Niets, bijna, werpt zo’n verrassend licht op de snelle ontwikkeling die onze westerse beschaving doormaakt, als deze aflevering van de Van-Elsen-Nieuwsbrief die een oproep voor een bridgedrive in de familie laat volgen door een bericht over de nieuwste loot aan het society-sportgebeuren, de golfsport! Wie herinnert zich nog de tijd dat het heel wat was om ‘op tennis’ (uitgesproken ‘tannis’) te zijn en om mensen te horen uitslaken dat hun ‘bridgeavond heilig was’ (:de ontkerkelijking had net ingezet, een mens wil wel eens wat anders)? In ieder geval wij -van-de-eerste-generatie herinneren ons dat als de dag van gisteren! En nu? Nu is het al ‘golf wat de klok slaat (want de kerk laten de mensen zich nog steeds niet inluiden).

Wie dus een beetje de ontwikkeling van onze cultuur bijhoudt, zal er zich niet over verbazen dat nu ook zelfs twee leden van de eerste generatie van de familie definitief en bloedserieus ‘de wei’ opgezocht hebben (ook het gras was ondertussen aan een andere bestemming toe, maar daar weet Mathieu alles over te vertellen, dus dat laat ik verder onuitgewerkt)..Ineke en ik zijn in het najaar 2000 schuchter aan wat lessen begonnen, hebben dat verhevigd toen we van de vermoeienissen van de fietsvakantie bijgekomen waren en bleken begin juli ver genoeg in de geheimen van de sport ingevoerd om’ baanpermissie’ te verkrijgen en ook heus lid te worden van een Golfclub. Die permissie krijg je niet zomaar door te zeggen dat je lid wil worden en de bijbehorende entree- en contributiegelden netjes over te maken. Nee, je moet er wel enige ‘golfvaardigheid’ voor hebben en je moet een ‘regelexamen’ met succes afleggen! Dat laatste, overigens, gaat ook over ‘etiquette’ (‘goede manieren’), waarbij je onder meer moet denken aan zoiets als dat je op zijn tijd tegen de persoon met wie je speelt zegl dat ‘aan hem/haar de eer is’ (d.w.z. dat hij/zij als eerste mag afslaan) of, bijvoorbeeld ook, dat je het niet in je hoofd haalt korting te wagen op de niet-misselijke (of liever, misselijk makend hoge) entree- en contributiegelden.

lneke en ik zijn er dus serieus mee bezig en zijn er dol op, moet ik zeggen. En dat laatste zegikniet alleen, omdat dat ook wel weer tot de etiquette behoort. We zouden er eindeloos veel over kunnen vertellen, natuurlijk. Ik zou bij de lange geschiedenis van het spel kunnen beginnen. Die is wat mistig, overigens; wat ook niet zo verbazingwekkend is, de sport is in Schotland ontstaan! Er is veel gek aan deze sport, maar een van de gekste dingen is wel dat ondanks haar oorsprong de sport zo populair is geworden bij de Engelsen! De mistigheid valt ook aardig te demonstreren aan de oorsprong van het woord ‘golf’ zelf. Een van mijn Engelse woordenboeken zegt – kortweg -‘etymology doubtful’. Maar de Shorter Oxford English Dictionary ziet de mogelijkheid onder de ogen van een verband met het Nederlandse (!) ‘kolf, maar verwerpt die mogelijkheid ook weer meteen op duistere gronden. Waarschijnlijk is het zo dat de sport op ‘this Happy Isle’ zó heilig is, dat het ondenkbaar wordt geacht dat er zo’ n vreemde (‘foreign’) smet aan zou kunnen kleven. Misschien dat we later eens de tijd vinden om nog iets meer over al die gekke dingen te vertellen. We hebben daar, eerlijk gezegd, nu gewoon de tijd niet voor. We hebben het te druk met het ‘opbouwen van onze handicap’. Het klinkt even wat vreemd, Ínaar als beginner start je zonder handicap! Voor de aardigheid zeggen ze dan bij onze club dat je een handicap van ’50’ hebt, maar dat helemaal niks natuurlijk! Je voelt je dan wel behoorlijk gehandicapt alsje keer op keer de bal van links naar rechts over de baan slaat in plaats van netjes recht vooruit – in het jargon van de club heten wij beginnelingen dan ook heel toepasselijk en leuk ‘rabbits’ konijntjes! -, maar een ‘handicap’ heb je pas als je geleerd hebt om met je ‘set of longshafted clubs’ die regelmatig vervloekte ‘small, white, resilient ball’ in alle 9 of 18 ‘holes’ in een redelijk beperkt aantal slagen te deponeren. En dat je daarbij
door een groot aantal ‘natural and artificial hazards’ op de baan gestoord wordt, spreekt vanzelf! Hoe zouden die Britten anders in het verleden voldoende thuis gewerkt kunnen hebben aan hun ‘stiff upper lip’, zonder dewelke Brittannia de ‘ruling ofthe waves’ (ook’golven’ dus!) nooit tot zo’n perfectie zou hebben kunnen opvoeren.

Goed, we komen er dus later misschien op terug. Misschien als we ons volgende grote moment gepasseerd zijn, d.w.z. als we ons G.V.B. hebben gehaald: ‘golfvaardigheidsbewijs’. Ik kan alvast verklappen dat je daarvoor een handicap van 36 moet hebben.

Theo, ook namens Ineke
Nijmegen 10/10/01

Dit artikel verscheen in Familiekrant Van Els, nr. 7, november 2001.

Verder lezen: