Een kort bericht over de stand van zaken. Er zit, moet ik bekennen, al enige tijd geen echte ‘beweging’ meer in onze vorderingen. We gaan niet zo mooi meer vooruit als in het begin. Noch door Ineke noch door mij is het Walhalla van de ‘echte handicap’ bereikt. Dat ligt bij het magische getal van 36, zoals jullie weten uit mijn vorige geschrijf. lneke ‘staat’ nu op 40, ik op 39. En daar staan we al maanden, eigenlijk. Nou moet je dat ‘staan’ ook niet weer al te letterlijk nemen. Wie de grens van 40 bereikt, moet/mag vanaf dat moment de hele baan van 18 holes ‘lopen’. En ik kan jullie vertellen dat dat niet mis is.

Normaal doe je daar tussen de 3,5 en 4,5 uur over en merendeels is het dan vlot doorlopen geboden, want je wordt op de hielen gezeten door de volgende ‘flight’ (‘flight’ is onder gewone mensen het Engelse woord voor een zwerm of vlucht vogels, maar bij het golf slaat op het volkje dat achter je aan komt). Vermoeiend is het, en dat zou wel eens Inekes grootste probleem op dit moment
kunnen zijn.

Mijn probleem zit hem ook in dat ‘vlot doorlopen’, maar dan anders. Dat lopen wil niet zo vlotten, wanneer je weer eens een balletje buiten de ‘fareway’ slaat, d.w.z. in het hoge gras of tussen de
struiken. En dan is het zoeken geblazen en dat doet zich bij mij nogal eens voor.

Mijn hoofdprobleem is dat ik meestal wel lekker mep en dus ook ver sla. En wat ook de ‘goede boodschap’ van Johan Cruijff zegt, de grootste geldigheid heeft toch het gezegde dat ‘ieder voordeel zijn nadeel heeft’: als ik namelijk uit de koers sla – en dat doe ik nog wat te consequent – dan is het zoeken geblazen. Ik ben zo al wat balletjes kwijt geraakt!

Waar dan gelukkig tegenover staat dat wie veel en lang zoekt, meestal wel niet zijn eigen balletje vindt maar wel veel andere.

Zou op de golfbaan de sluipende verloedering van onze’ waarden en normen’ begonnen zijn? lk weet het niet en ik wil ook niet te snel vergaande conclusies trekken uit een nadere beschouwing
van de samenstelling en herkomst van de gemiddelde ‘flight’ in de wei daar. Feit is namelijk, dat je alle ballen die je op de golfbaan vindt, gewoon je mag toe-eigenen. En dat verschaft wel – dat
moet gezegd worden – enige balsem voor de pijnlijke wonde van de zoveelste misslag.

Van wanhoop is intussen bij ons nog absoluut geen sprake. Het golfen blijft onverminderd geweldig leuk en onderhoudend. En…, we hebben allebei stiekem de hoop dat de ervaring die we
langzamerhand opbouwen, ons de stabiliteit geeft die nodig is om de echte doorbraak op weg naar de top te kunnen maken.

Daar berichten we de volgende keer over, wanneer we ongetwijfeld allebei het stadium van ‘Rabbit’ verlaten hebben.

Theo
Nijmegen, oktober 2002.

Dit artikel verscheen in Familiekrant Van Els, nr. 9, oktober 2002.

Verder lezen: