Golfen kent geen  winterstop, evenmin overigens als het voetbal, in het land waar (ook) die edele sport ontstaan is. In Engeland hebben ze allang ingezien dat het zinloos en eigenlijk kinderachtig, misschien wel imbeciel, is om in ons soort klimaat te verwachten dat periodes van regen en zonneschijn elkaar mooi afwisselen door het jaar heen. Het fenomeen van de ‘winterstop’ werkt aan de andere kant van de Noordzee op de lachspieren van de rechtgeaarde buitensporter, vooral als blijkt dat regelmatig de winter pas echt inzet ná al die dure, verregende trainingskampen in ‘zomerse’ zuidelijke oorden.

Ineke en ik hebben sinds het vorige bericht zeer regelmatig de golfbaan bezocht, om negen ‘holes’ te lopen. Veel geoefend dus, ook wel onze golfvaardigheid behoorlijk verbeterd, maar – laat ik er meteen bij zeggen – we zijn nog niet kunnen doordringen tot de gelauwerde kringen van de echt ‘gehandicapten’. Maar,…. Vorderingen hebben we gemaakt! Dat is ook wel al een beetje aan ons af te zien, zoals de deelnemers aan de recente Van Elsen Bridgedrive hebben kunnen vaststellen. Ineke en ik eindigden met onze respectievelijke partners – Pierre en Hugo als voorlaatsten en laatsten.

Op een aantal interessante aspecten van het ‘golfgebeuren’ kom ik nog uitgebreid terug, wanneer we dus gehandicapt genoeg zijn om recht van spreken te hebben. Zo zijn er wat ‘kneepjes-van-het-vak’ te belichten – en dat zijn geen ‘trucjes’, natuurlijk, want ‘unsportsmanlike behaviour’ is een golfer vreemd -; natuurlijk zijn er ‘interessante ontmoetingen’ en, uiteraard, is er het sociale leven van het ‘after-golf’.

Laat ik het nu alleen nog even hebben over één ding, over het speciale van het spelen onder winterse condities. Wanneer, vooral, de grond keihard bevroren is. Dat vinden wij – de  ‘rabbits’, niet de echte konijntjes natuurlijk, die kunnen daar juist niks mee – heerlijk. Allereerst, als de bal onvoorspelbare kanten op springt, ligt dat eindelijk eens niet aan je eigen gebrekkige slagvaardigheid, maar kun je het wijten aan de  ‘terreinomstandigheden’. Als, vervolgens, de bal eens fijn onstuitbaar blijft doorstuiteren en niet eerder bereikte afstanden overbrugt, kun je dat aan jezelf toeschrijven. Je raakt ook minder ballen kwijt: het gras is bevroren en ligt plat, bomen en struiken zijn kaal, en er ligt ijs op de vijvers. En, je wordt er heel flink van, althans je voelt je al gauw zo.

Jullie begrijpen het, over golf ben je niet gauw uitgepraat!

Theo
Nijmegen, 5 maart 2002.

Dit artikel verscheen in Familiekrant Van Els, nr. 8, april 2002.

Verder lezen: