Tijdens de fietsvakantie van 2000 had de familie al gekozen voor een fietsvakantie in de omgeving van Ommen, ten oosten van Zwolle, gelegen aan de Overijsselse Vecht. In overleg met Paul en Bep, en ook op aanraden van hen, had Toos vijf bungalows geregeld in vakantiecentrum Besthmenerberg, geheel in dennenbossen gelegen, met veel privacy voor elke bungalow. In haar brief van 2 februari schreef Toos: ‘wij hopen elkaar dus van 22-29juni 2001 in Ommen te ontmoeten, met of zonder fiets, met of zonder mankementen. In ieder geval blij dat met z’n allen bijeen kunnen zijn’.

Niet-fietsen, lichamelijke mankementen van allerlei aard, dit waren de kenmerken van deze fietsvakantie. En helaas, het ergste, Miep en Pierre konden er nog steeds niet bij zijn, omdat Miep half mei een nieuwe linkerknie had gekregen; ze was bezig met een intensief fysiotherapeutisch herstelprogramma, waarbij de steun van Pierre in huis onontbeerlijk was. Pierre en Miep hadden nog wel als eersten de fl. 372.40 per echtpaar betaald (en ook teruggekregen).

De vijf gehuurde 4-persoons bungalows konden nu door Toos gemakkelijk verdeeld worden over de familieleden, zodanig zelfs, dat Harry en Laura met hun beiden als vorsten zetelden in een bungalow, gelegen op een heuvel(tje), midden tussen de overige vier bungalows: iemand moet het overzicht bewaren.

Toch is er veel gefietst, gemiddeld 30-35 km per keer, de laatste keer zelfs 50 km. Dit alles onder de inspirerende leiding van Theo, die precies inschatte, wanneer er gerust moest worden, en op de wat moeilijkere momenten de moed erin wist te houden bij de fietsenden. Als de route wat onduidelijk was of als de snelheid zo groot was, dat de ANWB-paddestoelen door allen over het hoofd werden gezien, wist hij ons allemaal weer vlug op het goede pad te krijgen, vaak in de richting van een van de overigens af en toe spaarzame uitspanningen. Het moeilijk vinden van zo’n stopplaats was voor de fietsers een extra handicap, omdat we alle dagen schitterend warm weer hadden met veel zon (dorstverwekkend) en niet veel wind.

Op zaterdaghebben we een route over de Lemelerberg en langs de Regge (zijrivier van de Vecht) gefietst: een prachtig heidegebied met enige zandhobbels waar we over heen moesten met de fiets. We fietsten door het dorp Vilsteren zonder daar stil te staan ofte gaan zitten op een terras: ‘hier komen we nog wel terug’. In de buurt van de Regge kwamen we langs Ada’s Hoeve, een landgoed waarop rond 1900 de padvinderij (scouting) in Nederland is begonnen.

De route Ommen en Beerze was op zondag: heel heet én zonder uitspanning onderweg!

Halverwege kwamen we bij de Vecht, waar we, als kenners van het viswater van Molenbeek, haven en Maas bij Wanssum, vol bewondering hebben gekeken naar de zgn. vistrappen. Enige uitleg voor het thuisfront: de Vecht is een regenrivier, waarin ooit stuwen zijn aangelegd, die nu een belemmering zijn voor de vistrek. Bij een stuw is nu een vistrap aangelegd, waar het water langs de stuw wordt geleid. Vissen kunnen nu van waterbekken naar waterbekken springen, wel 18 cm per keer. We hebben geen vissen gezien, want de vissen voeren hun trucjes alleen gedurende de
nacht uit.

Op maandag maakÍen v/e per fiets met een kleinere groep van 11 personen een tocht, door Theo omschreven als een minder zware. Het werd weer een mooie tocht naar Vilsteren (Huis Vilsteren van de familie Creemers, gebouwd door Pierre Cuijpers rond 1900), over en langs de Vecht (weer een vistrap) en als verste punt het ‘dorp’ Dalfsen, want in de middeleeuwen vonden de heren van Rechteren (pracht kasteel) het voor hun machtspositie niet opportuun, dat Dalfsen net als Ommen en Hardenberg stadsrechten kreeg. Daar werd flink gegeten, werden fraaie inkopen gedaan en werd geposeerd bij een monumentaal monument.

De tocht naar huis terug was wat vermoeiender, omdat we tegen de wind in moesten en dat over een heel eind door open veld.

Op dinsdag beleefden de fanatieke fietsers het hoogtepunt van het fietsgenot: een lange tocht via de noordkant van Ommen naar Stegeren (koffie met gebak), weer naar Beerze en daarna, dankzij het goed gesternte van Theo, over een fietspad in boswachterij Hardenberg van ongeveer 10 km, dat elke fietser ooit in zijn leven moet hebben gedaan: een fraaie natuur, veel robuuste bomen, heel stil geruis door de bladeren: de moeite ten volle waard om er een omweg voor te maken. De rustpauze in Hardenberg, met dikke pannenkoeken, was echt nodig om hiervan te bekomen. De weg terug naar huis, met de wind in de rug, werd dan ook in ijltempo afgelegd.

Op donderdag had Theo een extra fietsdagje ingelast ‘in de buurt’ van de boswachterij Ommen, met een pauze bij een historisch café, waar vroeger de ridders en grootgrondbezitters uit dit land bijeen kwamen. Onder anclere hebben ze daar vergaderd over de vraag, wat voor stem de bisschop van Utrecht (dé grootgrondbezitter in deze contreien) moest uitbrengen op het concilie van
Worms over Luther en de reformatie. Dit historisch gegeven was voor enkelen van ons een gerede aanleiding om de discussie over Kerk en Maatschappij te hervatten, ondanks het feit, dat we ons die dag moesten voorbereiden op het grote gezamenlijke diner van die avond.

De traditionele ‘autotocht’ ging op woensdag vanwege minder goed weer op aanraden van Leo, naar Hattem aan de lJssel, niet ver van Zwolle. Als extra attractie voerde Leo, die voorop reed, de colonne naar Wijhe, om daar de lJssel per pontveer over te steken en dan over een heel smalle dijkweg naar Hattem te rijden. Zoiets maakt een vakantie spannend. In Hattem geluncht op het terras voor het oude stadhuis van de Hanzestad Hattem, waarna de groep zich opsplitste in Anton Pieck-haters en Pieck-lieftrebbers; deze laatste groep vond Pieck echter na het bezoek aan zijn museum niet meer zo mooi, maar had alle waardering voor de schilders Voermans, vader en zoon, die de beroemde Verkade-albums, ook die over de IJsel (met 1 s) hebben voorzien van de fraaie plaatjes. Sommigen reden na Hattem naar Zalk aan de lJssel, waar het vroegere kruiden-orakel van de TV, Klazien, ooit woonde, en Kampen. Een leerzame dag! Natuur en cultuur, dat is het
parool!

Er waren dit jaar weer meer ‘thuisblijvers’ dan vorige jaren; ze bleven op het park, wat wandelen, boodschappen doen, bij elkaar buurten, lezen, puzzelen, een drankje nuttigen. Voor deze wat minder actieve bezigheden leende Bethmenerberg zich uitstekend. Het park nodigde uit tot een rustig genieten en een laag tempo.

Er werd zoals gebruikelijk weer heel veel gepraat en gediscussieerd. De avonden werden echter wat minder intensief benut: ouderdom en kwalen nopen de mens tot vroeger gaan slapen. Ook bij het kaarten (huegen, kruusjassen, bridgen) is de beleving wat minder sterk. Natuurlijk gingen Netta, Riny, Ineke, Theo en Leo een aantal keren tennissen, niet op het park zelf, maar bij een tennisclub in Ommen waar een baan gehuurd kon worden: het peil is weer gestegen, de partijen zijn meer aan elkaar gewaagd. De heren Harrie, Mathieu, Theo en Leo gingen een paar keer biljarten in de kantine: er waren net vier biljartkeus voorhanden, maar de handen stonden niet helemaal goed voor de keus, hetgeen te maken had met de slechte kwaliteit van de pommerans (‘ketsen’). Toch werd er lustig op los gescoord, als je maar lang bezig bleef. Er waren ook enkele zwemmers die gebruik maakten van het binnen- of buitenbad (Ineke!). Opvallend was dit jaar ook, dat er in de bungalows zelf wat minder gekookt werd, sommigen gingen wel elke avond uit eten! Harry en Laura werden elke avond ergens te eten gevraagd. Tweemaal zljn we uit eten gegaan. Op
zondagavond waren we te gast in het roemruchte hotel-restaurant Paping (familie van Toos Noij van Leo, familie ook van Reinier Paping, winnaar van de Elfstedentocht in 1963), op donderdagavond in restaurant De Klomp in Vilsteren. Beide keren was het eten uitstekend, enigszins prijzig. Het afrekenen bij Paping verliep chaotisch, maar bij de Klomp verliep dit heel soepel (Leo betaalde alles). Bij de Klomp (‘ambachtelijke keuken’) geschiedde de wonderbaarlijke verandering van vlees in vis; bij sommigen van ons brak de klomp, niet het geloof in wonderen.

Over de vierpersoons bungalows (‘netjes, aangepast, goed sanitair’) was iedereen zeer te spreken; ook de ligging van het park werd geroemd, zo zelfs dat er stemmen opgingen om volgend jaar hier maar terug te keren (wat niet gebeurt). Volgend jaar wordt er gefietst in het zuiden van het land, misschien zelfs wel in het buitenland, in België (de Euro is dan ingevoerd, dus geen probleem meer). Pierre als Belgie-kenner, wordt ingeschakeld voor het vinden van de juiste locatie.

De laatste avond verloopt altijd wat weemoedig: het begin van een afscheid en de woorden van dank aan de organisatoren. Theo bedankte Toos voor de algemene organisatie met een toepasselijke speech én een heel fraai cadeau: de Verkade-album over De IJsel van Jac. P. Thijsse. Leo bedankte Theo voor zijn ook dit jaar trefzekere fietsleiding en de prachtige fietstochten en gaf hem drie tennisballen:je bent nooit te oud om iets te leren en golfen kan nog wel even wachten. Ineke maakte een lied voor Toos op de melodie ‘Aan de Amsterdamse grachten’ :

‘Aan de Vegte, daar bij Ommen,
‘Hebben wij dit jaar elkaar weer gezien.
‘Veel gefietst, gekaart, gezwommen
‘En gedronken menig fles wien.
‘Toos had alles weer geregeld,
‘Goed bedacht, verdeeld, naar ieder z’n wens.
‘Onze dank wordt hier bezegeld
‘Met “De lJsel’ voor dat lief mens.’

Zo is het maar net.

Leo

Dit artikel verscheen in Familiekrant Van Els, nr. 7, november 2001.

Verder lezen: