaar een kasteeltje van gravin Ogé uit Brussel. Eigenares ook van de Plateaux in Borkel. Zie archief. Hij verbouwde het kasteeltje tot horecabedrijf.

Info van tante Mien op 20 oktober 1996.

Jan Verhoeven kocht aan de barrier het kasteeltje van Hofman

Jan-ome brak het torentje van het kasteel af

In de zaal sloeg hij zijn haver op. Later werd het pand café. Brandde in jaren negentig uit

In Neerpelt bleef men spreken van Het Kasteeltje

Madame Ogez uit Brussel kwam op haar oude landgoed bij het kasteeltje paard rijden

Was eigenares van de Plateaux, stuk bestuurlijke geschiedenis van mij als wethouder

 

Rector Loos is familie aan de Verhoevens kant. Zie zijn brief

Molenaar Loos had ook de windmolen in Borkel. Is jong en kinderloos gestorven

Hoofd der School Dré Loos idem familie. Evenals HID SoZa Limburg, oude baas Tilly

 

*Het Hof Bergeijk

Na Ginneken gaat de familie terug naar Bergeijk en koopt het pand (nu geamoveerd) aan Het Hof naast de Hofkerk. Moeder was toen 25 jaar. Voor de statige woning stonden fraaie arduinen palen met kettingen. Er wordt 19 jaar een Edah-winkel gevoerd. Van daaruit is ze getrouwd. De bruiloft werd gevierd in het ouderlijk huis. Het feest werd nog licht overschaduwd door het overlijden van ome Laurens. Een voortreffelijk mens, die verloofd was met Paula Daris. Tijdens het bruiloftsmaal zat Paula Daris, als een der gasten, naast een broer van de bruidegom: ome Frans. Zo vonden zij elkaar.

Ome Laurens was een voortreffelijk mens, ome Gerard al evenzeer. Hij werd op 20 maart 1902 aan Het Hof geboren. Zijn schoolopleiding op internaat Eikenburg bij Eindhoven bracht hem de inspiratie om als religieus door het leven te gaan. Hij aanvaardde de regel van de congregatie van de Broeders van Liefde en trad in onder de naam Broeder Rogatianus (roepnaam Roga). Vanaf 23 augustus 1918 tot 14 mei 1919 woonde hij in het klooster van Sint Servatius te Venray. Uit die jaren is hij geheel op de voorgrond goed herkenbaar op een foto van een processie in Venray (jaren 1915-1925). Als boerenzoon kreeg hij het aandachtsgebied van de kloosterboerderij en leerde het vak op Eikenburg, Gent (20.03.1920), Dave (10.05.1921), Woluwe (24.08.1922) en Lummen (23.10.1922). Zijn eerste professie deed hij op 20.03.1920. Vervolgens telkens op 19 maart van de jaren 1921, 1922, 1923 en definitief (voor eeuwig) op 19 maart 1924. Als tuinman kwam hij uiteindelijk weer in Venray terecht, waar hij woonde van 2 december 1923 tot 30 april 1944. In 1943 werd hij nog eens nadrukkelijk bevestigd (en vermoedelijk om oorlogsredenen ook als zodanig geregistreerd) in de eindverantwoordelijkheid over de boomgaarden en de boerderij van Sint Servaas. Tegen het einde van de wereldoorlog werd hij ernstig ziek. De archieffoto’s (zie aldaar) tonen een bedlegerige man in de onderaardse gangen van Sint Servaas tijdens de bevrijding van Noord Limburg. Vanwege de spanning van het oorlogsgeweld kreeg hij verlof naar zijn zus te gaan in Valkenswaard. De artsverklaring spreekt van keeltuberculose. Thuis sprak mijn moeder van nierbekkenontsteking. Ook Laura herinnert zich dat. Na een verblijf op Eikenburg kwam hij in de loop van oktober naar Valkenswaard. Bij aankomst in een gesloten auto verzuchtte hij tegen mijn moeder: “Wat ben ik blij dat ik bij je ben”. Hij werd in de achterkamer van ons huis in een bed gelegd en verpleegd. Op de (oude) feestdag van Christus Koning 30 oktober 1944 blies hij in de vroege morgen zijn laatste adem uit. Hij werd begraven in Valkenswaard. Zijn gedachtenisprentje zegt: Aan de verpleging van zwakken van geest, een der meest zware liefdewerken, gaf hij gedurende vele jaren zijn beste krachten. In een brief aan Mia (16.02.1942) spreekt hij van ongeveer 1500 patienten!

Toen mijn moeder op 20 september 1937 beviel van haar jongste spruit, waren zij en papa het snel eens over een peetoom en peettante. De laatste taak viel toe aan mijn zus Laura, die daar tot op de dag van vandaag zeer mee is verguld. Later werd ze een echte peettante voor onze oudste zoon Peter. Samen met Harrie, die peetoom werd. De peetoom van moeders jongste telg werd ome Gerard. Uit foto’s blijkt hoe content hij was met deze toch abstract vaderlijke positie. Hij kwam ervoor op bezoek in Valkenswaard. Of als hij niet kon komen schrijft hij (03.05.1939): “Laura. En wat zal onzen Romé vertroeteld worden, doe dat ook maar een beetje in plaats van z’n Peetoom. Die heeft de kans niet.” Hij tekende schone prenten. Een prachtige nostalgie met Hanneke en Janneke onder moeders paraplu, hangt op Carola’s kamer en vertedert nog steeds. Achterop de inlijsting staat in handschrift: “Herinnering aan de Eerste H. Communie van mijn Petekind Romé Fasol. Venray 18.5.44 van uw Peetoom

In de oorlogsjaren werd Hennie Muller (zoon van tante Cato en ome Gerrit uit Den Bosch) leerling-bakker bij de familie Euwals in Wanssum. Hij kon daar terecht omdat zijn vader (ome Gerrit) collega keurmeester was van Jan Euwals. Harrie van Els kwam in de bakkerij van Euwals en trof Hennie daar kameraadschappelijk. In dezelfde tijd kwamen Laura en Koos van den Besselaar uit Valkenswaard zo nu en dan op bezoek bij broeder Roga. Die zorgde dat de dames konden logeren in Venray bij de familie Claessens. Deze relatie was de reden dat de familie Claessens na de oorlogsdagen vanuit hun weggebombardeerde huis, een paar maanden bij ons konden logeren in Valkenswaard. Laura en Koos kwamen uiteraard ook bij neef Hennie op bezoek in Wanssum. En moeder Euwals vond dat ze ook best bij haar mochten logeren. En zo geschiedde. Harrie was daar dan ook, jong en galant. Gevolg: Laura vindt haar levenspartner. En uiteindelijk via Laura, ik ook. Moeder Euwals verhuisde in die jaren naar Oirlo en werd daar meer dan 100 jaren oud.

*Eerselse burgemeester

Dan nog een regelmatige bezoeker van de familie op Het Hof was brouwer Willems. Hij woonde schuin tegenover opa. Zijn bedrijf was vergane glorie. De brouwer leende geld van ons moeder uit haar Edah-winkel. Brouwersdochter Maria Willems, woonde later in Neerpelt tegenover het gemeentehuis, alwaar men een hotel-restaurant had. Haar grootvader was Sasse-Kling, burgemeester van Eersel. Er was ook nog een grote zilverkast, die waarschijnlijk van de Eerselse burgemeester afkomstig was. En er is nog een foto van Maria Willems, samen met ene Nelly Jansen uit Bavel. Maria verhuisde tenslotte naar Stratum, waar ze een dikke kantoorjuf werd en ongehuwd stierf.

* Reliek van de oude burgemeester

Rond verzilverd tinnen ringendoosje. 19E. Geschenk van Maria Willems aan mijn moeder bij haar 25ste verjaardag. Aan de binnenkant van de deksel staat het merkteken 1513.

*Burgemeesterswoning voor ome Toon

Dan is er de (burgemeesters)woning, Van de Tillaartstraat 34 op het Loo. Een mooi voornaam huis met een brede marmeren gang, ruime vertrekken en statige bomen voor en grote geschoren buxusstruiken achter de woning. Opa kocht de woning van burgemeester en stamboekveehouder Aarts. Ome Antoon en tante Sus gingen er wonen. In hetzelfde bouwlichaam was ook een herberg gevestigd, die “In de veehandel” heette. Aarts had vaak geduvel met opa. Reed bijvoorbeeld met zijn kar dwars door opa’s weide, om zijn weg te bekorten. Aarts had drie dochters: Maria, Jeanne en Bab. De laatste was vriendin met tante Mien.

*Valkenswaard

Dit trieste voorval bespoedigde het vertrek van opa uit Neerpelt. Het perceel was overigens nodig voor uitbreiding van het ernaast gelegen college met internaat. Reeds in hetzelfde jaar vestigde opa zich in Valkenswaard aan de Luikerweg, in de villa van de ouders van Koos van de Besselaar. Hij vierde daar met opoetje zijn 70-jarig huwelijksfeest. Een geweldig evenement, met als hoogtepunt het persoonlijk bezoek van bisschop Bekkers aan mijn grootouders. Vier jaar later stierf opoetje plotseling. Bij het verwisselen van een verbandgaas op haar been, begon ze flink te bloeden en overleed: ruim 73 jaar getrouwd!

Op een dag reed de Lincoln voor van mijnheer Antoon Kersten, president van de Willem II sigarenfabrieken en voorzitter van stichting Kempenhof. De chauffeur, Frans van Heertum, nodigde opa namens mijnheer Kersten uit met hem mee te gaan, i.v.m. een voorgenomen aankoop van zijn villa. Nodig voor de vestigingsplannen van zorgcentrum Kempenhof. Opa aanhoorde het verhaal van mijnheer Kersten en vroeg 80.000 gulden voor zijn eigendom. Kersten zegde hem toe over de vraagprijs na te denken. Na enige dagen verscheen de Lincoln wederom. Frans bracht een brief. Opa vroeg hem te wachten tot hij de brief gelezen had. De brief luidde: Geachte heer Lommers. Wij hebben uw vraagprijs bestudeerd en delen u mede niet langer geïnteresseerd te zijn in uw eigendom. Opa schreef de volgende brief terug: Geachte heer Kersten. Ik heb kennis genomen van uw brief. Indien u uw standpunt heroverweegt, deel ik u mede dat de vraagprijs 100.000 gulden zal zijn. Frans nam de brief mee en een maand later was de koop gesloten voor opa’s hoogste vraagprijs.

* Reliek villa Van de Besselaar

Drie tegels met blauwe motieven. 1920. In gebruik als onderzetters.

Tenslotte gaat opa met tante Mien kleiner wonen aan de Warande, nabij de Mariakerk. Als hij eens ziek is, komt dokter Woerdeman. Tante Mien bracht dan gebruikelijk de jonge klare. Beiden dronken ze een glas. De dokter schreef de rekening uit. Opa betaalde contant en leefde weer verder. Hij was te oud voor therapieën. Tenslotte sterft hij hoogbejaard, bijna 100 jaar oud. De laatste nachten heb ik bij hem gewaakt. In zijn laatste uren zucht hij: “die muur, die muur…” Tante Mien heeft hem heel haar leven met veel liefde en groot respect verzorgd. Hij draagt haar op, tijdens de begrafenismis mij de huissleutel te laten bewaren. Een vorm van oprecht vertrouwen. Testamentair bepaalt hij dat zijn lichaam uitgeleide moet worden gedaan in een oude lijkkoets, bespannen met twee zwarte paarden. Zo geschiedde. Tante Mien is 101 jaar oud geworden. Opa kon wel eens op haar mopperen. Hij zei dan: allez, verrekte horizon! De zich verbazende opoetje vond dat “toppunt”.

In haar gedachtenisprentje blijven we dankbaar voor het leven van Wilhelmina Maria Lommers

Zij werd geboren op 16 september 1903 te Bergeijk

En sliep vredig in te Valkenswaard op 9 mei 2005

Wij zullen aan tante Mien terugdenken met genegenheid en dankbaarheid. Een lieve tante die haar leven lang in de weer is geweest voor haar ouders. Ouders die, zoals zij zelf, een grote levenslust bezaten en de leeftijd der zeer sterken mochten bereiken. Ongehuwd gebleven, stond tante Mien altijd voor hen gereed. Even op school in Valkenburg, waar zij overwoog religieuse te worden. Maar uiteindelijk volgde zij haar vader en moeder vanaf de Kleine Broekstraat in Bergeijk, naar Ginneken op het landgoed Klein Wolfslaar (1916). Kwam terug op Het Hof in Bergeijk (1921) en verhuisde (1938) weer mee naar het prachtige Sweet Home in Neerpelt. Bijna 20 jaar later komen zij naar Valkenswaard en wonen in het grote huis op de Luikerweg. Daar vieren haar ouders hun 70-jarig huwelijksfeest. Onvergetelijk op die dag blijft het bezoek van bisschop Bekkers. Opoetje sterft er (1869-1962). En toen Kempenhof werd gebouwd, wordt het mooie huis afgebroken en verhuist opa met tante Mien naar De Warande. Ze vinden er een hartelijke buurt. Zij verzorgt er haar vader met liefde en groot respect. Zijn levensjaren (1870-1969) tellen bijna 100 jaren als hij er sterft. Tante Mien wordt het middelpunt van haar familie. De bezoeken van haar neefjes en nichtjes zijn haar vreugde. En als ze over hen vertelde, waren het altijd goede dingen. Gevleugeld zijn haar woorden “hoe goed we allemaal staan!” En als het erg goed met ze gaat, is dat “toppunt”. Haar manier van doen en goedlachsheid waren voor velen een aansporing om haar te bezoeken. Ze was dan oprecht blij. Met haar zus, die op de Vlasgaard en later op Taxandria woonde, gaat ze dagelijks ter kerke en buurten daarna gezellig na. Dan wordt het stiller op De Warande. Ze heeft zorg nodig en vindt die op Taxandria. Haar jaren stijgen. Langzaam wordt haar werkelijkheid vager. Wie haar bezoekt krijgt nog een vriendelijke glimlach. Dan geeft de pastoor haar op 18 april de ziekenzalving. Die erbij waren mogen haar ook zalven en de hand opleggen. We kussen haar en zeggen zacht: “dank je wel tante Mien”. Zo is zevol vrede en zacht op een lentemorgen in mei teruggegaan naar de Heer.

 

OUDERS FASOL-LOMMERS

Doen ze het? Spierke trekken besliste ons aller lot.

*Fraaie Treurwilg

Mijn ouders bouwden een fraai huis aan de Dommelseweg (waar later Breevaart woonde, tegenover het pand Franken en Van Zundert) op de grond van opa Lommers. In de eerste huwelijksjaren werden daar Laura, André en Wim geboren. Tientallen jaren lang stond bij het pand een fraaie treurwilg, geplant op de geboortedag van het eerste kind. Later woonde het gezin in de oude pastorie aan de Kromstraat, het geboortehuis van Mia en Tiny. En tenslotte in een nieuw woonhuis Kromstraat 8. Aannemer Jan Franken (ome Jan) bouwde het huis. Papa vertelde vaak dat de grond aanzienlijk moest worden opgehoogd. Enerzijds vanwege zijn slechte ervaringen in het mooie, maar laag gelegen huis aan de Dommelseweg, anderzijds vanwege de voorgeschiedenis van het perceel. Zie hierna. Als ik vanuit onze tuin over de schutting keek, zag ik inderdaad de dieper gelegen tuin van Schets. Hoewel papa en moeder niet verzamelden, bleven spullen van de voorouders goed bewaard. En door het overlijden van Mia en Tiny op jonge leeftijd en het kiezen van een geestelijk beroep door André en Wim, zijn deze spullen voornamelijk bij Laura en mij terecht gekomen. Waarbij Laura door haar huwelijk in wederopbouwtijden meer behoefte had aan meubels en praktische stukken.

*Cromstraet

Die oude pastorie was een bijzonder gebouw. In <vWtV> pag. 66 ev, wordt het gebied waar de oude pastorie stond, nader beschreven. De markt in Valkenswaard heette omstreeks 1500 die Plaetse. Het Florapark heette Floraplein. Daar lag ook, tot in de tijd van opa Fasol (zie verzoekschrift tot demping 1892), op het gemeentelijk domein een waterkuil. Dommelseweg en Luikerweg bestonden nauwelijks. De Dommelse Dijk kwam uit in de Dijkstraat. De Molenstraat ging richting Venbergen. De hoofdas van bebouwing werd gevormd door Die Plaetse, Floraplein, Cromstraet en Delishornic. Deze structuur is zeer oud. Het einde van de Cromstraet is een site met vondsten van een nederzetting uit de late ijzertijd. Nu lag aan de Cromstraet ter hoogte van de panden Schets, Fasol en Van Tongeren een oud gebied, dat zich noordwaarts als een schild uitstrekte tot het begin van de Akkerstraat. En deze straat liep richting oude kerk, nabij het kerkhof. Het was het centrum van agrarische, bestuurlijke en kerkelijke activiteiten, mogelijkerwijze teruggaand op Sint Willibrord. Tot 1795 was het schildvormig perceel een leengoed van de abt van Echternach. Er stond een hoeve met brede gracht en 15 ha grond. (Zie tekening <vWtV> pag. 118). Tot omstreeks 1600 woont de pastoor op die hoeve, later zijn inkomsten uit het gebied (300 gulden per jaar) bestemd voor het onderhoud van kerk en pastoor. In 1793 wordt er door het kerkbestuur opnieuw een pastorie gebouwd. Zie foto archief en <vWtV> pag. 291. Na de bouw van de pastorie aan het Marktplein, wordt ze woning voor het schoolhoofd. Snellen en Renders woonden er en enkele jaren ook de familie Fasol. Mia en Tiny werden er geboren. Het fraaie oude pand en de hoog opgaande kastanjebomen moesten in de jaren ’50 wijken voor de bouw van de nieuwe Aloysiusschool. Uit die periode stammen nog fraaie “kleurenfoto’s”.

*Hoofd der School

De vader van Harrie (Pootje) Snellens, was hoofd van de Openbare School. Hij werd opgevolgd door de vader van Jan Renders (capucijn, als missionaris met lepra besmet en collega van Wim), Marietje (missie tentoonstellingen) en Toon (ex-Boerenleenbankman). Papa volgde Renders op en na papa werd Goes er hoofd. Toen de moeder van pootje Snellens naar de verzorging in Carolus ging, had ze meubels teveel. Onze pap mocht toen (hij was tenslotte opvolger) voor 500 gulden de dubbele uitschuiftafel (bij Laura) met stoelen kopen, twee credensen (de grootste nu bij Laura) en een boekenkast met bureau (bij Mien Schets) en bijhorende boeken voornamelijk bij mij).

* Relieken uit de Kromstraat

Vierkant eiken fototafeltje. 1923 Nederlands. + Werktafel studeerhoek rechthoekige eiken balpoottafel (trektafel). 1923 Nederlands.. + De Oirschotse Heide 1937, gesigneerd. Geboortegeschenk 20.09.1937 van papa.

Moeder bij bombardement in Dommelen over ons heen

Moeder wakend over Tiny bij broeder Acharius

Moeder kan pijnen van verstuiking “overlezen” Archief.

Moeder en haar dagboeken

 

*Le-pel-tje

Na de oorlogsjaren werden wij bevrijd door geallieerden. Het was gebruikelijk dat officieren werden ingekwartierd bij burgers. De familie Fasol overleefde de vijandelijkheden rond de bevrijding in het oude huis van Cor Theunissen nabij Agnetendal in Dommelen. Wij moesten het huis aan de Kromstraat echt verlaten, vanwege het bombardement op Eindhoven en de corridor-activiteiten. Ons huis lag in de eerste fase daarvan in het verlengde van de Luikerweg bekeken vanuit België. En toen we weer in ons gehavende huis (17 beschadigingen en 7 bommen in een straal van een paar 100 meter), hing de vlag uit. Engelsman Alex, die ons was toegewezen had haar gevonden achter in de linnenkast (nu boekenkast bij Peter). Daarna kwam kapitein Boyd (een Canadees) en toen eerste luitenant George Whittaker. Hij burgerde snel in. En ’s avonds leerde ons moeder hem “le-pel-tje” zeggen. Toen hij verder moest (naar Hannover) beloofde hij terug te komen als alles voorbij was. En hij kwam ook terug met zijn alleraardigste vrouw Hilda. Ze waren dol op ons Mia, een meid van 16 jaren. Vroegen mijn ouders of Mia mee mocht voor een vacantie in Engeland. Dat was prima, alleen Mia moest nog even naar de oogarts. Bij het stoppen, kon ze maar steeds het garen niet door het oog van de naald krijgen. Dokter Crebolder dacht er het zijne van en (gelet op de beperkte vervoersmogelijkheden in die tijd) bracht haar zelf naar de specialist in Eindhoven. Die consteerde een hersentumor. In het Canisiusziekenhuis te Nijmegen werd de schedel gelicht en een deel van de tumor verwijderd. Ik bezocht haar op haar sterfbed. Jan Aerts onze buurman had zijn oude Fort verstopt in de oorlogsjaren en daarmee bracht hij ons naar Nijmegen. Haar sterven bracht Valkenswaard in beroering. Gelet op de duur van hun visum, konden George en Hilda de begrafenis niet bijwonen. De band met hen is altijd gebleven, voor Laura en voor mij.

Tiny stierf 10 jaar later. Zie Sweet Home. Een zeer trieste ervaring, waar papa heel zijn leven mee heeft getobt. Niet in opstand. Maar steeds als Mia en Tiny in huislijke kring ter sprake kwamen, zag je dat hij “even iets moest doen”. En dan fietste hij naar zijn tuin, die hij naast en achter zijn eerste woonhuis aan de Dommelseweg had aangehouden. Daar onder de fruitbomen, zijn geheuf (groentebedjes) en zijn tuinhok veegde hij zijn tranen weg, met de rug van zijn hand. Tiny was bijzonder. Kaarsrecht, donker en met een flinke baardschaduw, relativerend, erg plagerig maar vroom en met een bepaald flegma. Goede vrienden, o.a. Jan van den Brandt, die ik nu nog ontmoet bij het Limburgs Museum. Hij de bestuursvoorzitter en ik de voorzitter van de vrienden. Als kind had Tiny (Broer noemden ze hem toen) stuipen gehad, waardoor een hartklepje iets te groot was gebleven. Maar verder kerngezond. Geen studiehoofd, maar een praktische man. Hij voltooide MULO-A en MULO-B. Voor het laatste examen kreeg hij een negatief advies van zijn schooldirecteur. Die lieten het liefst geheide kandidaten opgaan. Maar papa en moeder stonden achter Tiny. Pal. Hij ging op. De examenuitslag moesten de kandidaten in Eindhoven ophalen. Papa was die dag niet meer te houden en fietste hem tegemoet. Bij Treeswijk, even buiten Valkenswaard, ging hij op een grote kei zitten en wachtte de komst van zoonlief af. Hij zag ze komen, ze waren met z’n vieren. Bij papa gekomen riep Tiny “Hoi!”en fietste kalm verder. Arme papa. Pas thuis hoorde hij het goede nieuws. Daarna ging Tiny, met Hennie Mélotte, naar de Philips Bedrijfsschool en werd opgeleid tot instrumentmaker. Uiteindelijk kwam hij op het Natuurkundig Laboratorium van Philips terecht, waar hij tot zijn dood werkte voor prof. Van Geel. Zie archief. Bij zijn uitvaart schreef mijnheer Steijlen (leraar MULO) een prachtig In Memoriamvoor hem in de Kempener Koerier.

* Relieken in memoriam

Naaidoos, japanse lak. 1939. Nu bij Carola. + Prototype Golfbuis voor radarmetingen 1956. Laatste werkstuk.

*Pastoor en Capucijn

André en Wim besloten al vroeg naar het seminarie te gaan. André: Beekvliet in St Michielsgestel en daarna Haaren. Wim in Langeweg, Enschedé, Helmond en Udenhout. Als ze na de vacantie weer naar hun bestemming moesten, deed papa voor hen de voordeur open. Zo ver, dat de deur tegen het meterkastje botste en zei dan: “Zover gaat de deur open als je terug wilt komen. Altijd”. Ik heb dat steeds onthouden. Misschien zijn ze het daardoor allemaal goed doorgekomen. En zijn het echte dienstbare priesters geweest. Wim is missionaris geworden en in Medan gestorven. Zijn kloosternaam was Licinius. André ging op pad via Zeilberg en toen Nieuwkuijk (waar hij Mien van Bladel voor het eerst ontmoette) en daarna Son en St Michielsgestel, waar hij begraven ligt. André heeft ook steeds een zorgplicht voor moeder op zich genomen.

* Pastorale relieken

Schilderij “Vaargezelschap op meer”. Olieverf. W.A.Lammers 1913.

Tafereel “naar Minet”. Lammers werd geboren in Aalten (1857) en stierf in Ginneken (1913). Autodidact. Taferelen met boerderijen. Scheen lexicoon: middelmatig. Twee werken in stedelijk museum Zutphen. In slechte staat geruild tegen schilderij Venbergse Molen. Nu aan de molenaar van Venbergen geschonken. Lammers is nu gerestaureerd.

+ Houten kruisje (oorspronkelijk verguld) van een Marianum of kruiswegstatie. 18E Son. + Twee verzilverde barokke ampullen. 18E Son. + Zittend meisje brons, Jugendstil. In Horst gerestaureerd. 19E Son. + Zwart boeren kruisje met ivoren dopjes. 19E St.Michielsgestel. + Bidstoel leren bekleding 1900. Kon je kopen voor het orgelfonds in Gestel. + Houten kandelaar. Capucijns handwerk. 1900. Capucijnen hadden vanuit het franciscaans ideaal slechts eenvoudige kerkinterieurs. De kandelaar “regelde” Wim via pater Ubaldus vanuit het depot Tilburg. Hij moest toch een cadeautje hebben voor het nieuwe huis van Tilly en Romé. + Mariabeeldje. Indisch houtsnijwerk. Sumatra 1970. Het Mariabeeldje is een pracht exempel van inlandse kunst. Tijdens zijn verlofdagen bracht Wim voor iedereen wel iets mee uit Indonesia. En vooral “oelos”-onderscheidingen (doeken) van de twaalf stammen der Karonezen, waarin hijzelf was opgenomen (Lisi Ginting).

 

Tabakskweek onder de warande

Als papa tevreden over je was, kon hij je be-kèrelen

Pieter van Geel

Het ontstaan van een iconografie rond Sint Nicolaas

Gesprek met Toon Kersten op Horckende: mocht van hem gaan studeren toen papa dood was

Had zijn voorgeschiedenis: zijn onderwijzer, bij mijn eindexamen etc.

Shillelagh van Joyce. Pindaverkoop op Piccadilly Square

Stage in Londen

Franse les Echtpaar Bruggemeijer-Van Megeren. Dochter onder de Bogen

 

Sterven Oma Fasol

Vaak onderwerp gesprek: hoe zal het zijn

Wat zei Pieter van de Meer de Walcheren

Haar beloofd hetzelfde te zeggen en voor haar te zingen

Ouder worden onderga je, alsof je slaap krijgt en naar bed wil

Met sterven moet je je verzoenen

Tegen Tante Mien: vandaag gebeurt het

In de namiddag pijn in de buik. Huisarts. Naar ziekenhuis.

Kinderen opgeroepen rond 17.00 uur. Wij komen als laatsten

Toen ze ons zag: och, jullie zijn er ook

Operatie om pijn te verminderen en vochtsprong te voorkomen

Wij wachten op bericht van dkt Bender en dkt Bruijninckx

Bender komt: moeder is comateus. Beslissing aan ons

Moment van bezinning. André: we zijn hier niet om naar jullie machines te kijken

Afscheid genomen en gezongen: moe, moe, moe,doe je ogen toe, toe,toe…

Pacemaker liep nog toen ze 11.12.1991 om 00.15 uur insliep

 

SCHOONOUDERS VAN ELS-RUTTEN

*Agribusiness aan een haven

De naam Van Els en ook die van Rutten, is in tal van boeken en documenten te vinden. Vader van Els heeft, door zijn werk als directeur van Landbouwbelang, zijn inzet als loco-burgemeester van de gemeente en zijn maatschappelijke functies (o.a. president van de fanfare en secretaris-penningmeester van het Groene Kruis) veel kunnen betekenen voor Wanssum en de regio. Behalve de uitbouw van het overslagcentrum voor veevoeders, mag de politieke beslissing voor het graven van de Wanssumse haven een meesterwerk worden genoemd. Burgemeester de Weichs de Wenne is in die jaren burgemeester van Wanssum. De vader van Wilbert. De beslissing vóór Landbouwbelang een overslaghaven aan te leggen, diende aan de orde te komen in de Wanssumse gemeenteraad. Te verwachten was dat het besluit gedragen zou worden door een nipte meerderheid. Voorzichtigheidshalve werden de geloofsbrieven van een nieuw aantredend raadslid op instigatie van de baron, eerst behandeld in de eerstvolgende raadsvergadering nadat het aanleg-besluit was genomen. De familie van Els woonde aan de Venrayseweg, of zoals dat nog in de na-oorlogse jaren werd genoemd B55. Vader van Els overleden in 1952 aan een hartstilstand tijdens de brand in de silo’s van “zijn” landbouwbelang.

*Goed Netwerk

Ook de naam Rutten trekt forse sporen in menige genealogie. Zo is er de relatie met de voormalige minister-president Beel en het kamerlid Rutten. Meisteroeme was lid van de Tweede Kamer en uitvinder van het legendarische schoefelmachientje. Deze inventieve man was vader van Grad Rutten, als burgemeester opvolger van baron de Weichs de Wenne. Moeder voedde goedmoedig, samen met haar wat strengere man, een groot gezin op. Voor haar kinderen en 25 kleinkinderen had ze altijd tijd om te kaarten. Ze las ontzaggelijk veel. Door huwelijken ontstonden meerdere relaties met de familie Timmermans en ook met de familie Fasol. Toen Harrie en Laura drie voortreffelijke kinderen kregen, staken ook Tilly en Romé de hoofden bijeen. Ook daar liggen nog relaties. Laura is petezus van Romé, samen met ome Gerard als peetoom. Ome Gerard, in het klooster broeder Rogatianus, was hoofd van de boerderij van Servaas in Venray. Hij was de oorzaak van het “vinden” van Harrie. Servaas in Venray, Oirlo en B55 Wanssum liggen immers dicht bijeen. Romé werd nog de peetoom van Cécile. Laura en Harrie weer peetoom en peettante van onze Peter. Tegenwoordig noemen ze dat een netwerk. En later wordt Romé ook nog bestuursvoorzitter van Servaas (VVGI). Zie ome Gerard.

* Relieken B 55 Wanssum

Gouden ankercollier (chatelaine) 15.7 gram. *). Van oorsprong een gouden horlogeketting, waaraan een gouden horloge (nu achter schilderijvitrine). Erfstuk van grootmoeder Rutten. + Een 10-delig Arzberg eetservies. Cadeau bij de viering van het 25-jarig jubileum van Landbouwbelang. + Champagneglazen op paarse steel. Voor een chique toast op de opening van de haven in 1934. + Bijbelsche Geschiedenis door dr. Jos Keulers, ill. Jos Speybrouck. 1938. + Bijbel voor de Jeugd door A.Timmermans, ill. P.Broos; 12 delen. 1949. Met een voorwoord van dr. Jos Keulers.

 

 

OUDERS FASOL-VAN ELS

 

Zijn er in 25 jaar bestuurlijke arbeid sporen nagelaten?

Is het goed dat het verleden wordt uitgewist?

Blijft je reisbagage ergens in depot als je verder reist

 

Fier mogen zijn op resultaten, is niet alleen verdiend, maar vooral vergund.

Ik herinner me dat papa altijd zei: ik ben blij dat ik niet dapper hoefde te zijn onder de oorlog.

Zo ben ik bij mijn intrede in de politiek (gelukkig) meteen op het goede been gezet.

Allereerst door verzetsman en oud loco-burgemeester van Valkenswaard die me in de politiek haalde

Toen door het feit dat ik zeer onverwacht als outsider wethouder Vermeulen moest opvolgen

Die in grote bestuurlijke en onverkwikkelijke problemen zat.

Er was maar een weg: een rechte weg.

De sanering van de portefeuille VROM in mijn geboorteplaats kreeg een soortgelijk vervolg

In de opvolging van burgemeester van Oosterhout in Nistelrode

De sanering van de stichtingen ASB en IBTP in Oss

De conflictueuze opstart van NIAD in Utrecht

Het ontslag van PCV-directeur Nijboer in Venray

Het onderzoek naar het functioneren van de RvB VVGI en het ontslag daaropvolgend

De 44 vergaderingen vergende defusie van Nieuw Spraeland

Moderator en saneerder bij TBS Venray

De formatievoorbereiding van 2 waterschappen in Limburg

 

Maar er was ook veel plezier en doelbereik.

De erkenning ervoor werd gewaardeerd en meestal onverwacht

En steeds met veel steun en coachende liefde van Tilly

 

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: