OORSPRONG
Het zegelontwerp is gebaseerd op een oorspronkelijke toespeling op de drager van de familienaam Fasol. Deze luidde: “een man met maar twee noten op zijn zang”. Een toespeling van pretentieuze ingetogenheid, als het ware een spreuk in de ‘notendop’. De Latijnse variant ervan werd geschreven door Jan Steeghs (gymnasium Bernrode te Heeswijk), die naar het muzikale van de naam verwijst met metrische en lyrische elementen. Gerard Obbens (Hertog Jan College te Valkenswaard) gaf vorm aan devies en familieteken.

DEVIES
De toespeling op de naam heeft het karakter van een devies.
“Et binis modo tonis, certe carmina fiunt”, wil namelijk zeggen:
“Ook met maar twee noten, kun je echt wel liederen maken”.

METRIEK
Het devies heeft het metrum van de hexameter:

Metrum

Voor en na de caesuur is de ordening in metrisch opzicht volkomen.

LYRIEK
De inleiding van het devies (et binis modo tonis) duidt op overtuiging en klinkt assonerend, melodieus en geruststellend. Het slot (certe carmina fiunt) houdt een opdracht in en klinkt allittererend, ritmisch en slagvaardig.

FAMILIETEKEN
De relatie tussen de muzieknoten uit de familienaam en de notenboom ligt voor de hand. Daarom staat binnen het rondgeschreven devies een volle notenboom, boven een sol-sleutel met de noten f en g (fa-sol).

NOTENBOOM
De notenboom Juglans Regia is een krachtige uit het oude Perzië afkomstige boom met brede kroon, die een hoogte van 25 meter en de ouderdom van wel 150 jaar kan bereiken. Niet alleen vanwege zijn oorsprong en ouderdom is het een echte stamboom. ‘Juglans’ namelijk, is een verbastering van het Romeinse ‘Iovis Glans’ hetgeen Jupiters eikel betekent. De notenboom symboliseert aldus levenskracht en is dan ook een bron van vreugde en trots voor zijn eigenaar. Men treft hem aan op het landelijke erf, waar hij huis en haard beschermt tegen bliksem en insekten. Hij biedt de bewoners van het huis veiligheid, lommer, fraai timmerhout, vruchten, verfstof en olie. Horatius zegt dat diepzinnigerwijs harde noten, zachte olie in zich hebben: “nil intra est olea, nil extra est in nuce duri”. De hardheid die in olie niet te vinden is, vind je nergens zo zeer als in het hout zelf! Een fraaie parafrase op de lyrische inhoud van het devies.

Het zegel is eigendom van Romé, Tilly, Peter en Carola Fasol (1983).

Verder lezen: