Net als Theo heb ik kort voor diens overlijden aan oom Leo beloofd dat ik zou gaan meewerken aan de totstandkoming van de van Els Familiekrant. De reeks Familiekranten vanaf 2004 of eerder nog eens rustig doornemen en highlights noemen, zoals Tilly gedaan heeft, zie verderop, dat is mij niet meer gelukt. Sinds mijn verhuizing naar onze dubbele bovenwoning in de Amsterdamse Ruyschstraat bevindt het pak oude Familiekranten zich ergens in een verhuisdoos. Uiteraard onuitgepakt. Die doos staat nu of op ons bescheiden vlierinkje, of in een commercieel gehuurde opslagruimte van Citybox in het desolate industriegebied van Duivendrecht.

Van de redactieleden was ikzelf, gaandeweg, de meest uitgesproken papieren-krant-scepticus. Ik mag op deze plek dan ook wel met jullie delen dat ik – naast het gevoel van weemoed dat ook mij heeft overvallen – een zucht van verlichting heb geslaakt nadat ik mijn laatste woorden voor deze krant geschreven, en vervolgens de conceptversie naar Wilbert verstuurd had. Hoewel het uitbrengen van elk nummer uiteindelijk een “goed gevoel” gaf zijn er toch meerdere redenen dat ik al sinds enkele nummers binnen de redactie aangedrongen heb op overstappen van de papieren krant naar een moderner, digitaal, medium:

– In toenemende mate werd het een hangen en wurgen om op tijd voldoende kopij binnen te krijgen. Ondanks de uiterst wervende en enthousiasmerende oproepen van Theo moest ik meestal enkele dagen voor de gestelde deadline alarm slaan: “we hebben nog bijna niets binnen!”. Waarna een nieuwe, wervende en enthousiasmerende, oproep van Theo volgde en uiteindelijk, last minute, nog stukken binnen kwamen. Meestal voornamelijk afkomstig van de usual suspects, waartoe ik overigens ook zelf behoor. Tilly kan er van meepraten: berichten voor de Familiekroniek rubriek kwamen maar mondjesmaat binnen en soms schreef zij dan zelf maar wat er aan nieuws bij haarzelf bekend was. Ook wat de (in elk geval bij mij binnengekomen) respons op de krant betreft: weinig of lauw, juist ook bij de wat meer heikele onderwerpen, zoals het artikel van Timo over het voorkomen van de ziekte myotone distrofie binnen onze familie, of mijn eigen kritische stuk over de verwording van de RK Kerk. Dat deed mij afvragen: wordt de Familiekrant wel gewaardeerd en wie zit er eigenlijk op te wachten?

– Het maken van een aantrekkelijk ogende krant. Ja, daar komen we bij een probleem waar ik de hand in eigen boezem moet steken. Als een ongeschreven regel ben ik de layout van de krant zoals ik die destijds van een door Carola opgemaakt nummer overnam blijven aanhouden: 2-koloms, een kop op de voorpagina met alleen een soort vreemde guirlande als versiering, en de inmiddels als hopeloos ouderwets bekend staande letter Times New Roman. Prima en adequaat, maar zoals elk dagblad in Nederland inmiddels wel 5 verschillende, steeds hipper wordende, formats heeft doorgemaakt hadden we de Familiekrant misschien ook eens moeten “opleuken”. Maar dat deden we (lees: redacteur T. Timmermans) dus niet. Om maar wat te noemen: het invoegen van foto’s (om de toezending waarvan ik vaak bij de inzenders heb moeten bedelen) is eigenlijk een ramp in het 2-koloms concept. Dat wil zeggen: ik ben er nooit achter gekomen hoe ik dat kon doen, anders dan door de foto ook automatisch tot 1-koloms formaat te verkleinen. Ik had natuurlijk om advies moeten vragen. Stom! Want nu is het te laat. Van de andere kant: er is in al die jaren niemand geweest die mij recht in het gezicht gezegd heeft: wat ziet die krant er eigenlijk knullig opgemaakt uit! Maar een lekker ogende krant, dat was het eigenlijk niet meer.

– Dan een ander, meer fundamenteel en existentialistisch punt, dat namelijk alles met het voorbijgaan van de tijd en de opeenvolging van generaties te maken heeft. Mathieu vat dat heel mooi samen in zijn hierna volgende bijdrage: de jongeren nemen de zaken van de ouderen over en dat is ook goed.. Welnu: de jongste van Els generatie in scope van de Familiekrant levert (bijna) geen bijdragen meer. Nu moet ik even nauwkeurig formuleren: met de jongste generatie bedoelen we de kinderen van mijn neven en nichten. Ik weet nooit of we hen nu aanduiden met “3e” of “4e” generatie? Dat is nl. afhankelijk van het feit of Oma van Els als generatie 1 of generatie zero bestempelen. Waarom leverden deze kinderen en jongeren (in de leeftijd van plm. 8 – 18 jaar) steeds minder kopij aan? Uiteindelijk was het opnemen van een separate Juniorsubkrant niet eens meer opportuun. Is dat vanwege het feit dat een krant niet meer van deze (en dus hun) tijd is, of: kennen de kinderen van mijn neven en nichten elkaar domweg niet, waardoor de behoefte er niet zo is om over elkaars leven te gaan schrijven? Mijn broer noemt daarbij altijd als voorbeeld: An van der Heijden. Ja, nu vragen jullie je af: wie is dat? Het zit zo: An van der Heijden was een nicht van mijn moeder. Vraag me niet hoe de familierelatie precies zat, dat kunnen mijn ooms en tantes beter uit de doeken doen. Maar wij gingen nauwelijks om met deze “familie”, terwijl zij toch ook in Heythuysen woonde, gewoon een aantal straten verder, in het buurtje met de futuristisch aandoende naam “Plan Zuid”. Ter vergelijking: kan het zijn dat de kinderen van, om maar een voorbeeld te noemen, neef Simon, de kinderen van nicht Susanne helemaal niet kennen? Zou mij niets verbazen. En dan: hoe erg is dat? Dit is het onvermijdelijk gegeven van een zich steeds verder uitwaaierende stamboom Misschien wil neef Peter, onze familiegenealoog, hier nog eens een artikel over schrijven?

De familiebanden worden dus bij elke generatie losser, de lijnen verder van elkaar verwijderd en dunner. En daarmee misschien ook de behoefte nieuws met elkaar te delen. Want als je elkaar al helemaal niet kent? – Daarmee samenhangend: de trouwe scribenten van het eerste uur werden ouder en daarmee werd het helaas moeilijker of soms zelfs onmogelijk nog bijdragen te leveren. Oom Mathieu vertelt verderop trots over zijn onbekendheid met de verschijnselen pc en Internet. De teksten die hij voor dit laatste nummer heeft aangeleverd schijnen van zijn manuscript overgetikt te zijn door een medewerker van de Thuiszorg. Een groot applaus voor deze man of vrouw!

Aan oom Paul, die voor de laatste nummers helaas niet meer zijn bloemrijke bijdragen heeft kunnen leveren, bewaar ik welhaast tragikomische herinneringen: zijn laat-avondlijke telefoontjes, in een mix van wanhoop, irritatie en berusting: het lukte hem dan niet een Word document als attachment in een mail te krijgen en deze vervolgens te versturen. Wat ik dan aan de andere kant van de lijn hoorde was een in tempo en volume toenemend gepiep van foutmeldingen vergezeld van verwoed gehamer op de Entertoets, gezucht en onderdrukt gevloek van mijn veelbeproefde oom. Het gesprek eindigde dan met: “Nou is ut hiële stuk gàns ien de wor, ik smiet dat ding straks nog ut raam uut!” Uiteindelijk moest er dan op de komst van zoon Bart gewacht worden, die mij de mail plus attachment in goede orde deed toekomen. Het komt misschien absurd over maar, beste familie, geloof me: ook mijn eigen vader zou het nooit gelukt zijn. Die is ooit, meteen al na les 1 van de door de plaatselijke hobbyclub gegeven computercursus voor beginners, volstrekt ontmoedigd afgehaakt. 

Ik wil hier speciaal Oom Romé danken, die de Wanssum rubriek op voortreffelijke wijze van Paul heeft overgenomen, daarbij zich terdege realiserend dat de jongere generatie(s) – ook die van mijzelf reken ik hier toe – echt geen idee heeft wie al die mensen uit Wanssum (met fantasienamen als Teuwe Grad en Toëte Nanus) zijn. Dus: juist de generatie die nog geleerd heeft om stukken langer dan 30 woorden te schrijven, die generatie – ik noem hier natuurlijk ook speciaal oom Leo – moesten wij helaas steeds meer gaan missen in deze krant.

– Tenslotte, en niet geheel onbelangrijk in tijden van economische crisis: een gedrukte krant kost – anders dan een digitaal tekstmedium – geld. Jullie hebben geen idee welke verwoede discussies er soms gevoerd zijn om de krant, of misschien dan slechts een selectie van 3 of 4 pagina’s uit de krant, al of niet in kleur af te drukken. En of wij dan wel of niet de familie om een extra bescheiden bijdrage voor de familiepot, deskundig door tante Tilly beheerd, mochten vragen. Goed, maar hoe nu verder? We “gaan digitaal”, is het idee.

Laat ik hier kort over zijn. Ik roep: Facebook. Ik had nooit gedacht dat ik enkele jaren geleden als bijna 50-jarige nog voor dit social medium gewonnen kon worden, maar het is tóch gebeurd. En wel door een onnozele aanleiding: een jonge koorprojectzanger mailde namelijk aan de hele club de korte, niet voor discussie openstaande, mededeling: `Beste zangers, mijn foto’s staan nu op Facebook`. Punt. Toen moest ik dus wel een accountnemen anders zou ik die foto’s nooit te zien krijgen. Velen van de van Els familie zijn al bekend met, en als Vrienden aan elkaar gelinkt via, Facebook Ja, oom Theo, ook bijvoorbeeld jouw beide zussen van wie 1 toch echt nog ouder is dan jijzelf! Het maken van een nieuwe Familie-pagina schijnt een fluitje van een cent te zijn. Ik wil dat wel uitzoeken. En daarna gaat alles vanzelf. Jullie zullen het zien na de, door mij te versturen, uitnodigingen om je aan te sluiten bij dit mooie medium. Facebook biedt eigenlijk alles: je kunt teksten plaatsen. Van 1 spontane regel, maar ook hele verhalen met 80 namen van oud-Wanssumers er in. De drempel voor familieleden die opzien tegen het schrijven van lange stukken moet zodoende een stuk lager worden.

Vervolgens kan iedereen daar weer op reageren., en ook dat mag in 1 zinnetje! (De respons waar wij zo op zaten te wachten!) Er kunnen foto’s geplaatst worden, zwart-wit en in kleur, zonder meerkosten. Er kunnen geluidsfragmenten en links naar favoriete muziekstukken (YouTube!) geplaatst en afgespeeld worden. Links naar hele foto-albums met feestfoto’s, naar stambomen websites, zangkoor websites, hobbyclubs, Universiteiten en scholen. Wat niet eigenlijk? En wat zo aangenaam is: er is geen deadline meer voor inzending. Facebook is een continue, real time nieuwsbron! Tenslotte: Facebook is gratis! Er is helaas één probleem, want natuurlijk heb ik al vooronderzoek gedaan: er bestaan al twee Facebook pagina’s met de door mij gewenste naam “Familie van Els”. Op de ene daarvan herkennen we onmiddellijk de deelnemers, dat is namelijk het gezin van Pieter en Annemie (niet zo vreemd ook: Pieter heeft jaren geleden als trendsetter al heel moedig geprobeerd de hele familie op het web te krijgen met een website die meen ik “Een warm nest” heette?). Die andere familie van Els.. ja dat is een mysterie, ik ken die mensen echt niet. Is het een idee een cyber aanval op die pagina los te laten?

Hoe dan ook: ik sta open voor suggesties voor een andere, unieke naam voor onze nieuw Familie van Els Facebook pagina. Of misschien is er wel iemand die het alternatief: een blog,wil propageren? Van dat medium heb ik dan weer weinig verstand, in dat geval laat ik me dus graag voorlichten. Met weemoedige, papieren, groet en veel leesplezier gewenst met deze laatste ouderwetse editie.

Thijs Timmermans, april 2013

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 25, april 2013.

 

Verder lezen: