In de files van hun computer is Toos -onverwacht, ze wist niet van het bestaan ervan- van Leo een zevental gedichten tegen gekomen en een kort verhaal. Het is heel mooi werk. Het lijkt ook een beetje een monument dat Leo voor zichzelf opgericht heeft en voor ons heeft nagelaten. Al zal Leo dat niet direct zo bedoeld hebben. Wij vinden het een geweldig idee van Toos om de teksten in achtereenvolgende nummers van de Familiekrant op te nemen. Wij denken dat deze twee gedichten heel goed in dit nummer passen.

Zwijggedicht

Hoe moedig is zwijgen over je zelf!

Niet dat het er toe doet,

zwijgen spreekt voor zich.

Een verlegen held bestaat

voor jou

en voor zichzelf.

Onuitgesproken heldhaftigheid

op afstand beleden

en ingeklemd tussen

de spreekpauzes.

Op het moment van moed

vindt een woord geen leven.

Zwijgzaamheid staat voor niets

en alles.

Spreek van moed en

heldendom als in epische taal?

Strijd is niet nodig, als

je geen vijand schept.

Verlegenheid een heldenvlucht,

terugtocht van het liefdesslagveld.

 

Hoe moedig is zwijgen over je zelf?

Op weg naar het veer

Op weg naar het veer

een reis naar het andere,

grauwgeel graan in schoven reikend

naar de zon, dorst opwekkend

tot verlangen naar het water.

Het veld noodt niet tot verpozen,

de berm als afbakening van het gaan,

op de oever van het asfalt.

 

Wandelen op de zondagmiddag,

 

– vader en moeder in slaap –

stralend witgesteven blouse, onschuld

van een jongen van zeven jaar,

in opstand tegen de macht van

de vreemde vrouw, de toevertrouwde

gids, op weg naar

ergens

op die zondagmiddag.

 

Overgang naar het onbekende,

de groene oever voorbij de stroom,

een ver onbereikbaar groen.

 

Charon zag hem nog niet staan.

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 11, maart 2004

Verder lezen: