Het afscheidsdiner op 10 december 1999 aan de Oude Maasstraat.

Tafelen met vrienden bij de gouverneur

Tot onze verrassing ontvangen Tilly en ik een uitnodiging van de gouverneur en zijn echtgenote voor een diner bij hen thuis. Hij geeft in overweging drie bevriende personen te noemen, die dan tevens zullen aanzitten. Na enig nadenken noem ik mensen, aan wie ik redelijk erkentelijk ben voor de uitoefening van een aantal verantwoordelijkheden. Het zijn: de heer en mevrouw Braks-Bardoel uit St. Michielsgestel, het echtpaar Douben-Noten uit Eindhoven en de heer en mevrouw Gehlen-Moerdijk uit Heerlen. Gerrit Braks heb ik goed leren kennen in mijn Brabantse tijd. Hij gaf me ook goede raad bij de voortgang van agrarisch centrum Horst. Nic Douben heeft aan laatstgenoemde voortgang zeer inhoudelijk bijgedragen. Ook vriendschappelijk gedijden die contacten. Ton Gehlen tenslotte is in mijn voorzittertijd de bestuursadviseur van het provinciaal genootschap LGOG.

We worden aan de Oude Maasstraat genodigd op de avond van vrijdag 10 december. Heel ontspannen en heel hartelijk. Met schone dochters die bekwaam aan tafel de gerechten bieden. Goede huiselijke kost en een heerlijke wijn. Veel verhalen. Sterke verhalen ook van Gerrit. Het doet goed dit te mogen meemaken. Drie maal eerder wordt die hartelijkheid zichtbaar.

Herbeëdiging op Koninginnedag

Ik ontvang de uitnodiging om 30 april 1994 ten provinciehuize te komen voor mijn herbeëdiging. Op zich al bijzonder dat dit op Koninginnedag gebeurt. De gouverneur is in gezelschap van zijn echtgenote, de kabinetchef en deputé Greweldinger en echtgenoot. Tilly kan niet aanwezig zijn in verband met onze reis de dag daarna naar het Poolse Rawicz. Met de gouverneur vervolgens naar de ontvangsthal gegaan. Veel genodigden vanwege de ontvangst ter gelegenheid van Koninginnedag, o.a. treffen we deken Mathieu Hanneman. In zijn toespraak releveert de gouverneur mijn herbeëdiging. Het Horster Mannenkoor luistert de receptie op. Na thuiskomst in Horst vindt de ontvangst plaats met de gedecoreerden hier. En plots staat er het Mannenkoor weer met een serenade voor mijn herbenoeming.

De Vliegen in Griendtsveen

We zijn met de gouverneur en Jozine, na koffie bij ons thuis, op 16 maart 1997 in Griendtsveen naar de voorstelling geweest van toneelvereniging Grikon. Een drama van Jean Paul Sartre, “De Vliegen” genaamd. Niet zo vrolijk, maar wel met bittergarnituur in de pauze.

Koninklijk Lint

Ook noem ik de “overval van de gouverneur” bij ons in huis op 25 april 1997. Geheel onbevangen kom ik na gedane arbeid thuis. Ik wil naar boven gaan om te wisselen van kleding. Het is doodstil in huis. Tilly komt de hal in en vraagt eerst gasten te begroeten die in de kamer zijn. Ik ga mee en daar is iedereen: kinderen, familie, de Horster bestuurderen en ook de gouverneur. Vervroegd vóór Koninginnedag, vanwege Tilly’s reis naar Compostella. Zomaar Ridder en zo onverwacht!

 

Petite Histoire:

  • Als burgemeester maak je een aantal Commissarissen der Koningin mee. De lakmoesproef of ik als jong loco-burgemeester in een spraakmakend gemeentebestuur de waarneming van het burgemeestersambt op me kan nemen (en derhalve geen externe waarnemer zal worden benoemd), vindt plaats in een gesprek met Jan van der Harten. Met hem heb ik nog altijd het gevoel van primacy. Daarna krijgt Brabant als Commissaris Dries van Agt. Met hem ga ik per zweefvliegtuig de lucht in. Weer veilig op moeder aarde, zegt hij tegen me: “Mijn waarde, nu ik de grootheid van Brabant van boven heb gezien, aanvaard ik mijn ambt weer met grotere bescheidenheid”. Na hem komt Frank Houben. In Limburg ga ik aan de slag na een sollicitatiegesprek bij Sjeng Kremers. Dan is er Emiel Mastenbroek. En na hem komt Berend Jan van Voorst tot Voorst. Met hem heb ik het gevoel van recency.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: