Netta en ik hadden op 3 oktober 2006 het voorrecht om namens de familie Mathieu in Zoetermeer te mogen gaan feliciteren met zijn tachtigste verjaardag. Een bijzonder voorrecht, omdat we naast de gebruikelijke “enveloppe met inhoud” een echte verrassing te overhandigen hadden. Een mooie, volwassen gedichtenbundel die in een ongelofelijk korte tijd was geschreven door de familie en die, in nog korter tijd, fraai was opgemaakt door Carola en Karlijn.

Mathieu was inderdaad helemaal verrast, hij was er beduusd van. Hij was meteen verrukt bij de eerste lezing van een greep uit de gedichten. Dat die verrukking na herhaalde herlezing van alle teksten niet verminderd is, mag blijken uit Mathieu zijn dankwoord in deze Familiekrant.

In het Voorwoord dat ik toen bij de bundel heb geschreven, staat een variatie op een beroemde uitspraak van de premier die Groot-Brittannië door de Tweede Wereldoorlog heeft heen geloodst, Winston Churchill: “Nooit hebben zo velen, zoveel moois, in zo weinig tijd gecreëerd”.

Maar van het boekje was maar één exemplaar in omloop, dat van Mathieu zelf. Maar natuurlijk waren er veel heel nieuwsgierig naar wat iedereen zoal geschreven had. Gelukkig bleek Mathieu graag bereid zijn leesgenot te delen met anderen. Toen is besloten om de teksten in een of twee opeenvolgende nummers van de Familiekrant op te nemen.

Vandaag de eerste selectie.

Ik wil als inleiding op deze publicatie nog een paar dingen over de inhoud zeggen; ‘analyse’ wil ik het niet noemen, dat zou toch wat al te pretentieus klinken.

1) In de korte tijd die er was, heeft bijna iedereen meegedaan. Om, lijkt het, maar te zorgen dat er een zo dik mogelijk boekje zou ontstaan! Van de eerste generatie heeft letterlijk iedereen iets geschreven –daaronder dus ook verrassingen!-, van de tweede bijna iedereen en Karlijn van Carola vertegenwoordigt de derde generatie! Dat levert alles bij elkaar meer dan 35 bijdragen op, zeker als je de vijf haiku’s  van Cécile apart telt. Standaard Nederlands is vertegenwoordigd, het Wanssums –spaarzaam- ook en het Engels. Maar ook het Fries doet mee!

2) Een groot aantal onderwerpen komt aan de orde, Mathieu is per slot van rekening een veelzijdig, dynamisch en inspirerend iemand. Opvallende thema’s die ik doorlezend zo genoteerd heb, zijn:

– tachtig jaren. Er zijn de gelukwensen bij het bereiken van de tachtigste verjaardag, er worden herinneringen opgeroepen aan de voorbije jaren en er wordt wat gemijmerd bij het verstrijken van de tijd. Zo laten Paul en Bep hun herinneringen “aan al die heerlijke Oudejaarsavonden en –nachten in Zoetermeer” voorafgaan door een korte prozaschets van de jonge jaren van Mathieu in Wanssum. En de visite van het Almelose gezin aan Zoetermeer in 1969 heeft, vanwege de tv-uitzending van de eerste maanlanding, kennelijk diepe indruk op Wilbert en Pieter gemaakt. Thijs verwerkt in zijn schets van Mathieu en zijn tachtig jaren twee mooie oude gedichten van zijn vader Karel. Het voorbijgaan van de jaren wordt spits beschreven in het gedicht dat Heleen en Lia instuurden van Herman van Veen, een onderwerp dat ook Ineke –maar dan zeker zo subliem- aanroert in haar heel fraaie gedicht (al zeg ik het zelf!).

– de poëzie. Verwijzingen naar Mathieu’s dichterlijke bijdragen aan familiefeesten zijn bijna ontelbaar. Zijn eigen Paul zegt over zijn geboorte: “Een dichter in spe was geboren” (en voegt daar direct aan toe: “maar een bundel heeft hij nooit mogen scoren”!). Riny noemt hem een “dichter met allure”, Christianne en Alex zien in hem “de dichter der dichters”, Mathieu is “onze poëet” en “hofdichter”, “de familiedichter”:  “met woorden scherp en treffend,/ vaak vrolijk, altijd verheffend”. Tilly is zo onder de indruk van de dichterskwaliteiten van haar oudere broer dat ze haar bijdrage laat beginnen met “Bevend over al mijn leden/ ga ik het dichterspad betreden”. Maar in mijn bijdrage kan ik het niet laten toch dat dichten een beetje te ‘problematiseren’: waarom, zo vraag ik mij af, schreef Mathieu nooit in het Wanssums? Bij dat poëet-zijn hoort voor vooral veel neven en nichten een beetje dat Mathieu “een oom van stand” (Peter/Inge) is, “altijd chic & deftig in ’t pak” (Annemie/Pieter), “een sympathieke heer” (Riny), “een man, klein van stuk, groots in woord en gebaar” (Susanne). En Marianne vat het zo samen: “een graag geziene gast/ op elk feest van de familie/ is ’t dat hij ons verrast/ met sprankelende verzen/ zoals geen ander dat kan/ ervaar ik diepe gronden/ in deze grote man”.

– het feesten. Het kon natuurlijk niet anders dan dat veel van ons op Mathieu’s liefde voor feesten in familieverband en zijn smaak voor goede wijn in zouden gaan. Bij Marianne heet hij “Bourgondiër in Zoetermeer”, die “dichtte en dronk wijn keer op keer” (aldus Wilbert in zijn mooie limerick). Voor Harrie is hij “ôs zondagskiend” (“zondagskind” heet dat bij Miep), “mit ût glas ien de hand”. Een van de haiku’s van Cécile zegt het zo: “Een goed glas wijn/ en poëzie bedrijven/ geliefde zonden”. Margo en Herman tillen het allemaal op een wat hoger niveau door de dichter Buning te citeren: “Wijn is de bloem in het knoopsgat van de beschaving”; Margo wil kennelijk haar bekentenis dat ze het wijn-drinken van Mathieu heeft geleerd, in het juiste perspectief plaatsen. En Carola zegt kort en krachtig: “Proost dan!”.

– de zorg voor Fien. Dicht bij dit alles staat de gedachte bij menigeen aan het feit dat het Mathieu en Fien lang niet altijd, maar met name niet de laatste jaren, erg voor de wind is gegaan. Over de niet aflatende zorg waarmee Mathieu zijn Fien omringt, wordt met bewondering gesproken. Romé zegt: “In genegen gemoed zo koestert hij/ zijn trouw bestemd voor Fien alleen”, en Netta roemt “de attente zorgzame broer/ maar bovenal, en alles zonder ‘rumoer’/ dag in dag uit, de grote ‘zorg’ voor Fien”. Riny geeft Mathieu “een dikke tien” en zet haar petje voor hem af. In de belichting van ook deze kant is de bundel heel rijk geworden. Zoals ze dat tegenwoordig zeggen, een echt ‘document’ waarin Mathieu door zijn naaste familie wordt ‘neergezet’.

In dit en het volgende nummer zal de Redactie proberen alle teksten van de bundel een plaats te geven. Onder het motto:  “Lieve Mathieu, van harte proficiat!!”, zoals Toos uit Almelo (Venray, bijna) liet opnemen. We wilden niet voetje-voor-voetje van voren naar achteren de bijdragen plaatsen. Maar het vinden van een echt deugdelijk selectiecriterium was niet zo gemakkelijk. Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen om alle bijdragen van de eerste generatie als eerste te publiceren, met steeds minstens één tweede generatie bijdrage uit het daaraan gekoppelde gezin.

Theo

Verschenen in de Familiekrant Van Els, nr. 16, april 2007.

Verder lezen: