Alles was weer tevoren geregeld door Toos uit Almere. Maar het besluit over tijd en vooral het bungalowpark zelf was al tijdens de fietsvakantie in 1998 unaniem genomen door alle betrokkenen. Bovendien was aan de definitieve reservering van de bungalows een intensieve inspectie voorafgegaan, in het bijzonder in dit geval door Laura en Harry. Een second opinion wordt altijd in handen gelegd van Paul. Zo wordt elke kritiek grondig uitgebannen en kan Toos alle administratieve rompslomp afhandelen. Een heikel punt in het laatste stadium van de voorbereidingen is de verdeling van de deelnemers over de vier gehuurde huisjes. Toos maakt op basis van een checklist van de indelingen van de afgelopen 14 jaar een actuele indeling, die, het kan niet genoeg benadrukt worden ter goedkeuring aan Paul (en Bep) wordt voorgelegd. Deze indeling wordt op de laatste familiebijeenkomst vóór de ‘feestweek’ aan allen meegedeeld. Omdat iedereen dan toch al betaald heeft, maakt niemand een opmerking. Daarom komt iedereen dan ook heel opgewekt vrijdag 3 juni naar Posterholt en natuurlijk zijn Paul en Bep weer als eersten aanwezig. Huisjes worden opgezocht, er is koffie en cake bij Toos en Leo (‘je kunt er maar van af zijn’), ontelbare welkomstkussen worden gegeven (17 personen, 3 kussen per welkomsontmoeting… man-man niet meegerekend). Mathieu heeft de eerste dag problemen met de gehuurde fiets. Maar als de eerste nacht aanbreekt, is iedereen weer gewend aan het ritme van het gebeuren: praten, kletsen, eten, drinken, kaarten, spelletjes.

Waar we allemaal even aan moeten wennen is dat Harry maandag voor onderzoek naar het ziekenhuis moet en dat geeft voor Harry en Laura heel wat onrust en zorg. De anderen proberen erin mee te leven.

Het edele doel van de fietsvakantie staat onomstotelijk vast: fietsen! Dat is door de auctrix intellectualis van de fietsvakanties, Fien ‘van Mathieu’, zo vastgelegd, toen op haar initiatief in 1985 voor het eerst een groep broers en zusters in Oudemierdum (Gaasterland, Friesland) in ongelooflijk nat zomerweer en in een vochtige bosomgeving de geneugten van fietsen en gezellig bij elkaar zijn beleefde.

Dit was het begin van ons fietssyndroom, en er wordt nog steeds flink en onverdroten gefietst (Toos doet flink haar best op haar Spartamet), maar de jaren gaan voor enkele van ons tellen: de auto wordt meer en meer ingeschakeld voor activiteiten, de afstanden worden elk jaar ook wat korter, de pauzes worden wat menigvuldiger. Jammer daarentegen is, dat het aantal cafés langs de natuurroutes ook minder is geworden: het biljarten schiet er de laatste jaren bij in, tot verdriet vooral van Harry, die nog steeds zijn hoogste serie en wedstrijdmoyenne wil verbeteren. Ooit leidden de fabelachtige series en stoten van Harry én Mathieu in een café op de markt in Meppel er toe, dat ze door een bestuurslid van de plaatselijke biljartvereniging gevraagd werden om lid te worden.

Fietsen: Pierre is verantwoordelijk voor de routes, de afstanden, de pauzes; hij is ook de enige van de hele familie die de moeite neemt een kaart van het gebied te kopen, zodat in ieder geval een persoon steeds weet, waar we ons bevinden. Soms komt het voor, dat de meute weer terug is binnen de poort van het park en dat een enkeling dan zegt: ‘gôh, hier staan ook mooie bungalows, hoe heet dit park?’ Pierre is onmisbaar, hij ziet er op toe, dat de paadjes te befietsen zijn, dat de oversteek bij gevaarlijke punten goed verloopt en dat, in het geval dat hij toch een verkeerde route heeft genomen, het rechte pad weer snel gevonden wordt.

Dit jaar hebben we op Zaterdag (met Ineke erbij, die door de chauffeur van de Katholieke Universiteit Nijmegen was gebracht) de Putbroekroute gefietst, richting Montfort langs een monument ter herinnering aan het feit dat op die plek 100 jaar geleden een driedubbele moord is gepleegd. Om dit eng gebeuren te vergeten, hebben we ’s avonds gegeten in Le Quartier, het restaurant van het park (tevoren goedgekeurd door Mathieu de connaisseur) Het diner was drie gangen lekker met een gezellige conversatie op niveau, maar het betalen achteraf blijft in onze familie een terugkerend discussiepunt: ofwel ieder betaalt voor zich, ofwel één betaalt voor allen en verrekent dan achteraf de nota met de anderen. We zijn eruit gekomen: er kwam een file te staan voor de kassa.

N.B. opgave in een cryptogram van de Volkskrant d.d. 18-9-99: ‘eerst het ervan nemen, dan pas betalen’; oplossing ‘nota’.

Op zondag fietsten we natuurlijk naar een dorp waar een mooie kerk staat: Sint Odilienberg (geboorteplaats van de schrijfster Connie Palmen). De jaarlijkse sacramentsprocessie was net afgelopen, maar we maakten nog wel mee, dat in de uitspanning waar we vlaai en koffie nuttigden, de pastoor en het kerkbestuur aan de borrel zaten. Daarna kregen we van de pastoor zelf uitleg over de oude kapel naast de kerk.

Op maandag ging de tocht naar de Meinweg (May-Weggen, my way), een prachtig natuurgebied, maar voordat we daar waren, kwamen we in Posterholt langs het voorvaderlijk huis van Toos uit Almelo. Bijna fietste Leo in dat dorp (of een ander?) een ‘standbeeld’ van Ria Oomen, de middenlimburgse CDA-politica voor het Europees parlement, omver. Bijna, want dit zou toch wel te opvallend zijn geweest. Tijdens een kleine regenbui, de enige van de hele week, hebben we heel chic English tea gedronken met uitzonderlijke gebakjes à kasteel Daelenbroeck, de grote concurrent van Van der Valk (zie dinsdag).

Op dinsdag gingen sommigen per auto, anderen per fiets naar Roermond; de Spartamet van Toos moest gerepareerd worden, omdat ze te lang het langzame tempo van de fietsgroep had gevolgd (daarom nam ze de volgende dagen af en toe in sneltreinvaart een grote voorsprong).We bezochten het nationaal Indië-monument, met uitleg van Harry en Laura, nuttigden het een en ander in de Orangerie van Van der Valk (concurrent van Daelenbroeck, zie maandag), waren vol bewondering voor de Romaanse Munsterkerk en de Gothisch Christoffelkathedraal, waar we een uitgebreide toelichting kregen van Roermondse uitleggers.

Woensdag zijn we opnieuw, maar nu tot in Duitsland toe, naar het Meinweg-gebied gefietst: drie bijzondere objecten: de Maharishi-universiteit voor Transcendente Meditatie (we waren Ineke en Toos toen bijna kwijt), een oud Franciscanerklooster langs de spoorlijn die de Belgen weer in gebruik willen nemen en een 14″ eeuwse molen en boerderij op de grens met Duitsland. Hier was het, dankzij de lekkere pannenkoeken, zo goed toeven, dat we daar die avond uitgebreid asperges hebben gegeten, besproeid met enige wijn.

Op donderdag hebben we allemaal ons belangrijkste democratische burgerrecht uitgeoefend. Onder leiding van de deskundige bij uitstek, Romé van Tilly, spoedden we ons naar het gemeenschapshuis in Posterholt, waar we onze stem uitbrachten op kandidaten (Ria Oomen o.a.) voor het Europees parlement. Harry en Laura waren zelf in Roermond als lid van de stemcommissie actief in een stemlokaal. Ieder deed erg geheimzinnig over zijn voorkeurskandidaat en -partij. Alsof we dit niet al lang van elkaar weten! Om te bekomen van deze belangrijke arbeid fietsten we naar de open wateren van de Maas bij Maasbracht en Linne, waar een vriendelijke bakkersvrouw op de stoep voor de winkel een knus zitje voor ons inrichtte en ons voorzag van vlaai en broodjes van de allerhoogste kwaliteit (naam van de bakker?).

De avonden zijn gereserveerd voor de samenkomst van de hele groep, telkens in een andere bungalow. Degenen die aan de beurt zijn, pakken royaal uit met drank, hapjes, zoutjes en wat al niet meer. Er wordt nagekaart over de voorbije fietsdag, er wordt ook echt gekaart, d.w.z. bridge, ‘kruusjassen’ of ‘huëgen‘, er worden spelletjes gedaan; maar er worden ook ernstige gesprekken gevoerd, voor zover mogelijk, over kerk, geloof en geloofsbeleving (net in deze week werd de nieuwe bisschop van Den Bosch bekend), traditie en moderniteit, politiek en samenleving (Nederland, wereld, onderwijs), vrijheid en verantwoordelijkheid. Zo kennen we elkaar weer! Het doet ons allemaal weer goed zo met elkaar te discussiëren; deze, soms verhitte (waardoor toch?), discussies horen erbij, net als het fietsen zelf.

Wat wordt er verder nog gedaan? De dames die niet mee kunnen fietsen, houden zich, als de anderen aan het fietsen zijn, bezig met lezen en spelletjes, cryptogrammen, puzzels. Er worden boodschappen gadaan voor het ontbijt, voor de noodzakelijke drankhoeveelheid en voor het avondeten per huisje; degene die kookt, stelt het menu samen, degenen die niet koken moeten opruimen en afwassen. Het tijdstip voor het avondeten hangt nauw samen met het tennissen, dat nog altijd fanatiek beoefend wordt door Netta, Theo, Ineke, Pierre en Leo. Alle inspanningen ten spijt weten Netta en Theo niet te winnen van Pierre en Leo. Miep, Ineke en Toos gaan vaak zwemmen in het warme binnenbad, Ineke duikt zelfs in het koude buitenbad.

Opvallend in al die jaren is, dat er bijna nooit een wandeltocht gemaakt wordt: ‘slechte biën’. Alleen Miep, Ineke en Toos (Almere) maken ’s avonds wel eens een ommetje.

Donderdag de laatste avond: in het huisje van Toos en Leo, Pierre en Miep wordt alles wat er nog over is aan drank en hapjes opgemaakt. Op basis van de tijdens de fietsweek verzamelde enquëte-gegevens doet Toos een voorstel voor de fietsvakantie van het volgende jaar: het wordt met instemming van allen een Park Zéelande-bungalowpark bij Scharendijke op Schouwen-Duivenland van 16 tot 23 juni 2000. Traditie is het intussen, iemand in een bloemrijke speech of een lucide gedicht de dank van allen vertolkt (met een kado) voor al het werk, dat Toos en Pierre voor en tijdens deze week hebben verricht.

Vrijdagochtend voór 11.00 uur is iedereen op weg naar huis.

Leo

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 3, januari 2000.

Verder lezen: