(Ik weet niet zeker of dit bericht niet een beetje dubbelop wordt. Ik had namelijk Netta eens een keer voorgesteld dat zíj over de Fietsvakantie 2007 wat zou schrijven, ze vatte meteen even samen wat er zoal over te zeggen was en zei toen [tot mijn verbazing, zal ik maar zeggen]: “Nou wette wattur ien mot, duudde geej ut mar.” Daar is het toen bij gebleven en denk ik, dus, toch maar dat ik het moet doen. Zo ging dat vroeger tenminste thuis. Als het deze keer anders is, dan treffen jullie ook een stuk van Netta aan. Ook weer niet erg, dan hoor je het eens van een ander.)

Het was in de zomer van 2007 een memorabele Fietsvakantie, echt anders dan anders. Het begon al met een ongewone grote openheid: in de Familiekrant werden er door Toos (Almere) twee stukjes aan gewijd. Daaruit heeft bijvoorbeeld iedereen kunnen opmaken dat we dit jaar neergestreken zijn in het huis van Margo en Herman; “Résidence Blitterswijck” noemde Toos dat.

De traditie wilde dat we “ergens in Nederland” (uitgezonderd één keer in België) een paar bungalows afhuurden. Door de jaren heen werden de eisen aan comfort in de bungalows groter (: vooral het aantal wc’s per bungalow werd een steeds kritischer punt; zonder het fiat van Paul durfden de organisatoren de laatste jaren geen huurcontract meer aan te gaan). Het fietsaspect (: mooie, interessante routes) speelde allengs minder een rol.

Terwijl dat fietsen in de eerste jaren een hoofdpunt op de dagelijkse agenda was. Iedereen deed daaraan ook mee. Pierre (eerst Theo) zocht een route uit en legde die op de vooravond aan de groep voor. Aandacht ging dan vooral uit naar het aantal kilometers dat gefietst zou moeten worden, iets waar –eenmaal vastgesteld- de ‘voortrekker’ de dag daarna secuur aan gehouden werd. Er was de dag daarna ook bijna altijd iemand die een kilometerteller had die meer kilometers geregistreerd had dan afgesproken. De fietsroute moest altijd zo in elkaar steken dat er na een uur of zo koffie gedronken kon worden en na weer een uurtje fietsen moest er weer een halteplaats zijn voornamelijk om wat te eten: pannenkoeken!

In de (na)middag keerden we terug op onze basis, waar de ‘jongeren’ aan het tennissen sloegen. De ouderen gingen rusten om op tijd klaar te zijn voor de apéritief. Op één van de avonden werd er gezamenlijk “uit” gegeten, alle andere dagen kookte iedere bungalow zijn eigen potje. Alle avonden was er gezellig samenzijn in één van de bungalows: kaarten, spelletjes, drinken, zingen.

Langzamerhand maar onverbiddelijk is het vertrouwde patroon gaan veranderen. Nellie, Karel, Sraar en –als laatste- Leo ontvielen ons. Steeds meer waren er die hun actieve deelname aan het fietsen beperkten of helemaal beëindigden. Ook begonnen er steeds meer het zelf koken van de warme maaltijd een bezwaar te vinden. Steeds meer ook gingen er stemmen op –vooral van de niet-fietsers- om een midweekformule uit te proberen. Het leek eerst een drastische verandering, maar eigenlijk was het een logische ontwikkeling: in 2005 werd besloten tot een half-pension midweek in De Oolderhofjes in Herten bij Roermond. Ieder had zijn/haar eigen (luxe) appartement en we ontbeten en dineerden samen in het restaurant van het hotel. Voor Herten was gekozen omdat het voor Laura en Harrie onmogelijk was om mee op midweek te gaan. En we wilden ze toch wel zoveel mogelijk kunnen zien en bij ons hebben. Er werd nog gefietst, maar in beperkte mate.

Maar nu “Résidence Blitterswijck”. Na twee jaar Oolderhofjes alweer een drastische verandering. Al hebben Margo en Herman een fraai en groot huis, niet iedereen kon daar logeren. Netta, natuurlijk, -die voor de honden moest zorgen- wel en de ‘verst-komenden’: Harrie –die er gelukkig echt weer bij kon zijn-, Toos (Almere) en Miep en Pierre. Voor Fien en Mathieu was het toch uiteindelijk onmogelijk om deze logeerpartij aan te gaan; Riny was op het laatste moment ook verhinderd. Toos (‘Venray’!) kwam iedere dag met Bep en Paul uit Venray aanrijden en Ineke en ik genoten gastvrijheid bij Tilly en Romé en voegden ons iedere dag “uit het Zuiden” bij de familie.

Over hoe het in de “Résidence” zelf allemaal gegaan is, weet ik weinig in detail. Ik heb gehoord dat iedereen goed geslapen heeft, dat er veel en gezellig gekaart is (met een onvermoeibare Harrie; Harrie had ook gewonnen, geloof ik) en dat de honden het probleemloos overleefd hebben, dankzij fikse wandelingen met Miep. En degenen die in eigen ‘residentie’ in Venray en Horst de nacht doorbrachten, kwamen iedere morgen uitgerust en welgemoed in Blitterswijck aanrijden.

’s Avonds werd er in de buurt gezamenlijk uit gegeten, in met zorg uitgezochte restaurants. Eén avond exotisch, in Horst bij de Chinees van de (oud-)burgemeester; drie avonden heel nostalgisch, op bekend terrein: “Tante Jet aan de Maas” (Blitterswijck), “De Kooi” (Wanssum) en “Het Pelgrimshuis” (De Smakt).

Het was heerlijk om in de oude vertrouwde geboortestreek, waar van de andere kant veel veranderd is, lekker rond te fietsen. Wanssum natuurlijk een paar keer aangedaan. Langs de linker- en rechter-Maasoever gefietst, met een ontmoeting halverwege in Afferden met de niet-fietsers die de “Maashopper” genomen hadden voor een tochtje op en neer noordwaarts over de Maas vanaf Blitterswijck; en een keer naar Venray om Toos d’r nieuwe huis te bezichtigen (onderweg heen moeten schuilen voor een vreselijke regenbui, in een bosje in het veld tussen Meerlo-Oirlo-Oostrum, daar ergens achter het “Juvenaat”).

Al met al een heerlijke midweek!

In het vorige nummer heeft Toos al twee keer Margo en Herman bij voorbaat bedankt, laten we dat nog maar eens –maanden ná het evenement- dunnetjes overdoen:

HARTELIJK DANK, MARGO EN HERMAN!!

 

Theo

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 17, november 2007.

Verder lezen: