7 juni t/m 14 juni 2002, in Park Molenweide in Houthalen, België.

Er was toch wel enige spanning over het verloop van deze fietsvakantie vanwege het artikel van Romé in de nieuwsbrief vana april, ‘leefbaar fietsen‘. Hoe gaat het dit jaar? Wat wordt de alternatieve invulling en aanpak? Natuurlijk is er tijdens de fietsvakantie uitgebreid over gesproken, ik kan wel zeggen, met hartelijke instemming rnet de ideeën van Romé. Maar Toos als
‘huisjesmelker’ en Pierre als routeplanner bleven in de sorns hectische discussie zichzelf; dit jaar veranderde er dan ook niet zo heel veel, behalve dat het eten buitenshuis, d.w.z. op het park, meer consumenten trok dan eerdere jaren. De vraag of dit gezonder was, werd niet gesteld, alleen de vraag of het lekkerder was. Wel kan worden gezegd, dat voor het komend jaar de grote lijn van het artikel van Romé in praktijk zal worden gebracht; maar daarover elders in deze brief.

We waren er allemaal! Harrie en Laura in hun eigen huisje temidden van de broers en zusters, maar vooral Miep en Pierre waren weer present; ja zelfs, ze waren per fiets uit Heerlen naar het park komen rijden, ongeveer 60 km. Dan zes dagen fietsen in de omgeving van het park en dan weer per fiets terug: een grote prestatie.

Zeer opvallend was dit jaar dat de familie voor het eerst het buitenland als jachtgebied uitkoos. Dit leverde natuurlijk wel wat verrassingen op. Van de plaats Houthalen (niet ver van Hasselt) hadden we nog nooit gehoord. Toen we in het bungalowpark kwamen, begrepen we de naam helemaal niet meer: alle huisjes waren van hout: er was geen hout gehaald, maar uitsluitend hout
verzameld en in elkaar getimmerd tot op het eerste oog peuterige huisjes, waar je met zijn vieren nauwelijks in kon leven. Maar dat bleek wel te kunnen; de keuken was ruim en goed voorzien van apparatuur, de woonkamer was riant, de badkamer was landgoed-groot, alleen op zolder de slaapkamers: spits toelopend dak, elke beweging (vier personen) veroorzaakte een Belgisch gekraak in de houten vloer en spanten.

Een tweede verrassing, ook voor Toos bij de eerste betalingen, was het feit, dat alles meteen in Euro moest en dat ze in België géén korting voor senioren kennen. We dachten daarom, dat de Belgen alle ouderen uit Nederland beschouwen als gefortuneerde personen. Wij weten wei beter.

Een derde verrassing was, dat het eten in België, hoe eenvoudig ook, van een aparte smaak is en dat de bediening, hoe eenvoudig ook, heel vriendelijk is en oprecht; zowel in de drie restaurants op het park als ook in Houthalen. Een kleine verrassing hierbij was, dat de prijzen aan de norrnaal-lage kant waren, hetgeen de betaling wat eenvoudiger maakte (geen gezeur).

De grootste verrassing betrof het fietsen zelf. Het motto is: knooppunten. Pierre had het al tevoren een beetje uitgelegd, maar in de praktijk is het een ‘fluitje van een cent’. Niet dat Pierre als routetreider nu niet meer nodig is, integendeel, maar het Nederlandse systeern met paddestoelen (altijd onleesbaar gemaakt) of rnet hoger staande bordjes (steeds door vandalen de verkeerde
richting in gedraaid), is voor oudere fietsers vaak onvoldoende. Knooppunt 85 bereik je b.v. door route 78 en 83; zoek de routes maar op de kaart en je kunt nooit verdwalen;je rijdt van knooppunt naar knooppunt.

Zodoende hebben we heel veel mooie punten bereikt in de prachtige natuur rond Houthalen; er was dan ook een natuurroute die we helemaal gefietst hebben. We hebben het dorp Houthalen met kerk uit de 19e eeuw met restanten uit de late middeleeuwen bezocht, en waar we op het knusse plein op het terras genoten van Belgisch vermaak. ‘We hebben heiligdommen bewonderd met beelden van de H. Catharina (denk aan Toos en Ineke) en elders een beeldje van Maria ‘van de zeven weeën’ , we hebben in de vrije natuur stilgestaan bij een rustiek monument voor een omgekomen vliegenier uit WO II, we wilden een watermolen bezichtigen (genaamd ‘Genadertse’), maar die was gesloten, we bezochten de Abdijhoeve en de dichtbij gelegen Hoeve Jan, waar we hebben geluncht tijdens de TV-uitzending van een WK-voetbalwedstrijd. Eigenlijk was ook wel verrassend, dat de WK nauwelijks werd bekeken.

Een aparte vermelding verdient de tocht naar Hasselt, de hoofdstad van Belgisch Limburg. Een groep ging per auto’s naar Hasselt, Fierre, Ineke, Theo en Leo per fiets: 40 km heen en 42 terug. De fietsers waren nauwelijks 1 km op weg, toen het begon te regenen: het bleef regenen tot in Hasselt: ‘stapelgek’. Maar ja, aangekomen verdien je wel een vorstelijk maal en een prinselijke drank. We bezochten daar de Virga Jesse basiliek, museum met keramiek en beelden, het Stellingwerff-Waerdenhof het begijnhof en klooster voor de grauwzusters, straten en winkels. Voldaan keerden
we terug, met af en toe een stortbui.

In het algemeen was het weer rninder goed dan andere jaren; er was zelfs één dag, datwe niks konden ondernemen. Dan maar kaarten, huëgen, kruusjassen, terwijl het bridge niet aan bod kwam.

De discussies stonden duidelijk in het teken van de verkiezingen voor de tweede kamer en de voor sommige partijen desastreuze afloop. Het bleek, dat de familieleden standvastig hadden gestemd op de vertrouwde partijen. De fietsweek op zich was voor hen een leefbaar gebeuren en dat is genoeg. We hebben ook weer aan sport gedaan: tennis in een oude hal, zwemmen en vooral bowlen, waar Fien haar ervaring kon laten zien.

Het einddiner (euro 373 vlot betaald) genoten we in restaurant Den Tichel. De groep Van Els was Toos voor haar perfecte organisatie zeer dankbaar en liet dit merken door een btjzonder cadeau: een prachtige vierkante sierpot met lavendel. Pierre was als vanouds: een betrouwbare en rustige gids op ’s Heren wegen; hij maakte zijn roeping waar. Hij kreeg daarom een grote fles met ‘giraffenhals’ vol bier. De dankwoorden werden door Harrie namens ons allen uitgesproken: een waardig slot van een avontuurlijke en verrassende fietsvakantie. Maar volgend jaar gaan we
weer ergens in Nederland fietsen en andere dingen doen.

Leo

Dit artikel verscheen in Familiekrant Van Els, nr. 9, oktober 2002.

Verder lezen: